Vrouwenlijven vol schrijven

“Spookschrijver' is een mooie vertaling van het oer-Hollandse ghostwriter, het beroep van de hoofdpersoon van Chico Buarques korte roman De spookschrijver uit Rio. José Costa is welgesteld, min of meer routineus getrouwd en redelijk gelukkig. Zeer succesvol is hij als de geheime auteur van het soort redevoeringen, krantenbeschouwingen en memoires waarmee een bepaald soort politici zich - ook in Nederland - een air van intellectualiteit aanmeet. Niemand kent hem, maar met professionele anonimiteit geniet hij van het aanzien dat zijn pennevruchten in de publieke wereld hebben verworven.

Twee gebeurtenissen brengen Costa's leven aan het wankelen. De autobiografie die hij schrijft in opdracht van een onbetekenende Duitser wordt onverwacht een bestseller en tijdens een oponthoud in Boedapest raakt hij geobsedeerd door de Hongaarse taal. Rond die gebeurtenissen kantelt ook de verhouding tot de twee vrouwen in zijn leven. Zijn Braziliaanse echtgenote wordt zozeer gegrepen door het boek van de Duitser, dat zij zich geeft aan de man die zij voor de schrijver ervan aanziet. En Costa zelf, op de vlucht voor dit boerenbedrog en opnieuw neergestreken in Boedapest, ziet zijn fascinatie voor het Hongaars omslaan in verliefdheid op het meisje dat zich als zijn lerares aanbiedt.

Aan het slot van het boek is Costa een gevierd Hongaars schrijver geworden, ironisch genoeg dankzij een autobiografie die hij zelf niet geschreven heeft. “De spookschrijver uit Rio', zoals die memoires heten, is samengesteld door de ex-man van zijn geliefde lerares - zoals hij zelf de autobiografie schreef van de minnaar van zijn eigen vrouw. Schijn en bedrog houden zo een roman bijeen waarin bijna iedere gebeurtenis zich in een andere gebeurtenis spiegelt.

Eén ding blijft in deze vertelling echter onaantastbaar, en dat is de verleidingskracht van de taal zelf. “Het was vanwege mijn Hongaars, in zo korte tijd verslechterd, dat zij medelijden had,' peinst José Costa, wanneer hij verkommerd in Boedapest wordt gevonden door zijn voormalige lerares en geliefde Kriska. En prompt wordt deze wéér zijn geliefde wanneer hij haar moedertaal bijna tot in de perfectie heeft leren spreken.

Eerder had hij zelf het in opdracht van de Duitser geschreven boek al laten draaien rond de bizarre en geheel verzonnen gewoonte van die hoofdpersoon om vrouwenlichamen letterlijk vol te schrijven - en daarmee de ene na de andere verovering te doen. Van de weeromstuit slaat die verleidingskracht terug op die “autobiografie' zelf - dat als “De gynograaf' een massaal lezerspubliek verleidt - en op de veronderstelde auteur ervan, die hetzelfde doet met de vrouw van Costa, de gemankeerde auteur.

Zo ingewikkeld als dit alles klinkt, zo virtuoos weet Chico Buarque - vooral bekend als zanger en schepper van de nieuwe Braziliaanse “volksmuziek' - in dit verhaal de lichtvoetige toon te bewaren die in zijn vijftien jaar geleden verschenen roman Onrust zo opvallend ontbrak. Daarin beschreef hij de helletocht van een redelijk welgesteld man die om onduidelijke redenen zijn huis moet ontvluchten en terecht komt in de waanzinnige mallemolen van de Braziliaanse grootstad. Veel speelser maar tegelijk ook doordachter en beklijvender is De spookschrijver uit Rio, dat bewondering afdwingt voor de vormvastheid ervan en tegelijk voor de menselijkheid waarmee Buarque de rondzwervende José Costa en de raadselachtige Kriska beschreven heeft.

Met “Boedapest', zoals deze roman oorspronkelijk kortweg heette, heeft Buarque een aanstekelijk liefdeslied geschreven voor de macht van de taal, even krachtig als bedrieglijk. “Wiens woorden schrijven wij, wanneer we schrijven?' is een vraag die al enkele decennia geleden werd opgeworpen door filosofen die zelf vaak te duister waren om door velen te worden gelezen.

Diezelfde vraag werpt Buarque op met een roman die in weerwil van zijn lichtvoetigheid het beklemmende vermoeden niet wegneemt dat wij minder onszelf zijn dan we denken en onze woorden minder authentiek dan we zouden willen. Steeds houdt Buarque deze roman vol spiegeleffecten echter op het leesbare spoor, met een goed gedoseerde hoeveelheid ironie en humor die soms tot in het absurde reikt.

Chico Buarque: De spookschrijver uit Rio. Vertaald uit het Portugees door August Willemsen. Meulenhoff, 159 blz. euro 16,95