Lieve Paris, heb geduld!

Penelope schrijft Odysseus dat hij terug moet komen, Helena vraagt Paris geduld te hebben en Dido waarschuwt Aeneas dat zij zonder hem niet kan leven - verschillende mythologische personages, meestal vrouwen, nemen in Ovidius' Heroïdes de pen op en laten eens weten wat ze echt voelen en denken. Nu ja “echt', bepaald ongekunsteld waren de brieven die Ovidius ze in de schrijfstift legde, niet. De wendingen zijn vaak retorisch, de begroetingen fraai en gekunsteld: “Het meisje uit Kreta zendt u, Amazonezoon, een wens van welvaren/ dat zij zelf, tenzij u het haar geeft, zal ontberen.' (Phaedra aan Hippolytus). Maar de mogelijkheden waren groot - dankzij de brief, die nu eenmaal afstand tussen de geliefden veronderstelt, is er altijd een smartelijke scheiding en kan de heldin dus uitweiden over haar angsten en die nog eens benadrukken door te schrijven dat deze brief zo vlekkerig is vanwege haar tranen, of dat ze in de rechterhand de schrijfstift, in de linkerhand het zwaard vast heeft (waarin ze zich straks zal storten uiteraard).

In haar boek Heldinnenbrieven beschrijft historisch letterkundige Olga van Marion de typische kenmerken van een heldinnenbrief en de wijze waarop Ovidius' vondst - hij claimde althans dat hij zelf de uitvinder was van dit genre - in de Lage Landen werd nagevolgd vanaf de late Middeleeuwen.

Aanvankelijk werd Ovidius' werk vooral vertaald en tamelijk nauwkeurig geïmiteerd, zij het wel met moraliserende commentaren. De belevingswereld van de christelijke middeleeuwers stond nu eenmaal ver af van die der Romeinen, en de overspelige liefde, incestueuze betrekkingen en het dreigen met of zelfs het plegen van zelfmoord moesten duidelijk afgekeurd worden zodat de lezer wist dat het niet de bedoeling was dat hij- of zijzelf zich in dergelijke avonturen stortte.

Al spoedig werden de navolgingen vrijer en ontstonden er ook eigen scheppingen. De Antwerpse rederijker Cornelis van Ghistele vertaalde niet alleen, maar liet ook Menelaos, de bedrogen echtgenoot van Helena, aan het woord, die in zijn brief aan haar schrijft dat hij de correspondentie tussen haar en Paris kent - net als de lezers dus.

Een heel nieuwe wending neemt het genre als historische figuren uit de eigen omgeving (Jacoba van Beieren aan haar oom Jan) een brief toegeschreven krijgen, en nog weer een andere als eigentijdse figuren via dichters aan het corresponderen slaan: Caspar Barleaus schreef namens zijn tijdgenote prinses Amalia een brief aan prins Frederik Hendrik dat hij voorzichtiger moest zijn bij de belegering van Den Bosch.

De studie van Olga van Marion is heel zorgvuldig en uitvoerig, maar helaas ook wel een beetje saai, op de manier waarop wetenschap dat maar al te vaak is voor niet-wetenschappers: kleine verschuivingen worden over-omzichtig beschreven, de documentatie en bewijsvoering is uitvoeriger dan wie dan ook zou wensen en de opzet is braaf. Het materiaal is interessant genoeg. Een boek met een keuze uit de brieven in vertaling van Van Marion, die een leuke brutale vertaalstijl heeft - dát zou een aantrekkelijk boek opleveren.

Olga van Marion: Heldinnenbrieven. Vantilt, 409 blz. euro 24,90