Financiële rollator gezocht

Een lezer van 75 jaar maakt zich zorgen over zijn vrouw van 69 jaar, die niets voor geldzaken voelt. Daarom regelt hij al 45 jaar alle zaken van het gezin - belastingaangiften, bankzaken, beleggingen. Maar hoe doet hij dat als de tand des tijds aan hem knaagt, het geldbeheer in de knoei raakt en hij verkeerde beslissingen neemt? Of wanneer hij overlijdt? Zijn weduwe hoeft dan voorlopig niets te doen, schrijft hij, want alles loopt nog wel een paar maanden door. Maar daarna? Wie vraagt hij (of zijn vrouw) om hulp?

Dit is een bekend probleem enmensen schuiven het liever voor zich uit, tot het te laat is. De probleemgroep is groot. De Nederlandse bevolking van 75 jaar en ouder bestaat ruwweg uit 300.000 mannen en 600.000 vrouwen. Dus twee vrouwen op een man. Mannen zijn gewoon het zwakke geslacht. Vooral onder de 85-plussers met afgerond 50.000 mannen en 150.000 vrouwen, waaronder ruim 100.000 weduwen.

Uit de Europa-brede Virtuele Volkstelling van 2001 (bron: Centraal Bureau voor de Statistiek) blijkt dat meer dan 200.000 mensen in een verpleeg- of verzorgingshuis wonen. Bijna tweederde van deze groep is vrouw en meer dan de helft is 75 jaar of ouder; ruim 10 procent van alle 75-plussers.

De zorg van deze lezer is terecht. Wie schakel je in als financiële rollator op weg naar het einde? De lezer komt met enkele suggesties: de kinderen, een jongere vriend, zijn bank, accountant of belastingadviseur. Of een rentmeester, een soort administrateur. Hij streeft ernaar om alles tijdig te regelen, want statistisch gezien moet zijn vrouw vele jaren voor zichzelf zorgen.

In zijn omgeving ziet hij dat ouderen het eropaan laten komen. Zaken worden niet doordacht,verwachtingen zijn te hooggespannen, en dat leidt tot wrevel, teleurstellingen en slapeloze nachten. Daarbij komt nog dat kinderen verschillende meningen hebben.

Deze schets komt overeen met de reacties van oudere lezers. Vooral die stokende kinderen. Zijn er twee, die normaal met elkaar omgaan, dan zijn er amper problemen. Drie gaat ook wel, maar vier en meer leidt tot kibbelpartijen. Met name wanneer de moeder weduwe is en alle bezittingen (waaronder de kindsdelen) als langstlevende erft. Ze woont vaak in een hypotheekvrij huis, ontvangt AOW, een nabestaandenpensioen en ze heeft flink wat spaargeld. Dat oplopen tot 300.000 à 400.000 euro.

Haar kinderen beginnen daar onopvallend aan te trekken. 'Moet moeder niet eens gaan schenken? Anders gaat straks alles naar de belasting.' Dat getouwtrek ergert moeders, vooral wanneer ze niet gewend zijn om de geldzaken zelf te regelen.

Waar vind je dan een betrouwbare rollator? Op dat punt slaat de bezorgde lezer één hulpverlener over: zijn vrouw zelf. Hij kan haar een spoedcursus financieel beheer geven. Elke dag een uurtje samen praten, en in het weekend vrij. Zo draagt hij de zaken langzaam aan haar over. Indien nodig met enige druk, want plusdames hebben snel de neiging om iets niet leuk, ingewikkeld of tijdrovend te vinden, terwijl het dat niet is. (Dit blijkt ook uit lezersreacties.) Zij zoeken te snel steun bij anderen, hoewel het toch om hun eigenbronnen van inkomen gaat.

Het is verstandig om een of meer betrouwbare derden bij de overdracht te betrekken. Bijvoorbeeld de kinderen of andere familieleden. Je kan een of twee keer per jaar een Dag van het Familiekapitaal organiseren om de stand van zaken door te nemen. Combineer je die dag met een onbelaste schenking - handje contantje - dan ontbreekt er niemand. Natuurlijk moet je zorgen voor bijgewerkte testamenten en thuis een archief met alle officiële documenten.

Heb je dan nog een bank, accountant, belastingadviseur of rentmeester nodig? Ja, wel als de financiën ingewikkeld (meerdere verzekeringen, flinke effectenportefeuille) of omvangrijk zijn, een miljoen of meer euro's. Je kan je onervaren weduwe niet opschepen met aandelen, obligaties, opties en financiële producten. Een professionele rollator kost geld, maar hij of zij kan veel ellende voorkomen.