De therapeutische werking van Roemeense zigeuners 2

De tas die Zsofia de afgeragde trein naar Boekarest inzeulde, bevatte genoeg proviand voor een week. De tas was symptomatisch voor de Hongaarse perceptie van de Roemenen. Door de jaren heen hebben Hongaren, die hoorden dat ik voor mijn plezier naar Roemenië reisde, me aangekeken alsof ik zwakzinnig was en gewaarschuwd: bendes, zigeuners, valstrikken, vergiftigingen en misschien wel het ergste: onhygiënisch. Waar in de gecultiveerde Nederlandse afkeer van de Duitsers de liefde doorklinkt die bij vaderhaat hoort, klinkt zodra de Hongaren het over hun grote buur hebben slechts afwijzing.

Zsofia is één van Hongarije's jonge topfotografen. Ze financierde haar opleiding in de Verenigde Staten door in restaurants te bedienen, met een social security-nummer van een gestorven Armeen. Dóra is een licht paranoïde, Roemeens-Hongaarse antropologe die als kind onder de dictatuur van Ceaucescu iedere dag uit school thuiskwam in een donker, onverwarmd huis. Ze vertrouwt niets of niemand. Voorheen stond ze bekend als de man-eater van Boedapest maar ze zou met dat verleden gebroken hebben en nog maar zelden buiten de deur komen. Ze heeft nu een Franse vriend die vloeiend zeven talen spreekt maar nooit een woord zegt. Zij is onze gids.

Met z'n drieën gaan we een reportage maken over 'de beroemdste zigeunerband ter wereld' en om een doorwrochte indruk van de zigeunergemeenschap van Lautari ten zuiden van Boekarest te krijgen, zullen we er drie dagen blijven. We zijn uitgenodigd om bij de schoonmoeder van de eerste violist te logeren. Tijdens de voorbereidingen had Dóra - de deskundige - al aangegeven dat we alleen het uiterst noodzakelijke moesten meenemen, een slaapzak en een tandenborstel, al het andere zou zoek raken.

Verder lagen er nog duizenden gevaren op de loer: de trein Boedapest-Boekarest was berucht om de overvallen, er werd gas in de slaapcoupés gespoten, de Donau vlakte was het epi-center van de vogelgriep, de straten van Boekarest werden geterroriseerd door zwerfhonden en het verkeer door dronken dwazen. En ten slotte, dit werd niet met zoveel woorden gezegd maar schemerde door iedere tweede zin heen, stond het als een paal boven water dat de zigeuners haar zouden gaan verkrachten. Als ik Dóra gerust probeerde te stellen antwoordde ze: 'Ja, ja', terwijl haar gezicht uitdrukte: 'Jij bleekneus, jij weet echt hélemaal niets'. Het is een curieuze, spirituele superioriteit - het 'Warschaupact-martelaarschap' - die ik vaak zie in Hongarije, die een materieel minderwaardigheidscomplex moet verhullen. Het komt er op neer dat wie niet geleefd heeft in het Oostblok in de zware tijden van het communisme, sowieso niet kan begrijpen wat hier gaande is.

Het belang van de gids-vertaler neemt toe naarmate de bestemming riskanter lijkt, daarom nam ik Dóra's doemdenkbeelden met een korreltje zout. Achteraf bleek het merendeel van de door haar gesignaleerde gevaren reëel. Vlak voordat wij vertrokken werden alle passagiers van een nachttrein op hetzelfde traject systematisch verdoofd en beroofd, een week na ons bezoek werd een Japanse zakenman in de straten van Boekarest door één van de 60.000 straathonden doodgebeten en er waren in de Donau delta 12 kippen met vogelgriep gevonden.

Dat laatste leek mij het zorgwekkendste. Reizen in tijden van vogelgriep. Maar Dóra was meer gepreoccupeerd met haar eigen deugdzaamheid. En ik moet bekennen dat hoe langer ik in haar gezelschap verkeerde, hoe minder happig ik was voor haar in de bres te springen. Ze had de eigenschap, waar sommige vrouwen een handje van hebben en waar ik enorm het land aan heb, je te testen. Ze zou ongetwijfeld gaan buikdansen bij de zigeuners, met haar rok schudden, zwoele blikken om zich heen werpen, de goegemeente opgeilen en dan de volgende dag bij het ontbijt hoog opgeven over haar eerbaarheid die in het geding was. Ze eiste dat er nóg een man meeging naar de zigeuners.

Dat leek me een goed idee. Ik had het geluk 's avonds Jerry tegen te komen, een zachtmoedige Hollandse avonturier die in Boekarest het van de mensen uitpuilende topcafé Amsterdam runt. Hij had de protectie in de Roemeense horeca bewonderenswaardig geregeld, een omgeving waarbij het Amsterdamse nachtleven qua adrenalinegehalte verbleekt tot een Veluws boekenclubje. Een nuchtere jongen met praktische aanpak en lokale contacten kon geen kwaad bij de tocht met twee door de zigeuners begeerde vrouwen - van wie één met irrationeel gedrag - naar een afgelegen dorp op de vlakte van Wallachië.

Jerry was bereid mee te gaan. Toen we dan uiteindelijk, na dagen uitstel, bij de zigeuners thuis op de bank zaten kregen we, onvermijdelijk, kippenpoten voorgeschoteld. 'Eigen kippen!', werd er trots bij vermeld. Hoewel het grote probleem van de vogelgriep ligt bij de grootschalige pluimvee-industrie vormen de buiten rondscharrelende kippen een risico doordat ze door wilde vogels kunnen worden geïnfecteerd. Vogelgriep kan akelig zijn. Het H5N1 virus verspreidt zich door de bloedbaan en tast de organen aan. Over het gehele lichaam begint het bloed naar buiten te sijpelen; uit de hersenen, de maag, de ogen, de longen, tot de dood er op volgt.

In haar college 'Zigeunercultuur' had Dóra uitgelegd dat voorgeschoteld eten of drinken afslaan een dodelijke belediging was. Iets eerder was ik, uit nieuwsgierigheid, naar de wc gegaan - een gat in de grond met een van sloophout getimmerd hok eromheen, 30 meter achter het huis - en had gezien hoe een stel kinderen boven een mager vuurtje van plastic en stront onze kip aan het grillen was. Rondom in het dorp scharrelde tussen de lemen hutten op de bevroren modder pluimvee rond. Geluk was dat men ons uit beleefdheid alleen liet om te eten. Er was consensus dat het onverstandig was het gevogelte te verorberen. Op sommige plekken was het vlees zwartgeblakerd, op andere plekken wit als de huid van een ouwerwetse jonkvrouwe. De vraag was waar we de kip konden laten. (wordt vervolgd)

jaap@scholten.hu