Bedrijven niet bang voor de dienstenrichtlijn

Het Europees Parlement beslist volgende week of het aanbieden van diensten op de interne Europese markt makkelijker wordt. Ikea wacht er met smart op.

Jan Molema : directeur Ikea Ikea-lobbyist Jan Molema voor de vestiging in Zaventem: na zeven jaar een vergunning. Foto Bart Dewaele Dewaele, Bart

Het kan langzaam gaan in België, maar ook heel snel.

In minder dan een half jaar tijd hadden Belgische bouwvakkers een vestiging van de Zweedse meubelgigant Ikea in Arlon uit de grond gestampt. Maar voor een filiaal nabij Brussel kostte de vergunningsprocedure Ikea alleen al zeven jaar.

Onbegrijpelijk, zegt Jan Molema, Europa-lobbyist van Ikea. Hoe kan een land dat zulke efficiënte en productieve bouwondernemingen kent, nu zo'n tegenstander zijn van de dienstenrichtlijn?

Ikea zou de nijvere Belgische bouwers graag ook elders in Europa inzetten om zijn blauw-gele meubelwinkels te laten bouwen. Maar nationale regels in de lidstaten van de Europese Unie blijken in de praktijk een groot obstakel. De dienstenrichtlijn moet daar een eind aan maken met eensluidende regels voor alle lidstaten.

De Nederlander in Zweedse dienst Jan Molema (31) houdt zijn pleidooi in het restaurant van het Ikea-filiaal in Zaventem dat uiteindelijk een langere adem bleek te hebben dan de Belgische vergunningverlener. Om hem heen doen klanten zich tegoed aan friet en gehaktballen. De winkelwagentjes met kussens en lampen staan naast de tafels geparkeerd.

Molema: 'De dienstenrichtlijn ruimt hindernissen op die de werking van de interne Europese markt belemmeren. Nu kan dat alleen maar door via de Europese Commissie een zaak aan te spannen bij het Europese Hof; een langdurige affaire. Wij hopen dat de dienstenrichtlijn ons in één keer van die problemen afhelpt.'

De dienstenrichtlijn regelt meer dan alleen de Europese bewegingsvrijheid voor Poolse loodgieters, of Belgische bouwers. In het tweede hoofdstuk gaat het over het grensoverschrijdend vestigen van ondernemingen. Daarmee heeft het wereldwijd opererende Ikea een probleem in zeven EU-landen (niet in Nederland), vertelt Molema. 'Die stellen als eis dat we de economisch noodzaak van een vestiging moeten kunnen aantonen.'

Een dergelijke economic needs test gaat verder dan de constatering dat Ikea naar eigen zeggen met elke nieuwe vestiging vier- à vijfhonderd banen schept. Jaarlijks opent het bedrijf tien tot vijftien nieuwe winkels in Europa.

Neem de 'sociaal-economische vergunningprocedure' in België. Om de economische noodzaak van een nieuwe Belgische Ikea-vestiging te staven, moet een extern bureau een rapport opstellen. Dit wordt beoordeeld door een speciaal comité waarin behalve plaatselijke bestuurders ook de lokale concurrenten van Ikea zitting hebben. 'Een ideaal instrument voor protectionisme', meent Molema.

De test kost het bedrijf jaarlijks bovendien zes miljoen euro aan directe kosten. Een veelvoud daarvan zijn de gederfde inkomsten door de tijd die met de procedures gemoeid gaat. Molema: 'Zo'n test is natuurlijk niet in overeenstemming met de vrije interne markt.'

Om de eerste (en enige) Ikea in Portugal te kunnen vestigen, moest het bedrijf 7,5 jaar aan procedures doorstaan. 'Intussen kochten de Portugezen meubels bij Ikea's in Sevilla en Madrid. Nu staat ons filiaal in Lissabon in de Ikea top-vijf van omzetten.'

De lobbyist geeft een ander voorbeeld waarbij de dienstenrichtlijn Ikea het leven een stuk makkelijker zou maken: brandbeveiliging. 'Al onze installaties voor brandpreventie moeten regelmatig worden gecontroleerd. Wij zouden dat het liefst laten doen door één bedrijf dat onze winkels goed kent. Maar dat is nu niet mogelijk. Voor elk Europees land moeten we een ander, lokaal bedrijf inhuren.'

De 31-jarige jurist Molema is sinds drie jaar één van de drie Europa-lobbyisten van Ikea. Hij noemt de 'felle, ideologische debatten' over de dienstenrichtlijn opmerkelijk. 'Het is moeilijk lobbyen met argumenten in zo'n emotioneel debat', zegt Molema.