'Ik handel in hoop, met winst'

Globalisering is een plettende wals? De succesvolle Indiase bankier en gelovig brahmaan Thallam Veeraraghavan Balaji brengt je snel op andere gedachten. Portret van een man die in honderden miljoenen Indiërs potentiële ondernemers ziet. 'Je kunt de mensheid niet straffen met hopeloosheid.'

Alles van waarde is weerloos en er zijn mensen die zeggen dat globalisering daarvan het perfecte bewijs levert. U weet wel, die enorme wals die alles in de wereld gelijk maakt en alles wat enigszins anders of eigenzinnig is zou pletten. Anderen zeggen dat globalisering niet gaat over wat van waarde is, maar over wat winst opbrengt.

Maar globalisering, dat is ook gewoon de persoon van Balaji. Thallam Veeraraghavan Balaji wel te verstaan. Hij wordt verlegen als je zijn naam probeert te spellen en uit te spreken en hij zegt met een wegwerpgebaar: 'Wij zuidelijke Indiërs doen niet aan voornamen.' Inderdaad, via Google vind je niets op zijn uitgebreide naam, alleen op TV Balaji en dan vind je ook nog alle gegevens van een plaatselijk tv-station in zuidelijk India.

Als je je eigen naam al begint te verdoezelen, kan het misschien waar zijn dat globalisering een plettende wals is, maar bij Balaji kom je snel op andere gedachten. Hij draagt een blauw colbert en een blauwe das met oranje strepen. Maar hij draagt ook een bandje van dun garen om de pols, in een soort rood dat altijd met alles wat een normaal mens kan dragen zal vloeken. En toch vind je het mooi samengaan: het teken van de succesvolle bankier en de gelovige brahmaan.

Balaji is in Nederland voor de conferentie 'A Billion to Gain', georganiseerd door ING Microfinance Support, met als vraag hoe het met het microkredietwezen verder moet, na het propagandajaar 2005 dat werd uitgeroepen tot het jaar van het microkrediet - het jaar waarin zelfs prinses Máxima zich inzette om grote financiers en banken ertoe te krijgen mee te doen met het wonder dat microfinanciering heet.

Het lijkt echt een wonder, die microfinanciering, dat lang geleden in Bangladesh werd bedacht door een zekere heer Yunus, toen hij op een avond een bedelend vrouwtje tegenkwam. Hij wilde haar een paar munten geven, toen hij zich afvroeg of hij haar dan echt geholpen had. Hij begon een gesprek met het vrouwtje, en ze zei dat ze met een bedrag, dat omgerekend niet meer was dan 50 Amerikaanse dollarcent, haar eigen bedrijfje zou kunnen opzetten. Het microkrediet was geboren.

Sindsdien is microkrediet langzaam aan big business geworden, zo groot dat alle banken erbij betrokken willen zijn. En dat brengt Balaji nu naar Nederland, naar deze conferentie en naar dit gebouw van de ING in Amsterdam Zuidoost. Niets aan dit bouwwerk is micro, alles is macro en juist hier zijn mensen geduldig bezig vorm te geven aan maatschappelijk verantwoord bankieren, bij daglicht, ook dat.

Balaji beweegt zich door het ING-gebouw alsof het zijn huis is. Ontspannen, ongedwongen, ongeïntimideerd. Hij is senior vice-president van ING-Vysya in India, de directeur van Agri and Social Banking, en dat senior, dat kwam spoedig, want hij is maar 45 jaar oud. Maar hij doet tegenwoordig nauwelijks anders in zijn kantoor in Bangalore dan buitenlandse gasten ontvangen. Daar doet hij niet cynisch over: die buitenlanders leidt hij naar de filialen van ING Vysya op het platteland. Soms kost dat acht uur rijden over smalle zandwegen met kraters van gaten. En van een filiaal moet men zich niet te veel voorstellen, een veredelde hut met het ING-Vysya-logo met de leeuw, waar toch heuse zaken worden gedaan. Groepen mensen, meest vrouwen, komen er hun schuld aflossen, voor een lening waarmee ze een bedrijf zijn begonnen, die lening die hen uit 'het hardnekkige moeras' van 'de wurgende armoede' trok; ja, Balaji weet de meer dan 100.000 klanten van zijn bank stevig te representeren.

Daarna brengt hij de buitenlandse gasten weer naar Bangalore en biedt ze een vegetarische maaltijd aan. De meeste gasten vinden dat niet erg en als ze het wel erg vinden, schept Balaji er een fijn genoegen in het hun niet helemaal naar de zin te maken.

