Unilever kandidaat voor opsplitsing

Voor een concern dat zichzelf zo serieus neemt als Unilever is er geen grotere vernedering dan als lijdend voorwerp te moeten fungeren in geruchten over een mogelijke overname door investeringsmaatschappijen. De Nederlands-Britse levensmiddelengigant is een icoon van het Europese bedrijfsleven en, met een marktwaarde van 45 miljard euro, beslist te groot om zich in te laten met wilde beursfantasieën.

Maar hoewel Unilever op dit moment inderdaad een maatje te groot zou kunnen zijn voor de investeerders, kan er geen misverstand bestaan over de glinstering in hun ogen als de naam van Unilever valt. Het concern wordt beschouwd als een klassieke kandidaat voor een opsplitsing. Als het maar half zo groot zou zijn geweest, zou er wellicht al een bod zijn uitgebracht. Hoe dan ook, de aandelenkoers is dit jaar al flink gestegen dankzij de geruchten over de belangstelling van investeringsmaatschappijen.

Dit alles draagt bij aan de druk op topman Patrick Cescau om aan te tonen dat Unilever het verdient om in zijn huidige vorm te blijven voortbestaan. Zijn 'Eén Unilever'-strategie, die Unilevers aparte divisies voor voedingsmiddelen en huishoudelijke producten in één enkele operationele structuur dwingt, gaat in tegen de conventionele wijsheid in deze bedrijfstak, die de nadruk legt op afzonderlijke categorieën en niet zozeer op schaalgrootte. Het is ook precies het tegenovergestelde van wat een investeringsmaatschappij zou doen.

Maar Cescau kan met enige voldoening terugkijken op zijn eerste jaar aan de top. In 2005 ging de omzet met 3,1 procent omhoog, gesteund door een indrukwekkende omzetstijging van 5 procent in het vierde kwartaal. En de geschatte besparingen door toedoen van de 'Eén Unilever'-strategie zijn opgewaardeerd van 700 miljoen naar 1 miljard pond (1,5 miljard euro). De operationele winstmarge is weliswaar met 0,8 procent gedaald, als weerspiegeling van een scherpe stijging van de marketingkosten, maar nu de druk op de kosten afneemt en de bezuinigingen vruchten beginnen af te werpen, moeten de marges in 2006 kunnen verbeteren. En de onderliggende omzetgroei moet kunnen aantrekken na de verkoop van het grootste deel van de diepvriesdivisie.

Zakenbank CSFB gaat ervan uit dat de aandelen worden verhandeld op zo'n vijftien maal de winst voor dit jaar. Dat komt overeen met het gemiddelde op de lange termijn, maar is lager dan het gemiddelde van branchegenoten, dat op ongeveer 17 maal de winst ligt.

Dat biedt uitzicht op verbetering, als Cescau de stijgende lijn in 2006 weet te continueren. Als hij daar niet in slaagt, zullen de investeringsmaatschappijen op de loer liggen, met nog meer vuurkracht dan nu al het geval is.

Simon Nixon

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld