Bedrijven niet bang voor de dienstenrichtlijn

Installatiebedrijf Croon vreest door de dienstenrichtlijn geen toestroom van nieuwe bedrijven uit Oost-Europa. Eerder andersom.

Rotterdam, 11 Febr.- Veel Oost-Europese installatiebedrijven verwacht hij niet in Nederland. 'Ook niet als de dienstenrichtlijn in zijn meest liberale vorm door het Europees Parlement komt.' De reden daarvoor, zegt directeur Kees Smitvan Croon Elektrotechniek, is een heel praktische.

'Om iets te mogen bouwen in Nederland, gelden zó veel inhoudelijke regels. Om van de vereiste bouwvergunningen maar te zwijgen.' Dat is voor Nederlandse bedrijven al lastig. 'Voor een dienstverlener uit Hongarije bijvoorbeeld, die hier niet is gevestigd, is het vrijwel onmogelijk. Dát verandert niet door de dienstenrichtlijn.'

Smit, die aan het hoofd staat van een bedrijf met 1.600 werknemers, denkt wel dat steeds meer bedrijven uit de oude EU-lidstaten naar de nieuwe landen zullen gaan. Croon heeft al een vestiging in Polen. Vanuit die vestiging heeft Smit de ambassade in Warschau en een plaatselijk kantoor voor ING Vastgoed voorzien van technische installaties.

Hij verwacht daar in de toekomst veel meer werk te gaan doen. Maar daar heeft hij strikt genomen de dienstenrichtlijn niet voor nodig. Smit: 'In die landen gelden veel minder regels en beperkingen, dus heb je ook geen richtlijn nodig om die buiten toepassing te verklaren.'

Voor het personeelsprobleem van Croon - het bedrijf heeft honderdtwintig vacatures - zou een opheffing van het quotum voor werknemers uit de Oost-Europese landen paradoxaal genoeg belangrijker zijn dan het aannemen van de dienstenrichtlijn. Paradoxaal, omdat Croon ze niet zozeer als werknemer in dienst wil nemen, maar ze tijdelijk via een dienstverleningsconstructie wil inzetten.

Croon maakt nu al regelmatig gebruik van Poolse werknemers van de vestiging in Polen: dienstverlening over de grens dus. Maar door het quotum is daar een registratie voor nodig, tot voor kort zelfs een tewerkstellingsvergunning: een Nederlandse interpretatie van de vrijheid van diensten.