Veel praten over de cartoons, dat is genoeg

Ook moslims in Nederland zijn boos over de omstreden Deense cartoons. Maar geweld keuren ze af. 'Ze hadden mogen zeggen dat Allah slecht is. Die staat daarboven.'

De handen van alle moslimkinderen gingen omhoog toen de docent maatschappijleer van het Gerrit Rietveld College in Utrecht aan zijn leerlingen in 4 havo vroeg wie vond dat de Deense spotprenten over de profeet Mohammed niet door de beugel kunnen. De anderen - iets minder dan de helft - vonden dat zij, moslims, maar tegen een grapje moesten kunnen.

Niet eerder discussieerden leerlingen in de klas van docent Jan van Aten zo hevig als gisteren, zegt hij. Niet eerder ook verliep de discussie zo scherp langs religieuze lijnen. Niet na de aanslagen van 11 september, en ook niet na de moord op Theo van Gogh.

Samir Puyan (17) was het felst. Hij vond dat de spotprenten 'echt veel te ver' gingen. Dat er ambassades in brand werden gestoken, begrijpt hij wel. 'Als moslims alleen met spandoeken lopen, worden ze niet gehoord.' Hij keurt het geweld wel af. Fatima Kajouj (15) zei: 'Het is toch niet normaal, zoiets. Niemand hoeft zo'n belediging te aanvaarden.'

Nederlandse jonge moslims zijn diep, diep beledigd door de spotprenten van hun profeet Mohammed. Sinds 11 september is er volgens Khalid (26) uit Tilburg een stroom provocerende columns en cartoons over moslims gepubliceerd - ook in Nederland. De Europese moslims weten dat, zegt hij. En ze stellen zich volgens hem, in tegenstelling tot hun geloofsgenoten in het Midden-Oosten en de Arabische wereld, daarom terughoudend op in de Deense kwestie. Khalid: 'Wij hebben geen behoefte aan escalatie.' Het moet volgens hem juist niet gaan over de noodzaak van een inperking van de vrijheid van meningsuiting. 'Ook een organisatie als de AEL bestaat bij de gratie van die vrijheid.' Hij is daar lid van.

Nederlandse moslims zeggen dat zíj dit soort grappen nooit over andermans profeet zouden maken. Moslims worden niet serieus genomen, en nu dit. Maar als je ze vraagt of zijzélf niet serieus worden genomen, blijkt dat niet zo te zijn. En ze vinden dat zij hun profeet moeten verdedigen, maar als je ze vraagt of ze daarvoor morgen naar de aangekondigde demonstratie in Amsterdam gaan, zegt Mohammed El Farhani (35) dat hij moet werken in zijn eethuis. Amezian Farid (27) moet zijn broer helpen in het belhuis. En de Turkse Cemil -ztürk (31) had zijn zoontje beloofd te gaan voetballen. De drie mannen werken in dezelfde straat in het noorden van Rotterdam. Ze zeggen met familie en vrienden veel over de cartoons te praten en dat dat genoeg is.

El Farhani (35): 'Ze hadden mogen zeggen dat Allah slecht is. Die staat daarboven. Ze hadden grappen over moslims mogen maken. Maar onze profeet Mohammed is een méns en hij is dood. Hem beledigen is zeggen dat je overleden moeder een hoer is.' Hij draagt een oranje polsbandje waarin respect2all staat gedrukt.

'Het geweld is niet goed voor onze positie'

Op televisie ziet El Farhani nu protesten zoals die waarin hij zelf meeliep toen hij nog in Marokko woonde. Hij demonstreerde er vaak tegen de Verenigde Staten. 'Die gebruikten zomaar geweld tegen Libië en Iran, bam, zonder eerst te praten.' En bij die protesten, zegt hij, was altijd een klein groepje dat op geweld uit was. 'Ik groeide op met de gedachte dat westerlingen moslims als tweedehands mensen behandelen. Ze wilden ons onder hun schoenzolen. Dat dat niet zo is weet ik pas sinds ik hier woon en met westerlingen spreek.'

De Tilburgse Khalid is gekwetst door de Deense cartoons, maar voelt zich niet vernederd. Volgens hem zijn de spotprenten hét onderwerp onder jonge moslims in Nederland. 'Iedereen heeft het er over en is boos dat ook Nederlandse media ze herplaatsen. ' Maar er is geen crisissfeer, benadrukt hij. De gesprekken op internet, thuis en onder vrienden gaan volgens hem de laatste dagen vooral ook over de angst voor de toekomst van de moslims in Europa. 'De vrees groeit dat door het in brand steken van westerse ambassades, de gewelddadige demonstraties en de doden in het Midden-Oosten en de Arabische wereld de positie van moslims in het Westen verder gemarginaliseerd zal worden.'

De Algerijnse ouders van Khalid kwamen in de jaren zeventig via Frankrijk naar Nederland. Khalid volgde een hbo-opleiding en werkt als commercieel manager bij een reclamebureau. Hij is sinds 2004 lid van de Arabisch Europese Liga (AEL), omdat hij zich zorgen maakt over de voortdurende stigmatisering van moslims in het Westen en de druk op hen van politici om te assimileren.

De 17-jarige havo-leerling Samir is Afghaans. Sinds 1998 woont hij met zijn familie in Utrecht. Hij noemt zichzelf een gematigd moslim, zijn familie gaat 'alleen met ramadan en zo' naar de moskee. Hij zegt te zijn opgegroeid met meer respect voor ouderen en religie dan zijn klasgenoten. Hij stoort zich aan de onwetendheid van zijn klasgenoten. 'Ze denken dat Osama Bin Laden Afghaans is. En ze zeggen: moslimterroristen. Dat kan niet. Wie terrorist is, kan geen moslim zijn.' Zo vaak al werd de spot gedreven met zijn geloof, door het telkens in verband te brengen met geweld.

De leerlingen lazen uit de Grondwet over vrijheid van meningsuiting. En leerden dat Denemarken een vergelijkbare wet heeft. Leerlingen als Evelien de Jonge (17) zeiden dat 'wij ook niet boos worden om de Monty-Pythonfilm Life of Brian'. 'Maar wel om The Passion of the Christ', zeiden de moslimleerlingen. Waarom moslims in Nederland niet naar geweld grijpen? 'Omdat Nederlanders dat niet zouden pikken', zegt Evelien. Fatima zegt: 'In Nederland leg je meer dingen open en bloot op tafel.' Samir: 'Ik word niet zo snel boos.'