Stokpaardjes in mineur

In 1997 publiceerde Kurt Vonnegut zijn laatste boek, Timequake. Niet zijn nieuwste, niet zijn “laatste tot nu toe', nee, het boek waarvan hij zelf al in het voorwoord aankondigde dat het het laatste zou zijn dat hij ooit schreef. Brahms was, zo legde hij uit, al op zijn vijfenvijftigste met componeren gestopt en zelf was hij op dat moment al vierenzeventig. “Vierenzeventig! Genoeg!'

Nu is het wel erg kleinzielig een schrijver, bijna tien jaar later, erop af te rekenen dat hij zich niet aan zijn voornemen houdt. Zeker als we het hebben over de auteur van een eigenzinnig oeuvre met boeken als Slaughterhouse Five, Cat's Cradle en Breakfast of Champions. Maar bij de publicatie van A Man without a Country, de vierde titel die sinds het door hemzelf uitgeroepen eind van zijn schrijverschap werd uitgebracht, past helaas de vraag of het niet beter was geweest als iemand Kurt Vonnegut aan die afspraak met zichzelf had herinnerd.

De tekst is voor een groot deel gebaseerd op bijdragen die Vonnegut de laatste jaren leverde aan het tijdschrift In These Times. Ze zijn geredigeerd tot een associatief betoog waarin talloze stokpaardjes van de auteur langs mogen komen maar waarin het uiteindelijk over niets meer of minder gaat dan de toestand in de wereld, en die in de VS in het bijzonder.

De schaamteloze zelfverrijking van de politieke en economische elite, de slaafsheid van de media, de schijnheiligheid van wat in Amerika voor religie doorgaat en het anti-wetenschappelijke obscurantisme dat daarmee arm in arm gaat, Vonnegut signaleert het allemaal zonder veel nieuw inzicht te verschaffen. Het is pessimistisch opgeschreven, de kenmerkende kwinkslagen werken niet meer, in sommige passages is de schrijver een karikatuur van zijn vroegere zelf. En dat is jammer, want al lezend ontwikkel je met enig empathisch vermogen wel degelijk begrip voor het feit dat dit alles hem uiteindelijk maakt tot de “man zonder land' uit de titel van het boekje.

Uiteindelijk bewaart hij zijn diepste pessimisme voor de gevolgen van de plundering van de planeet en de onverschilligheid van de machthebbers daartegenover. En hoe dieper het pessimisme, hoe beter de galgenhumor dan weer werkt. Het zal menig lezer moeilijk vallen het met Vonnegut oneens te zijn. In een cultuur waarin het gezag van de opinies van ouderen in een vanzelfsprekend hoger aanzien staat dan bij ons, zou het dan voor een wijze tekst kunnen doorgaan. Maar teruggebracht tot wat hij beweert en de mate van originaliteit (of beter gezegd het gebrek daaraan), blijft er weinig overeind dat niet elders, in diverse toonaarden, beter is betoogd. Dat is spijtig.

Kurt Vonnegut: A Man Without a Country. Bloomsbury, 145 blz. euro 21,-