Zwelgen in oosters exotisme

Het werk van de Iraanse kunstenaar Shirin Neshat gaat over tegenstellingen tussen man en vrouw, cultuur en natuur, rationaliteit en ziel. Maar eigenlijk is het één groot verlangen naar het verdwenen Iran van haar jeugd.

Een man in wit overhemd zingt, begeleid door instrumenten en voor een zaal met mannen, vol overgave een traditioneel liefdeslied op een tekst van de dertiende-eeuwse soefi-mysticus Roemi. Ontroerende, meeslepende muziek. Als hij zwijgt en het publiek luid applaudiseert, klinkt van de andere kant van de museumzaal, waar een tweede videoscherm tegenover het eerste hangt, een zacht brommen. Het klinkt als een roep uit de diepste diepten der aarde. Daar staat een zangeres, voor een lege zaal, zonder orkest, alleen. Tot op dat moment zagen we haar op de rug, roerloos wachtend. Zij draagt een zwarte sluier van kant die haar gezicht onbedekt laat. Zij begint te brommen en te zingen. Of nee, zij zingt niet, zij weeklaagt, gromt, fluistert, krijst, jubelt, gilt, huilt - er is geen aspect van de menselijke stem dat zij onbenut laat. Het is adembenemend. Sussan Deyhim is haar naam, zij zingt een eigen compositie in de film Turbulent (1998) van de Iraanse videokunstenaar Shirin Neshat. In deze film gaan de twee zangers, man en vrouw, met elkaar een krachtmeting aan.

“Shirin“, vroeg de Iraanse schrijver Kader Abdollah vorige week tijdens een vraaggesprek in het Stedelijk Museum aan Neshat, “jij woont al jaren in New York. Maar ik zie helemaal niets van New York in jouw werk. Niets van Amerika. Hoe kan dat?“ Abdollah, met grote snor, sprak breed gebarend en in gebroken Engels. Hij wendde zich tot het publiek: “Ze was zeventien toen ze Iran verliet!“

Het was een rechtstreekse en belangrijke vraag. Neshat (1957) leek overrompeld. Ze antwoordde dat haar werk niet gebonden is aan een bepaalde plek, dat ze een verbeeldingswereld schept waarin ze zich veilig voelt en dat haar gevoelens en obsessies niets met Amerika te maken hebben. Ze identificeert zich met Iraanse vrouwen. Niet met Amerikaanse.

Erg bevredigend was het antwoord niet. De volgende ochtend, bij een persbijeenkomst, kwam Neshat - een frêle, donkere vrouw met lang haar en oosterse sieraden - op de vraag van Abdollah terug. Ze vertelde dat haar vader, een arts afkomstig uit een vooraanstaande familie van grondbezitters, haar naar Amerika had gestuurd om daar een opleiding te volgen. Ze vertelde er niet bij (ik las het later) dat ze in Teheran op een katholieke nonnenschool gezeten had en aan anorexia leed. Ze wilde niet naar Amerika, voelde zich geïsoleerd. De eerste jaren in Amerika, doorgebracht aan een kunstopleiding in Los Angeles, waren traumatisch.

Vijf jaar later, in februari 1979, brak in Iran de revolutie uit en kwam ayatollah Khomeiny aan de macht. Neshat kon niet meer terug. Het verlangen naar haar land en haar familie, naar een thuis, groeide uit tot een obsessie. Vanaf 1990 heeft ze Iran meermalen bezocht, maar sinds 1996 krijgt ze van de Amerikaanse autoriteiten geen visum meer. Waar ze ook is, zegt ze, ze voelt zich overal een buitenstaander.

Haat

Abdollah is in 1988 als politiek vluchteling naar Nederland gekomen. Hij voelt zich hier thuis, is gelukkig in onze democratie, schrijft in het Nederlands. Neshats vertrek daarentegen had niets te maken met de politieke omstandigheden. Zij was er niet tijdens de revolutie, heeft niet gevangengezeten, de oorlog tussen Irak en Iran (1980-'88) heeft zij niet meegemaakt. Terwijl ze vijf jaar geleden de Amerikaanse democratie nog verdedigde (zo blijkt uit interviews), zegt ze nu dat ze de Amerikaanse cultuur en alles wat met Amerika te maken heeft haat.

