Bewaar ze voor het nageslacht: Deventer putjeskool, boksbaard, Zoete Aagten het rapunzel-klokje

Het is niet meer dan normaal dat de vele tienduizenden 'dode' rijksmonumenten zoals kerken en grachtenpanden met steun van de overheid voor het nageslacht bewaard blijven. De tweeduizend levende monumenten, groenten, fruit en granen, moeten net zo goed gekoesterd worden.

Ze werden voor gek verklaard: de mensen van de Stichting Zeldzame Huisdierrassen (SZH). Ze zetten zich vanaf 1976 in voor het behoud van het zeldzame boerenerfgoed zoals Lakenvelder runderen, Welsumer kippen en Gelderse paarden (vervangen door de tractor). Immers, wie zou het verlies van dit erfgoed betreuren afgezien van een paar 'sentimentele' fokkers?

Dertig jaar later weten we beter: landschapsorganisaties zoals Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en provinciale landschappen verdringen zich om zoveel mogelijk authentieke runderen, schapen en geiten in te zetten bij natuurontwikkelingsprojecten.

Het Gelderse paard is inmiddels één der beste fokkerijpaarden voor de dressuur ter wereld geworden. Het Geldersch Landschap en de Geldersche Kastelen overwegen op hun landgoederen grote fokkerijen van typisch Gelderse huisdieren te beginnen. Het Chaams Hoen en het Drentse Heideschaap zijn tot de Slow Food Ark van de Smaak toegelaten wegens bijzondere culinaire eigenschappen en floreren als verfijnd streekproduct. En dit allemaal zonder miljoenen overheidssubsidies.

Behoudens enkele incidentele bijdragen moest de SZH het jaarlijks met maximaal 40.000 euro doen. De grote overzichtstentoonstelling 'Vorstelijk Vee' in Apeldoorn in 2002 werd weliswaar ondersteund door het ministerie van Landbouw maar niet in de laatste plaats om het vee na de MKZ-crisis in 2001 een beter imago te geven, niet om de zeldzame rassen te promoten. De meeste successen werden door de tweeduizend begunstigers en de eigenzinnige fokkers op eigen kracht bereikt.

In 1997 bezocht ik in gezelschap van drie leden van het provinciaal Gelders bestuur de fokster van Brandrode runderen in de Beuningse uiterwaarden. De provinciebestuurders waren onder de indruk, maar men durfdede runderen nog niet zelf aan te schaffen uit angst om - zo ging dat in die dagen - uitgelachen te worden. Enkele jaren later zouden de organisaties zoals Natuurmonumenten zich verdringen. En er viel nog niet mee te scoren. Vrijwel alle zestig nationale huisdierrassen bevinden zich nu buiten de gevarenzone van minimaal 1500 exemplaren.

Echter, huisdieren kennen een aaibaarheidsfactor en Lakenvelders schitteren prachtig in de wei. Groenten, fruit, gewassen en granen zijn minder opvallend. Het behoud hiervan op een verantwoorde wijze organiseren en uitvoeren is een bezoeking. Alleen al van nationale perenrassen zijn er vierhonderd.

Ruurd Walrecht, oprichter van de Oerakker, het verzamelpunt van door de moderne landbouw verstoten gewassen, probeert al ruim veertig jaar - en al jarenlang voor gek verklaard - nationale groenten (Deventer putjeskool) en gewassen (St. Jansrogge) voor het nageslacht te behouden. Op 18 november ontving hij van de Stichting Natuur en Milieu voor zijn verdiensten De Bierkaaibokaal. Hij moet het al jaren zonder substantiële overheidssteun doen en heeft er al heel vaak het bijltje bij neer willen gooien.

Toch is afgelopen maand - met hulp van zijn steun en toeverlaat Boele Ytsma - het sein gegeven voor een doorstart van zijn Oerakker op het terrein van De Nieuwe Akker (DNA) in Veenhuizen. Dankzij de spontane gift van 15.000 euro, kon een opslagcontainer in gebruik genomen worden.

