Vader zwicht niet voor Franse kaas

Een boek De goede Stalin past precies bij de reputatie van Viktor Jerofejev, de grootste provocateur uit de hedendaagse Russische literatuur. Jerofejev werd begin jaren negentig ook in Nederland bekend door de roman Een schoonheid uit Moskou. Zijn nieuwste boek De goede Stalin is een verslag van binnenuit, vanuit de “inner circle' van de stalinistische machthebbers. De vader van Viktor Je rofejev werkte als tolk en vertaler Frans voor Molotov, minister van Buitenlandse zaken en lange tijd tweede man van de Sovjet-Unie. Soms tolkte hij ook voor Stalin zelf. In tegenstelling tot Hitler was Stalin voor zijn naaste medewerkers even onberekenbaar en meedogenloos als voor de rest van zijn volk (hij had er bijvoorbeeld een handje van om hun echtgenotes in het kamp te laten zetten, Molotovs vrouw niet uitgezonderd), maar zo af en toe kon hij opeens heel royaal en vriendelijk zijn.

In ieder geval had vader Jerofejev over zijn hoogste baas niet te klagen. Hij maakte een voorspoedige carrière die rustig doorging na Stalins dood en nadat Molotov in ongenade was gevallen. Cultureel attaché in Parijs, ambassadeur in Senegal, ambassadeur in Wenen en onderhandelaar bij de VN. Zijn zoon leidde intussen het beschermde leventje van de jeunesse dorée, van het rijkeluiszoontje.

Tot er in 1979 door toedoen van de zoon een abrupt einde aan de loopbaan van de vader kwam. In dat jaar verscheen de “almanak' Metropool met bijdragen van bijna alle toonaangevende, liberale Russische schrijvers en dichters. Een literair evenement van de eerste orde, en ook een groot schandaal, want de onverlaten hadden verzuimd hun bijdragen ter goedkeuring aan de censuur voor te leggen. De redacteuren, onder wie Viktor Jerofejev, werden hard aangepakt. En wanneer iemand in de goede oude Sovjet-Unie werd gestraft, dan had dat meteen gevolgen voor zijn familie. In ieder geval werd vader Jerofejev uit Wenen teruggeroepen en met pensioen gestuurd.

De goede Stalin is, hoewel het wordt aangekondigd als een roman, aldus een biografie van de vader en een autobiografie van de zoon ineen - vanaf zijn vroege jeugd in de jaren vijftig tot aan 1979, “het jaar waarin ik mijn vader vermoordde', zoals hij het nogal pathetisch noemt.

De stukken over de vader zijn de mooiste. Diens belevenissen tijdens de oorlog zijn spectaculair. Kort na het uitbreken van de oorlog werd hij als diplomaat naar Zweden uitgezonden. De weg van Moskou naar Zweden leidde - de Duitsers hadden het hele Oostzee-gebied in handen - via Archangelsk in Noord-Rusland met een geallieerd konvooi naar IJsland, vandaar met een ander konvooi naar Schotland en vandaar met een vliegtuig, 's nachts, over het bezette Noorwegen naar Stockholm. De overlevingskans van een dergelijke overtocht was niet groot, maar Jerofejev bleek een geluksvogel. “Niet verdrinken, papa', schrijft zijn zoon ergens bij het adembenemende relaas van zijn vaders oversteek naar Reykjavik.

De terugtocht uit Zweden, in de tweede helft van 1944, was zo mogelijk nog enerverender. Vanuit Engeland, waar hij door een levensgevaarlijke vlucht over Noorwegen veilig was aangekomen, leidde de tocht door het inmiddels grotendeels van de Duitsers bevrijde Frankrijk en Italië naar Egypte, en daarna naar Teheran vanwaar de weg naar Moskou openlag.

Na de dood van Stalin kwam vaders carrière in rustiger vaarwater. Er volgden lange jaren als cultureel attaché in Frankrijk waar hij, die zich nauwelijks voor cultuur interesseerde, beroepshalve in aanraking kwam met alle belangrijke Franse en sovjet-kunstenaars. Dit leidde onder meer tot een vriendschap met Yves Montand en Simone Signoret.

Hiertegenover zet Jerofejev zijn eigen opgroeien, als een kind dat in de Sovjet-Unie van die jaren ongekende privileges had. Welke Russische jongen had er nu een jeugd in Frankrijk en ouders die met Rostropovitsj, Picasso en Montand op je en jij waren? Het verschil tussen Frankrijk (de beschrijving hoe zijn ouders, die zoals het goede communisten betaamt niet om eten gaven, langzamerhand adepten van Franse wijnen en kazen werden, is een hoogtepunt) en de grauwe werkelijkheid van de Sovjet-Unie was helaas te duidelijk. De partijgetrouwheid van de ouders was te rotsvast om door een paar Franse kaasjes geschokt te kunnen worden, maar voor de zoon lag dat anders. Die was een halve westerling geworden en als het ware voorbestemd om in de dissidente kringen van het Brezjnev-tijdperk terecht te komen.

De kinderscènes zijn niet allemaal even geslaagd. Zo kan Jerofejev het niet laten om tijdens de beschrijving van een badscène - hij is dan een jaar of tien - een nummertje fist fucking met een jonge lerares weg te geven dat zo uit een pornofilm lijkt te zijn gehaald. Het zij hem vergeven. De rest van het boek behoort tot het beste wat hij heeft geschreven en tot de beste Russische boeken van de laatste tijd. Het geeft een raak portret van een communist, in wezen een doodgoeie en heel normale man, die wat er ook gebeurde toch zijn hele leven in Stalin, in de goede Stalin zoals hij die had meegemaakt, is blijven geloven, en van de zoon voor wie het geloof der kameraden niet meer vanzelfsprekend was en die te veel Franse lucht had opgesnoven om zich nog thuis te voelen in de benauwende Sovjet-Unie van de jaren zeventig.

Hoe het kan dat zulke aardige mensen als vader en moeder Jerofejev weigeren om hun geloof in een leer die alleen maar ongeluk heeft gebracht op te geven, daarop geeft ook Jerofejev geen antwoord. Dat is waarschijnlijk ook onmogelijk. Maar het oogkleppen- en verdringingsmechanisme dat hierbij in werking werd gezet wordt in dit boek meesterlijk beschreven.

De vertaling van Arie van der Ent laat zich goed lezen, hoewel hij af en toe wat slordigheden vertoont (zo is er sprake van een Britse basis “Scup Flow', dat moet “Scapa Flow' zijn). In ieder geval zouden wat meer aantekeningen behulpzaam zijn. Niet iedereen heeft een idee wat “sotsart' is of dat met “de inquisiteur van de Sovjet-Unie' en “Vysjinski' een en dezelfde persoon is bedoeld. Bovendien is er bij minstens één sterretje in de tekst achterin geen corresponderende aantekening te vinden. Kleine schoonheidsfoutjes bij een van de opmerkelijkste Russische “romans' van de laatste tijd.

Viktor Jerofejev: De goede Stalin. Uit het Russisch vertaald door Arie van der Ent. Meulenhoff, 317 blz. euro 24,95