Maar daar gaat het niet om, maakt hij duidelijk, die plotselinge aandacht en glamour voor microkrediet is belangrijk, daardoor komen miljoenen binnen, die in superkleine hoeveelheden worden gedistribueerd onder plattelanders, die daarmee productiemiddelen aanschaffen en een bedrijf beginnen en winst maken. Het is een geweldige groeimarkt, volgens Balaji is het eind nog lang niet in zicht.

Thallam Veeraraghavan is het jongste kind uit een gezin van zes. Zus, vier broers. Vader was werkzaam in de zijde-industrie en had een aantal hectaren grond, die hij verpachtte aan kleine boertjes. Zus en broers gingen in de ambtenarij. Alle aandacht was gericht op Thallam Veeraraghavan, die ingenieur moest worden volgens zijn vader, maar die economie en accountancy deed. Maar vader was liberaal, zegt hij met een beminnelijke glimlach, bovendien werd hij toegelaten tot een topinstituut, waar ze jaarlijks 250 studenten aannemen uit 100.000 aanmeldingen.

Dat liberale van zijn vader bleek iets anders te liggen toen hij vertelde dat hij wilde gaan trouwen met een vrouw van zijn eigen keuze. Ja zeg, eerst alles in hem geïnvesteerd als jongste zoon, en dan nu ineens denken dat je keus hebt. Maar Thallam Veeraraghavan werkte toen al bij een gigantisch Indiaas bedrijf dat de beroemde Royal Enfield motorfietsen produceert, de motorfietsen die door heel India crossen en door hun markante tuf-tuf-tufgeluid tot in Nederland motorclubs hebben. Bovendien was de vrouw van zijn hart niet zwaar afwijkend van zijn afkomst: zij was ook brahmaanse, ook zuidelijk Indiaas, en de familie ging om.

Balaji kreeg een dochter, ze is nu vijftien, en als het over haar gaat lichten zijn ogen op. Hier, in het ING-gebouwl, wil hij eigenlijk eindeloos blijven praten over zijn dochter. Over haar aanleg voor wiskunde, haar liefde voor de klassieke Engelse letterkunde en haar danskunst. Ze danst en zingt voorbeeldig en Balaji probeert haar dansvoorstellingen op school altijd bij te wonen, wat lang niet altijd lukt, mompelt hij spijtig. En als ze straks ook met haar eigen partnerkeus komt? Balaji glimlacht weer beminnelijk.

Balaji laat zich de aandacht en het aanzien dat hij tegenwoordig geniet met een zekere vanzelfsprekendheid aanleunen. Toen hij wegging bij het Enfield-motorfietsenbedrijf had het wel even eng geleken. De IT-industrie kwam op in Zuid-India, zou hij zich daarop storten? Als financieel specialist van Enfield had dat makkelijk gekund, maar iets zei hem dat hij het juist niet moest zoeken in de sector die in de jaren negentig een onvoorstelbare bloei doormaakte.

Dat iets dat in hem sprak had ook wel een gecalculeerde onderbouwing: het bruto nationaal product van India komt voor de helft uit diensten, voor een kwart uit de industrie en voor een kwart uit de landbouw. Maar in die landbouw zit wel tweederde van de bevolking van in totaal een miljard. Wat te doen, en Balaji nam het besluit: we gaan, nee, niet voor de landbouw, maar voor dat tweederde deel van een miljard arme mensen die niet lijken mee te tellen, maar desondanks gezien zouden moeten worden als potentiële ondernemers, die van deze wereld een aangename, meer rechtvaardige plek zullen kunnen maken.

Daarmee had hij het goede met het nuttige verbonden en dat is wel het minste wat je als bankier van brahmaanse afkomst kunt doen, gegeven het feit dat brahmanen wars zijn van geld en liever hun beloning in natura ontvangen dan zich te verlagen tot het accepteren van zoiets smerigs als roepies. Het goede en het nuttige, het dienen van de gemeenschap, daar staat het vloekend rode garenbandje om zijn pols voor.

Zo werd Balaji bankier bij ING-Vysya, een bank die zich toelegt op de landbouw en dus ook tractoren financiert, en de aandacht richt op alle nijverheid op het platteland dat smacht naar een investerinkje van enkele tientallen dollars om in staat te zijn zichzelf te bedruipen.

Armen die zichzelf bedruipen, dat is wat aan microfinanciering alle glamour geeft, dat is wat deze tak van het bankwezen zo sexy maakt, dat is waarom Máxima en Bono en Clinton en Mandela er zo betrokken bij zijn. Geef de armen geen vis, geef ze een visnet, was al het credo van Mao en wat nu pas commerciële weerklank krijgt. In termen van microfinanciering: geef ze een lening om dat net te kopen.

