Tijd voor toekomstscenario's

Als u een half jaar geleden op deze plaats een verhaal had gelezen over een Deense tekenaar die in zijn krant een spotprent van de profeet Mohammed had gemaakt, tengevolge waarvan vier maanden later in Kaboel tien Afghanen waren doodgeschoten en een Nederlandse F16 had moeten ingrijpen om erger te voorkomen, terwijl president Bush de wereld tot kalmte maande, had u dan niet gedacht dat mijn verbeeldingskracht op hol was geslagen?

Intussen zitten we in een gemondialiseerde razernij, verklaren Nederlandse fractievoorzitters en columnisten bereid te zijn tot de laatste druppel bloed voor de vrijheid van meningsuiting te vechten en hebben gelovigen in andere delen van de wereld ter wille van de Profeet de daad al bij het woord gevoegd. Dit stukje gaat verder niet over deze controverse maar over de vraag of men een en ander niet had kunnen voorzien.

In vroeger eeuwen schreven filosofen en strategische denkers utopieën en anti-utopieën. Ze stelden zich voor hoe de wereld eruit zou zien als, binnen de grenzen van het voorstelbare, het wenselijkste of het tegendeel tot werkelijkheid zou worden. Verreweg de meeste geschriften in dit genre zijn tot in het gigantische of het absurde voortgezette vergrotingen van het heden waarin de schrijver zijn toekomst heeft bedacht. De wetenschap, de politiek, de ideologie hebben een bepaalde lijn tot in de perfectie gevolgd. Voor zo'n verhaal afzonderlijk kan dan hetzelfde gelden. George Orwells 1984 stamt enigszins af van Brave New World van Aldous Huxley, en dan heeft 1984 nog een voorganger, getiteld Wij dat in het begin van de jaren twintig is geschreven door de Russische ex-revolutionair Jevgenij Zamjatin. Ook die had weer een voorbeeld, The New Utopia, een essay van Jerome K. Jerome uit 1895. Na 1989, de val van de Berlijnse Muur was het met dit soort anti-utopie afgelopen.

De triomf van de vrije markt heeft voorzover ik weet geen schrijver tot het vooruitzicht op een onwenselijke toekomst geïnspireerd. In plaats daarvan is de sciencefiction verder tot bloei gekomen, de laatste tijd vooral in de film. Marsmannetjes komen onze planeet verwoesten. De oervader van dit genre is H.G.Wells met zijn War of the Worlds, verschenen in 1898. De eerste die er een film van heeft gemaakt is de Hongaar George Pal, in opdracht van Philips, jaren dertig. En toen kwam Orson Welles op 30 oktober 1938 met zijn radioprogramma waardoor Amerika in paniek raakte. Er is een mooi boek over, met de hele tekst, de beschrijving van de reacties en een schets van het tijdsbeeld: The Invasion from Mars van de psycholoog Hadley Cantril (1940).

De verbeeldingskracht heeft zich maatschappelijk onthecht, de griezelfantasie de vrije loop gelaten of zich tot de geschiedenis gewend. Spoken, monsters, grote branden en aardbevingen, voorwereldlijke dieren, verwoestende oorlogen, alles wat een schrijver uit zijn duim kon zuigen of wat voorbij is. De Koude Oorlog heeft vooral tot scenario's geïnspireerd. Beschouw het scenario als een waardevrije utopie of anti-utopie. Het scenario is een hulp bij de verbeeldingskracht, een beredeneerde voorstelling van wat de gevolgen zouden kunnen zijn als er dit of dat gebeurde, en hoe dat dan kan worden verhinderd of bevorderd. Er zijn films die een satirische mengvorm zijn, Dr.Strangelove bijvoorbeeld, of Wag the Dog.

Intussen zijn we na de relatieve luwte van de eerste tien jaar na de Koude Oorlog (de tweehonderduizend dode Joegoslaven niet meegerekend) in een nieuw tijdperk beland. Het is begonnen op elf september 2001 en het duurt onverminderd voort. Dit zijn in toenemende mate de jaren van het keiharde aanpakken, de alzijdige permanente bewaking en de even permanente fun en consumptie.

Ik ga hier niet zeggen wat ik daarvan vind; die vrijheid van meningsuiting behoud ik me nog even voor. Afgezien daarvan geloof ik dat het weer tijd wordt voor een stevige anti-utopie of om te beginnen een paar scenario's. Een paar weken geleden trof ik het eerste scenario in Die Welt. Het is geschreven door de Britse historicus Niall Ferguson. Het is een goed beredeneerd verhaal, waarbij hij zich voorstelt dat Iran erin slaagt, een kernbom te maken. Door allerlei verwikkelingen breekt dan in augustus 2007 de atoomoorlog uit.

Zo valt er nog wel het een en ander te verzinnen, met een rampzalig of een gelukkig einde. De toestand in de wereld is weer vol van variabelen, die uitnodigen tot een oefening van de verbeeldingskracht. Tegen het einde van de Koude Oorlog maakte de consumptiedrang zich van de Sovjet-volken meester. Daar was niets tegen bestand en zo is het slot van de krachtmeting verhaast. Is het Midden Oosten ook voor zo'n consumptieverlangen vatbaar? Kunnen we ons een Arabische Mickey Mouse voorstellen? Of moeten we rekening houden met een nog verdere verharding van het wederzijdse keiharde aanpakken, met een aantal paddestoelwolken tot besluit?

Als ik rijk was, zou ik een jaarlijkse wereldprijs instellen voor het overtuigendste scenario. Het zou verrassingen kunnen voorkomen, bovendien leert het iets over de algemene gesteldheid van de mensen, en het is in overeenstemming met de vrijheid van meningsuiting. Wat let ons.