De calculerende kampioen

Vandaag beginnen de Winterspelen zonder regerend olympisch kampioen Jochem Uytdehaage. De 29-jarige pechvogel wist zich door valpartijen en vormverlies niet te plaatsen. Hij is dit weekeinde wel toeschouwer in Turijn. 'Ik doe alleen nog dingen die ik leuk vind.'

De fotograaf wordt vriendelijk verzocht geen treurende sportman vast te leggen. Op advies van zijn manager en oud-atleet Marko Koers besluit Jochem Uytdehaage niet thuis op de bank in Blaricum te poseren, maar in een krachthonk annex fitnessruimte van zijn fysiotherapeut in het aangrenzende villadorp Laren. Uytdehaage was de schaatskoning van Salt Lake City. Hij was de man die in 2002 met zijn snelle benen, guitige blik, blozende wangen en blonde haarsprieten zo'n spontane en onbevangen indruk maakte bij het Nederlandse publiek.

Dat was toen. Nu zijn we vier jaar verder en mag de tweevoudig olympisch kampioen geen gouden medailles verdedigen op de vijf en tien kilometer in Turijn. Uytdehaage over Uytdehaage: 'Het is met Jochem vaak alles of niets. Ik kan niet een beetje goed of een beetje slecht zijn.' Door een gebrek aan vorm slaagde hij er december vorig jaar, in Thialf in Heerenveen, niet in zich te plaatsen voor de individuele afstanden op de Olympische Spelen. 'Dat was een bittere pil en de grootste deceptie in mijn carrière.'

Door een valpartij liep hij eind januari ook een reserveplaats voor de ploegenachtervolging mis. 'Mijn eerste reactie was: dit kan er ook nog wel bij.'

De pechduivel zit hem al een poosje op de hielen. Hij overleefde twee jaar geleden ternauwernood een verkeersongeluk en was daarvoor en daarna veelvuldig geblesseerd. Hij werd op de wereldkampioenschappen allround in 2004 gediskwalificeerd wegens zogeheten stayeren in de binnenbaan; zo hield hij zijn ploeggenoot Carl Verheijen - naar eigen zeggen onbedoeld - uit de wind. Vorige maand was Uytdehaage, wederom in Hamar, tijdens de Europese kampioenschappen allround, het slachtoffer van een de meest bizarre bedrijfsongevallen in de schaatshistorie.

In het Vikingskipet werd hij letterlijk ondersteboven gereden door zijn land- en ploeggenoot Verheijen. De ene TVM'er was juistdoodvermoeid over de finish geschaatst en zag de andere TVM'er, die zich in opperste concentratie gereed maakte voor de start, helemaal over het hoofd. 'Ik voelde iets piepen en hoorde de buizen kraken', vertelt Uytdehaage. 'Toen ik vorige week voor het eerst de televisiebeelden terugzag, ben ik ook weer even geschokken van de klap.'

Beide rijders smakten tegen het ijs. Verheijen stond als eerste op; hij kwam er met schrammen en snijwonden van af. Uytdehaage bleef langer liggen; hij klaagde over pijn in de nek en had bij nader inzien ook een verzwikte enkel en een beschadigde mediale binnenband van een knie. Vier weken later: 'Die enkel leek minder erg, maar is nu de grootste stoorzender.' Op wilskracht en uit plichtsbesef zou hij het toernooi uit rijden. Zo hielp hij de schaatsbond KNSB op de tien kilometer aan een startbewijs voor de WK allround in Calgary. 'Een kwestie van jezelf bij elkaar rapen en met verstand op nul je helemaal leeg knokken.'

In een chique en sfeervol restaurant in 't Gooi, op loopafstand van zijn woning, neemt de brokkenpiloot niet alleen de schade op. Met behulp van een rekenmachientje op zijn mobiele telefoon becijfert de voormalige HTS-student werktuigbouwkunde met een paar drukken op de knop hoe heftig hij door Verheijen werd getorpedeerd. 'Carl reed gemiddeld rondjes van 28 seconden en was nog geen honderd meter over de finish, dus reed hij met ongeveer 45 kilometer per uur frontaal in mijn rug. Dat kan een behoorlijke knal geven, vergis je niet.'

Over de schuldvraag zegt Uytdehaage, in navolging van Verheijen: 'We kunnen elkaar weinig verwijten. Het was een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Hij had daar niet moeten rijden of ik had daar niet moeten staan. Vergelijk het met twee fietsers die elkaar tegemoet rijden en elkaar proberen te ontwijken, maar toch tegen elkaar op knallen. De snelheden worden steeds hoger, dus zou het geen gek idee zijn de regels bij de start aan te scherpen. Het had nog veel slechter kunnen aflopen. Gelukkig is Carl op tijd hersteld. Ik ben nog steeds aan het revalideren, kan nu vrijwel normaal lopen, maar het seizoen is bijna naar de knoppen'.

Terwijl Verheijen de komende weken in Turijn op jacht gaat naar olympisch goud - ironisch genoeg op dezelfde afstanden als Uytdehaage in Salt Lake City - verbijt zijn teamgenoot op de tribunes van de Oval Lingotto de geestelijke en lichamelijke pijn. Hij hoopt zich nog te kunnen plaatsen voor de WK allround, volgende maand in Calgary, en ventileert tussen neus en lippen door zijn ongenoegen over het selectiebeleid voor de olympische achtervolgingsploeg. 'Jammer dat ze Jochem niet het voordeel van de twijfel hebben gegeven, en voor Rintje (Ritsma, red.) hebben gekozen. Die heeft nog weinig laten zien. Ik vind mezelf zeker niet zielig. Wie kan er in deze wereld zeggen dat hij of zij twee keer olympisch kampioen is geworden? De ploegenachtervolging zou een medaille hebben kunnen opleveren. Ik had me graag dienstbaar opgesteld voor mijn teamgenoten en was overal inzetbaar geweest. Maar helaas. Het liep het hele seizoen al minder, hoewel ik vol vertrouwen de winter ben ingegaan. Toen de tijden vervolgens tegenvielen, ben ik te geforceerd het lekkere gevoel gaan oproepen. In elke bocht had ik een klotegevoel. Ik heb na het mislukte kwalificatietoernooi een gesprek aangevraagd met mijn coach en wilde helder krijgen wat er mis ging. Ik moest van Gerard (Kemkers, red.) weer gaan genieten. Daar was ik zelf ook al achter. En toen kwam dus die knal van Carl.'

Over het hoe en waarom van de mislukte olympische missie zegt de tweevoudig Europees- en eenmalig wereldkampioen allround: 'Ik ben geen natuurtalent zoals Sven Kramer en heb altijd hard moeten werken om goed te presteren. Ik heb er veel voor gedaan en nog meer voor gelaten. Misschien wel te veel, ja. Ik was altijd bezig met mijn lichaam: 24 uur per dag, zeven dagen per week en dat driehonderd dagen per jaar. Misschien heb ik wel te weinig afleiding gezocht. Op feestjes ging ik liever in mijn eentje in een hoekje zitten, omdat ik ben opgegroeid met het idee dat lang staan slecht voor mijn lijf is. Hout zagen en hakken lijkt me heerlijk, maar ik ben bang spierpijn te krijgen, dus ga ik liever mijn auto wassen. Nee, boeken lees ik niet, hoewel ik alles wil weten. Ik heb er de rust niet voor.'

Heeft Jochem Uytdehaage eigenlijk wel het geschikte karakter om topsport te bedrijven? Is hij hard genoeg in een omgeving vol meedogenloze mensen? 'Ik ben een denker en ga heel cognitief door het leven', bevestigt hij het beeld van de intelligente sportman. 'Ik ben van nature onrustig en probeer door middel van calculaties rustiger te worden. Zo heb ik voor een race altijd een paar reserveschaatsen klaar liggen. En nog voor mijn vriendin met het vliegtuig vertrekt, weet ik al de tijden van een volgende vlucht, in het geval zij te laat op Schiphol is.'

Hij reageert direct op de verbazing aan de andere kant van de tafel. 'Dat kun jij misschien vreemd vinden, maar met dezelfde eigenschappen ben ik wel mooi twee keer olympisch kampioen geworden. In Salt Lake wist ik wat mij te doen stond, ook al zou het dak van de baan afwaaien. Ik ben er ook van overtuigd dat succes voor een groot deel te plannen is: in de sport, in het bedrijfsleven en in privé-relaties. Als je maar zelf achter je plannen staat en die niet laat opleggen door anderen. Er is ook een verschil tussen druk en verwachtingspatroon. Het eerste komt van buitenaf en is negatief. Het tweede komt uit jezelf en is positief.'

Uytdehaage kan zijn levensfilosofie dit weekeinde in praktijk brengen. Op uitnodiging van TVM-directeur Arjan Bos is hij vier dagen in Turijn. Hij gaat hier zakenrelaties van het Drentse verzekeringsconcern rondleiden en over zijn eigen ervaringen vertellen. 'Ik was de eerste afvaller die door de directie werd benaderd en heb geen seconde getwijfeld. Ik doe alleen nog dingen die ik leuk vind. Nu kan ik eindelijk eens genieten van de speciale sfeer in het olympisch dorp. In Salt Lake was ik alleen met schaatsen bezig. Ik maak van de nood een deugd. Ik sta nog in het krijt bij mijn sponsor. Het is geven en nemen.'

Komende zomer loopt zijn schaatscontract af en het is nog maar de vraag of hij een verlenging van de arbeidsovereenkomst wenst. De 29-jarige allrounder, volgens de gangbare schaatsnormen in de bloei van zijn sportleven, overweegt serieus met hardrijden te stoppen. 'Ik ga mezelf de komende maanden een aantal vragen stellen. Wat zou voor mij nog een uitdaging kunnen zijn en op welke manier kan ik die invullen? Gaat het ijs nog kriebelen?'

Hij zegt dat hij de onvermoeibare dertigers Gianni Romme, Rintje Ritsma en Bart Veldkamp wel steeds beter begint te begrijpen. 'Zo lang zij het schaatsen leuk vinden, kan ik het hen niet verbieden. Ook al zou ik zelf nooit in de achterhoede willen eindigen. Ik kan leven met een tweede plaats, maar wil voorin blijven meedoen. De macht om hard te rijden en het gevoel een heerlijke race te kunnen rijden zijn de enige factoren die mij over de streep kunnen trekken. Nog een andere vraag: is er überhaupt een goed moment om te stoppen? Ik ben blij dat ik na Salt Lake, waar ik als schaatser op mijn hoogtepunt was, nog een paar jaar ben doorgegaan. Al die pieken en dalen hebben van mij een rijker mens gemaakt.'