Balaji heeft bepaald geen spijt van zijn keus. Toen hij in Social Banking ging, vroegen sommigen zich af wat hem nou scheelde: zo'n hoge opleiding, zoveel mogelijkheden om in de uitbarsting van commerciële activiteit in India, sinds begin jaren negentig, stinkend rijk te worden, en in plaats daarvan een beetje sociaal zitten te wezen. Maar hij lijdt nu een zeer comfortabel leven en hij woont in Bangalore in een zeer comfortabele woning. Zijn vader is overleden, zijn moeder woont bij hem in, op de tweede etage van zijn bungalow. Dat is misschien wel het teken van zijn succes: het feit dat zijn moeder bij hém woont, en niet bij een van de vier oudere broers.

Elke dag staat hij om zes uur op. Doet zijn gebed, twintig minuten lang. Ontbijt. Daarna gaat hij naar de tempel, vlakbij huis. Om half negen is hij op kantoor om leiding te geven aan zo'n 500 werknemers die verspreid zijn over zuidelijk India. Om half negen 's avonds keert hij terug. Dan heeft hij even quality time met zijn dochter en bespreken ze klassieke Engelse letterkunde, waarna hij gaat lezen. Niet alleen in boeken over economie, de laatste tijd steeds meer boeken over spiritualiteit. Boeken over geestelijke gezondheid. Over zelfbeheersing. Over discipline. Om het heilige woord uit de boeken bij de daad te voegen heeft Balaji besloten op zondag niet meer te eten.

Discipline is het toverwoord bij Balaji. Roken en drinken deed hij toch al niet, vlees en vis zijn z'n leven lang taboe geweest, maar zoetigheid, daar kon hij niet van afblijven. Hij werd dik en hij vond dat een schande. Ongedisciplineerdheid is een schande. Hij is nu weer keurig tachtig kilo, slaapt maar zeven uurtjes, werkt zes dagen in de week, discipline boven alles.

En dat moet je bij een man als Balaji letterlijk nemen. Want de meest netelige vraag over de microkredietindustrie speelt op: die mensen die een lening krijgen van 50 of 100 Amerikaanse dollar om hun eigen bedrijfje te beginnen, die moeten dat netjes afbetalen, met rente, anders heeft het bankwezen er niets aan en was het hele onderwerp niet aan de orde. Maar waarom doen ze dat, dat afbetalen? De lening wordt niet per persoon verstrekt, maar per groep. Als je een lening wilt, moet je een tiental medestanders vinden die ook een lening willen. Samen wordt de lening verkregen, en samen wordt er afgelost.

Als er één niet aflost, wordt de hele groep erop aangesproken. En afgestraft, als het ware. Als je je aflossingsbedrag nou eens niet verstandig opzij legt, maar daarvan een mooie sari koopt, of de aanbetaling op een tv-toestel doet, of een stuk in je kraag drinkt, word je meedogenloos afgestraft door de groep. Dat is een dubbele straf: de bank verklaart je failliet, en de groep waartoe je dacht te behoren gooit je eruit. Levenslang.

Balaji erkent dat dit voorkomt. Niet vaak, maar het komt voor. Maar, zegt hij: dat microkrediet is niet zomaar een krediet, het is een methode om mensen zelfbeheersing bij te brengen. Discipline, dat is het toverwoord, en discipline leidt onherroepelijk tot zelfrespect. Arme mensen hebben geen ander onderpand dan hun karakter, nietwaar? Geen huis, geen land, niets dat de bank verkopen kan ter compensatie voor niet-afgeloste schulden. Alleen het karakter van de schuldenaar telt. Het vermogen om af te zien van snelle geneugten moet worden aangeleerd.

Dat is de diepere zin van het microkrediet, dat mensen zichzelf leren beheersen. En kijk naar hemzelf, Balaji, succesvol bankier, groot huis in Bangalore, zeer gerespecteerde gast op alle huwelijksfeesten, man van groot aanzien, en toch: op zondag niet eten.

'Ik zal eerlijk zijn', zegt Balaji ineens ontwapenend, zijn hand op de tafel, het vloekende rode garenbandje om zijn pols goed zichtbaar, starend uit het raam van ING-gebouw: 'Ik weet ook niet waar ik het over heb. Ik heb nooit armoede gekend. Ik ben hoog opgeleid en mijn dochter zit op dansles. Maar je kunt de mensheid niet straffen met hopeloosheid. Ik handel in hoop, met winst.'

Balaji zegt het tussen neus en lippen door, maar daar in het ING-gbouw denk je ineens: het gaat soms mooi samen. Wat van waarde is, kan best nog winstgevend zijn.