In de afgelopen tien jaar heeft Neshat als fotograaf en videokunstenaar internationaal furore gemaakt. In 1999 won zij op de Biënnale van Venetië de grote internationale prijs, en sindsdien is haar werk over de hele wereld te zien. Het Stedelijk toont nu zes video-installaties uit de afgelopen zeven jaar. Het zijn films met een sterk verhalende inslag, ze duren tussen de tien en achttien minuten. Ze worden op grote schermen geprojecteerd, sommige op één scherm, andere, bestaande uit meer kanalen, op twee of drie schermen. Aanvankelijk werkte Neshat alleen in zwart/wit, maar tegenwoordig ook in kleur.

Haar werk gaat over tegenstellingen tussen man en vrouw, cultuur en natuur, rationaliteit en ziel. Neshat houdt van grootse dramatische effecten. Haar werk is opera-achtig van karakter, vol theatraliteit en zwaar aangezette emoties.

Turbulent, Neshats vroegste film op de tentoonstelling, is volkomen overtuigend en authentiek. Als westerse beschouwer kom je hier dicht in aanraking met een andere, een vreemde cultuur. Het gebeurt op een open manier, zonder dat er een boodschap wordt verkondigd, zonder melodrama - het is alles geheimzinnig en toch begrijpelijk. De sterke emotionaliteit wordt beheerst door de strakke vorm. Dit is de enige film waar beeld en geluid een ondeelbaar geheel zijn, in de andere films is er een soundtrack ondergezet. De openheid en vanzelfsprekendheid van Turbulent zijn in de werken erna verdwenen. Neshat raakt gaandeweg in de ban van nostalgische sprookjes, haar werk wordt een zwelgen in oosters exotisme.

Passage (2001) is gemaakt in opdracht van de componist Philip Glass. In zwarte chador gehulde vrouwen graven met hun blote handen een graf midden in de woestijn, op het opzwepende ritme van de klanken van Glass. In de verte nadert een groep mannen, zij dragen een baar met een in doeken gewikkeld lijk. Niet ver van de vrouwen vandaan maakt een meisje een cirkel van stenen in het zand. Op het moment dat deze drie beelden samenkomen en de mannen de baar op de grond leggen - de muziek heeft inmiddels extatische hoogten bereikt - vat het woestijnzand vlam rondom het tafereel. Het is een zwaar symbolische en didactische uiteenzetting over de louterende passage van leven naar dood, van jeugd naar ouderdom.

In The Last Word (2003) wordt een schrijfster in een Faust-achtige scène aangeklaagd door een groep mannen in een donkere koude zaal vol met boeken. Zij is “a woman with words full of sin, (...), of lust, of rage'. Haar repliek bestaat uit een gedicht van Forough Farokhzad (1935-67). Mahdokht (2004) en Zarin (2005) zijn gebaseerd op personages uit de roman Vrouwen zonder mannen van de in Los Angels wonende schrijfster Shahrnoush Parsipour. Mahdokht lijdt onder het feit dat zij met veertig jaar geen kinderen heeft en nog steeds maagd is. Ze verdrinkt zich in de rivier die langs de tuin van haar ouders loopt. Zarin werkt in een bordeel en heeft anorexia. Ze wordt verteerd door wroeging en schuld over haar zondige leven en verdwijnt door de stadspoort, de woestijn in.

Toen Neshat in 1990 terugkeerde, was Teheran onherkenbaar veranderd. Baarden, chadors en armoede beheersten het straatbeeld. Het kosmopolitische leven zoals zij het gekend had bestond niet meer, Teheran was een boerse en primitieve stad geworden. De rijke burgerij waartoe haar familie behoorde was vertrokken. Ook haar vader had een groot deel van zijn bezittingen moeten opgegeven.

De schok van het weerzien was groot. Neshat had tot op dit moment geen duidelijke ambities, maar nu besloot zij zich volledig te wijden aan de beeldende kunst. Het eerste werk waarmee zij succes had was de fotoserie Women of Allah (1993-'97), zelfportretten en portretten van andere vrouwen in chador. Ze hebben kalasjnikovs in de hand of tussen hun blote voeten geklemd. Op de gezichten, handpalmen en voetzolen, de enige delen van het lichaam die in het openbaar onbedekt mogen zijn, schreef Neshat gedichten in het Farsi.

Er is vaak gewezen op overeenkomsten tussen Women of Allah en Submission van Theo van Gogh en Ayaan Hirsi Ali. Maar hier wil Neshat niets van horen. Ze heeft Submission gezien, vertelde ze vorige week in Amsterdam, en ze vindt het een afschuwelijke film. Het is een instrument voor propaganda en provocatie, en dat is precies wat zij níet wil. Ook keurt zij het provocatieve gebruik van Koran-teksten af, die voor veel mensen heilig zijn. Weliswaar heeft zij zelf kritiek op religie en heeft haar werk een kritische lading, maar zij vindt dat kunst niet behoort te provoceren. Zij maakt geen politieke kunst.

Van 9/11 is in haar werk dan ook niets terug te vinden, ook al woont zij in Manhattan en had zij kort na de aanslagen een tentoonstelling in The Kitchen, een galerie twee blokken verwijderd van Ground Zero. Na 9/11 begon Neshat na te denken over een werk dat zou gaan over een tuin, een paradijs. Dit werd de film Mahdokht, die evenzeer gaat over het verhaal van Mahdokht als over Neshats heimwee naar de tuin van haar ouders waar zij als kind speelde.

In feite is Neshats oeuvre een metafoor voor de verloren onschuld en de gewelddadige verbanning uit de ommuurde tuin. Het Iran dat zij koestert bestaat niet meer. De enige manier om het terug te roepen is door een droomwereld te scheppen. Woestijn en oase, tuin, burcht, stadspoort, de boom van kennis van goed en kwaad, verloren paradijs, haar werk zit er vol mee.

Oude Perzische cultuur

Het werk van deze kunstenaar is één grote poging om zichzelf weer te verbinden met het land van haar jeugd en met een cultuur die, in haar optiek, een voortzetting was van de oude Perzische cultuur, van poëzie en van soefi-mystiek, van oude rituelen en ceremoniën, van echte religieuze beleving. Het echte Perzië dat door de ene dictator na de andere wordt vernietigd. Dat zij niet in Iran kan filmen is daarom ook niet echt een probleem. Het verbannen zijn is de voorwaarde waaronder zij haar werk kan maken. De herinnering aan Iran vindt zij in Marokko, in Turkije, in Egypte, de boom uit het paradijs vond zij in Mexico.

Het werk van Neshat is een vlucht in een droomwereld die ook beschreven wordt in het boek Reading Lolita in Teheran(2003) van Azar Nafisi. De schrijfster heeft het over “schilderijen als plassen van rebelse kleur'. Ze vroeg de maakster ervan hoe zij tot deze abstractie gekomen was. Het antwoord was dat “de werkelijkheid zo ondraaglijk is geworden, zo grauw, dat ze alleen nog maar de kleuren van haar dromen kon schilderen.'

De vraag is of zo'n vlucht in de droom belangrijke kunst kan opleveren. Ik denk het niet. Beeldende kunst bestaat in de wereld. Kunstwerken ontlenen hun betekenis aan een kritische verhouding tot die wereld, op zo'n manier dat betekenis ontstaat. Dit gebeurt bij Neshat nu juist niet. Haar werk is een regressie naar een belevingswereld van meer dan 100 jaar geleden. Het doet sterk denken aan de kunst van Prerafaëlieten en Symbolisten, met hun thematiek van lijdende, hysterische vrouwen, hun obsessie met zuiverheid, maagdelijkheid en bloementuinen en het andere uiterste: pornografie, gewelddadigheid, bezoedeling, ziekte en verrotting. Het eindeloos kammen van haren, staren in spiegels, de verdronken Ophelia, Beelden en verhalen die destijds iets te zeggen hadden, maar nu niet meer. Bij Neshat is het een platte, bombastische symboliek, een grofheid vol clichés. Een celebreren van oosters exotisme waarvan Edward Saïd in zijn beroemde boek Oriëntalism (1978) heeft aangetoond dat het fnuikend is voor een begrip van de Arabische cultuur.

Tenslotte is het de ironie van het lot dat het werk van Neshat - dat niets te maken mag hebben met het land waarmee zij op vijandige voet verkeert - nu juist bij uitstek een product is van de Amerikaanse kapitalistische cultuur. Het moment waarop Zarin gaat hallucineren en mannen zonder gezichten ziet, is pure Hollywood-horror. Neshats werkwijze, haar galeries en internationale netwerk, het is alles een schoolvoorbeeld van een gesmeerde carrière van een Amerikaanse kunstenaar. Het balanceren tussen twee werelden en een eigen richting volgen die nieuwe inzichten oplevert is ongelofelijk moeilijk. Onmogelijk is het niet, zoals Neshat in Turbulent laat zien.

“Shirin Neshat: zes video-installaties.' Tot 16 april in het Stedelijk Museum CS, Oosterdokskade 5, Amsterdam. Dagelijks 10-18 uur. Informatie: www.stedelijk.nl. Vanaf half maart is werk van Neshat te zien in galerie Lumen Travo, Lijnbaansgracht 314, Amsterdam (wo-za 13-18 uur).