Maar we moeten het niet hebben van mecenassen alleen. Permanente overheidssteun: daar gaat het om. Dat weten we heel goed als het om de 60.000 'dode' rijksmonumenten gaat, zoals kerken, kerktorens, grachtenpanden, die verroesten of verbrokkelen. Zijn zij belangrijker dan de tweeduizend levende monumenten zoals Roermondse donkergroene schelkkool, boksbaard, kardoen, rapunzelklokje, eeuwig moes, rafelkool, mollestaart of leeuweriktongen? OfZoete Aagt, Gronsvelder Klumpke, Adam's appel, rode tulpappel, Oud wijf, Goede Knecht, Betuwse kwets, Ossekop, notarisappel, Blanke diamantpeer, Venusborstpeer, Sint-Antoniuskers, Marketonzer perzik, Bredase abrikoos én aardbei?

De Nieuwe Akker in Veenhuizen heeft diverse vergeefse pogingen gedaan om bij de verschillende ministeries die over ons erfgoed waken (Landbouw, OCW en zelfs Economische Zaken - immers een ras dat niet in is, kan in de nabije toekomst wel economisch rendabel worden), de noodzaak van een nationaal meerjaren behoudsplan en een nationaal centrum voor al ons levend erfgoed te doen inzien. Maar het verlossende woord komt wellicht een ander ministerie: dat van Justitie. Dit departement beschikt in Veenhuizen op het terrein van het gevangeniscentrum over diverse boerderijen en stukken grond die uitermate geschikt zijn voor het opzetten van een nationaal erfgoedcentrum. En het ministerie wil daar ook over praten.

Echter, behalve het beschikbaar stellen van grond, personeel en onderdak bestaat nog een aantal elementaire voorwaarden waaraan dit ministerie op eigen houtje niet kan voldoen. Ook de andere ministeries, overheden en academische centra (waaronder het Centrum voor Genetische Bronnen in Nederland, CGN, in Wageningen) moeten zich uitspreken. Vervolgens moet er geld komen voor het behoud van alles wat onze voorvaderen in Nederland wroetend in de aarde tot stand hebben weten te brengen. En waarvoor zij offers hebben gebracht.

De tijd is rijp - dat leren de successen in chauvinistischer en behoudzuchtiger landen als Frankrijk, Italië, Duitsland en Zwitserland (Saveguard for the Agricultural Varieties in Europe, SAVE).

'Ons bin zunig' is een bekend gezegde, maar dat kan op twee manieren worden uitgelegd: zuinig zijn met geld uitgeven, en zuinig zijn op dat wat je hebt. Blijkbaar is die combinatie voor de meeste Nederlanders een onbekend gegeven.

Inmiddels zijn minister Veerman en koningin Beatrix al in Veenhuizen wezen kijken.Het kabinet ondertekende wel het biodiversiteitsverdrag van Rio de Janeiro en het Deltaplan voor het Cultuurbehoud, maar een Wet voor het Levend Erfgoed is net zo noodzakelijk.

De recente uitspraak dat Europa niet langer Amerikaanse genetisch gemanipuleerde gewassen mag weren betekent dat honderden historische en voorheen economisch rendabele landbouwgewassen een extra bedreiging kunnen gaan krijgen en dat adequate bescherming direct noodzakelijk is. Te denken valt dan aan een straal van 10 kilometer rondom Veenhuizen waar geen genetisch gemanipuleerde gewassen mogen worden verbouwd. Meer is praktisch gezien waarschijnlijk niet haalbaar, hoewel bedacht moet worden dat bijen en hommels over meerdere kilometers genen kunnen verspreiden.

In de Verenigde Staten is al ruim 80 procent van de verbouwde soja en maïs genetisch gemanipuleerd. Als dat is wat we willen, dan hoeven we niets te doen. Anders wel. Liefst snel.

Bestuurslid van De Nieuwe Akker in Veenhuizen.