De gouden HES-kip

Op 9 december 2005 is de AmSEB opgericht. Deze Amsterdam School of Economics and Business, is het resultaat van een fusie van de economische activiteiten van de Hogeschool van Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam. Daaraan werd toegevoegd als derde partner de HES, de Hogeschool voor Economische Studies in Amsterdam.Afgelopen zaterdag berichtte Het Parool dat er problemen zijn binnen het werkverband. Een groot deel van het personeel van de HES wil dat hun hogeschool zijn zelfstandigheid terugkrijgt. Daartoe hebben ze de Vereniging tot Behoud van de HES opgericht. Volgens hun voorzitter, Peter van Kampen-Maij, is er een directie gekomen die geen enkele affiniteit heeft met economisch onderwijs. Ook wordt de tijd die docenten aan hun eerstejaars kunnen besteden volgend jaar met een kwart verminderd. Hoewel het aantal studenten spectaculair stijgt, komt er minder geld beschikbaar voor onderwijs. Het steekt het personeel verder dat de hogeschool de naam HES gebruikt voor economische opleidingen met een totaal andere inhoud.Directeur Willemijn Maas noemt het verzet een achterhoedegevecht. Er was destijds veel verzet tegen de fusie. Het is jammer dat de mensen die toen met een mooie regeling zijn vertrokken, de collega's die de fusie tot een succes willen maken voor de voeten lopen.' Tot zo ver de berichtgeving in Het Parool. Laat ik met het laatste beginnen: de opmerking van de directeur dat er veel verzet was tegen de fusie. De HES is niet de enige onderwijsinstelling die tegen de wil van de medewerkers fuseerde. Voor een bloeiende onderwijsinstelling met een zekere omvang, zoals de HES, is een fusie nergens goed voor. Het zijn de bestuurders die er belang bij hebben. Voor hen betekent de grotere omvang meer prestige, een hoger salaris en een fraai kantoor ver weg van de dagelijkse hectiek van het onderwijs. Voor hen is groot dus goed. Met de HES haalde de Hogeschool van Amsterdam een erkende merknaam binnen. Natuurlijk is het voor de medewerkers van de HES die die naam hebben helpen vestigen treurig om te moeten zien hoe nu ook andere producten onder dat label worden verkocht. Bedrijven doen hun uiterste best om te bewerkstelligen dat medewerkers trots zijn op hun bedrijf. In het onderwijs wordt die trots vooral als hinderlijk ervaren, want die staat het almaar verder fuseren van instellingen tot één grote eenheidsworst in de weg.En dan is er de opmerking over de medewerkers die met een fraaie regeling konden vertrekken. Was er dan te veel personeel? Nee, niet voor een goed draaiende organisatie. Maar ten gevolge van die fusie kreeg de HES te maken met de financiële problemen van de partners. Zo kent de Hogeschool van Amsterdam allerlei noodlijdende studies met weinig studenten. Om die overeind te houden moeten bloeiende afdelingen inleveren. Dus moesten er bij de HES mensen weg. Die worden geacht daar achteraf blij om te zijn, maar als zij niet voor een regeling hadden gekozen, hadden jongere collega's het veld moeten ruimen. En nu wordt hun dus verweten niet dankbaar te zijn. Je moet het maar bedenken. Het zegt veel over de nieuwe directeur. En omdat de HES nu deel uitmaakt van een groot geheel deelt die niet alleen in de financiële perikelen van de Hogeschool van Amsterdam, maar ook in de financiële misère van de UvA die het gevolg is van jarenlang wanbeleid.Geen wonder dat de Hogeschool en de Universiteit van Amsterdam hun oog lieten vallen op de gouden eieren van de HES-kip. En nu de buit binnen is wordt die meteen, na twee maanden al, geslacht. Leo Pricklgm.prick@worldonline.nlp 9 december 2005 is de AmSEB opgericht. Deze Amsterdam School of Economics and Business, is het resultaat van een fusie van de economische activiteiten van de Hogeschool van Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam. Daaraan werd toegevoegd als derde partner de HES, de Hogeschool voor Economische Studies in Amsterdam.

Afgelopen zaterdag berichtte Het Parool dat er problemen zijn binnen het werkverband. Een groot deel van het personeel van de HES wil dat hun hogeschool zijn zelfstandigheid terugkrijgt. Daartoe hebben ze de Vereniging tot Behoud van de HES opgericht. Volgens hun voorzitter, Peter van Kampen-Maij, is er een directie gekomen die geen enkele affiniteit heeft met economisch onderwijs. Ook wordt de tijd die docenten aan hun eerstejaars kunnen besteden volgend jaar met een kwart verminderd. Hoewel het aantal studenten spectaculair stijgt, komt er minder geld beschikbaar voor onderwijs. Het steekt het personeel verder dat de hogeschool de naam HES gebruikt voor economische opleidingen met een totaal andere inhoud.

Directeur Willemijn Maas noemt het verzet een achterhoedegevecht. Er was destijds veel verzet tegen de fusie. Het is jammer dat de mensen die toen met een mooie regeling zijn vertrokken, de collega's die de fusie tot een succes willen maken voor de voeten lopen.' Tot zo ver de berichtgeving in Het Parool.

Laat ik met het laatste beginnen: de opmerking van de directeur dat er veel verzet was tegen de fusie. De HES is niet de enige onderwijsinstelling die tegen de wil van de medewerkers fuseerde. Voor een bloeiende onderwijsinstelling met een zekere omvang, zoals de HES, is een fusie nergens goed voor. Het zijn de bestuurders die er belang bij hebben. Voor hen betekent de grotere omvang meer prestige, een hoger salaris en een fraai kantoor ver weg van de dagelijkse hectiek van het onderwijs. Voor hen is groot dus goed.

Met de HES haalde de Hogeschool van Amsterdam een erkende merknaam binnen. Natuurlijk is het voor de medewerkers van de HES die die naam hebben helpen vestigen treurig om te moeten zien hoe nu ook andere producten onder dat label worden verkocht. Bedrijven doen hun uiterste best om te bewerkstelligen dat medewerkers trots zijn op hun bedrijf. In het onderwijs wordt die trots vooral als hinderlijk ervaren, want die staat het almaar verder fuseren van instellingen tot één grote eenheidsworst in de weg.

En dan is er de opmerking over de medewerkers die met een fraaie regeling konden vertrekken. Was er dan te veel personeel? Nee, niet voor een goed draaiende organisatie. Maar ten gevolge van die fusie kreeg de HES te maken met de financiële problemen van de partners. Zo kent de Hogeschool van Amsterdam allerlei noodlijdende studies met weinig studenten. Om die overeind te houden moeten bloeiende afdelingen inleveren. Dus moesten er bij de HES mensen weg. Die worden geacht daar achteraf blij om te zijn, maar als zij niet voor een regeling hadden gekozen, hadden jongere collega's het veld moeten ruimen. En nu wordt hun dus verweten niet dankbaar te zijn. Je moet het maar bedenken. Het zegt veel over de nieuwe directeur.

En omdat de HES nu deel uitmaakt van een groot geheel deelt die niet alleen in de financiële perikelen van de Hogeschool van Amsterdam, maar ook in de financiële misère van de UvA die het gevolg is van jarenlang wanbeleid.

Geen wonder dat de Hogeschool en de Universiteit van Amsterdam hun oog lieten vallen op de gouden eieren van de HES-kip. En nu de buit binnen is wordt die meteen, na twee maanden al, geslacht.

lgm.prick@worldonline.nl