Hoe de Kneet het flikte

Het waren de jaren van wereldtitels, gele truien, klassieker-overwinningen en etappezeges. De Nederlandse Raleigh-wielerploeg van Peter Post was in die tijd (1974-1983) gezichtsbepalend. Veel mensen waren via de televisie getuige van de hoogtijdagen van de Nederlandse wielersport. Raleigh, genoemd naar een Britse fietsfabriek, werd gezien als de sterkste ploeg ter wereld en won ruim 900 wedstrijden in tien jaar.

Joop Holthausen, die als sportjournalist voor Het Parool de glorierijke jaren van Raleigh meemaakte, schreef er een onthullend en rijk geïllustreerd boek over dat vorige week werd bekroond met de Nico Scheepmakerbokaal voor het beste sportboek. Bij Raleigh bestond een hiërarchie; de Grote Vier - Jan Raas, Gerrie Knetemann, Joop Zoetemelk en Hennie Kuiper - stonden hoger in de rangorde dan renners als Henk Lubberding en Johan van der Velde. Maar als het om het ploegbelang ging, dan werd die hiërarchie terzijde geschoven en werkte iedereen in dienst van de kandidaat-winnaar.

Achter de successen op de weg schuilde de perfectionist Peter Post, de ploegleider die structuur aanbracht in de wielerformatie. In het boek wordt duidelijk dat niet zozeer Post als Jan Raas het tactisch brein was. Hij speelde zijn koersinzicht en kennis van alles wat hij in de wielerwereld van belang vond, op geniale wijze uit. Op meedogenloze wijze zette hij de koersen naar zijn hand. Als hij wilde winnen, won hij, zoals op het wereldkampioenschap van 1979 in Valkenburg. Wilde hij dat een ploeggenoot won, dan won een ploeggenoot.

Een andere onthulling zit hem in de nabespreking van het wereldkampioenschap van 1978. Gerrie Knetemann wint op de Nürburgring een adembenemende eindsprint van de Italiaan Francesco Moser. Zijn overwinning op de betere sprinter wekt alom argwaan. Moser laat na zijn nederlaag weten dat hij “is geflikt'. Hij meende een financieel akkoord met Knetemann te hebben. Hij wilde graag opnieuw (na 1977) wereldkampioen worden en had daar wel een geldbedrag voor over. Moser dacht een verbond met “De Kneet' te hebben gesloten. De Italiaanse ploeggenoten van Moser wilden bovendien geld zien voor hun geleverde inspanningen. 's Avonds luchtte Knetemann zijn hart bij zijn ploeggenoot Aad van den Hoek. Hij gaf toe, aldus Van den Hoek, dat hij Moser een beetje geflikt had. “Hij dacht dat we een deal hadden: ik een zak geld en hij de titel. Moser en ik hebben wel met elkaar gesproken, maar ik heb nooit gezegd dat ik akkoord was', zegt Knetemann tegen zijn verbouwereerde landgenoot.

Knetemann beleefde vervolgens, ondanks zijn wereldtitel, angstige tijden, zo vertelt zijn weduwe. Hijmoest zijn ploeggenoten laten delen in het bedrag dat de winnaar van het WK had verdiend. En hij moest Moser betalen, omdat volgens een ongeschreven wielerwet de winnaar de verliezer betaalt.

Holthausens boek levert veel nieuwe inzichten op. Vooral door de bekentenissen van Raas, die na oplopende conflicten met Post een nieuwe ploeg opzette. Raas heeft zich de laatste jaren afzijdig van de wielersport gehouden en maakt tegenover Holthausen een uitzondering. Alle mensen die met de Raleigh-ploeg te maken hebben gehad, vertellen hun verhaal. Alleen “wonder-mécanicien' Jan Legrand zwijgt. Post financierde de werkplaats van Legrand na zijn loopbaan als materiaalman, maar op een gegeven moment werd dit pand verkocht en de huur opgezegd. Sindsdien mijdt Legrand elk contact met mensen uit de wielersport.

Joop Holthausen: Het geheim van Raleigh. De biografie van een bijzondere wielerploeg. De Buitenspelers/ De Arbeiderspers, 367 blz. euro 39,50