Het naakt is een volle dagtaak

Er is maar één Japanner met een fototoestel. En hij heet Araki. Een Japanner met een camera is blijkbaar zo'n zeldzame verschijning dat al het werk van deze Araki gebundeld is. In kleine boeken en in boeken ter grootte van een kinderfiets; in fijnzinnige, dure uitgaven voor de liefhebber en in vuistdikke, worldwide editions, voor de heb. Araki heeft thuis een kast staan met 250 verschillende boekenruggen en op elke rug staat zijn eigen naam. Dat moet aan het eind van je leven een tevreden gevoel geven.

Nu is dus boek 251 verschenen. Duur en dik, zorgvuldig gebonden, met honderden en nog eens honderden grote en kleine, kleuren- en vooral zwartwit opnamen, en met veel ik-verhalen. Araki maakte vooral begin jaren negentig naam met foto's van zijn vrouw. Ze was jong en mooi en had niet lang meer te leven. Hij legde dat laatste traject vast en de rouw daarna - toen alleen een witte poes en de wolken hem nog gezelschap hielden.

Net zo bekend als deze serie werden de close-ups van bloemen. Geen gewone bloemen, maar meestal exotische exemplaren die hun mooiste tijd hadden gehad. Je ziet het meteen, elk moment kunnen de orchideeën in staat van ontbinding treden en dan zal hun sierlijke kelk als een klef lapje nietsigheid tot nattigheid wederkeren.

Vergankelijkheid en seksualiteit - dat zijn de grote thema's van Araki. De stervende bloemen staan voor “shoryo-nagashi', een Japans ritueel met bloemen op het water die de geest van overledenen naar de andere wereld voeren, zo lees ik in het boek. Araki zelf zegt daarin grenzen af te willen tasten, taboes te willen doorbreken, en het hele leven fotografisch te willen vastleggen. Die taboes hebben betrekking op het domein van de seksualiteit. Tussen die verwelkende flora kwam je destijds al de eerste jonge, Japanse schoolmeisjes tegen: naakt, en ingesnoerd. Of keurig gekleed maar wel poserend op hun hurken zodat we tussen hun knieën een glimp opvingen van het grootste taboe van Japan: schaamhaar. En daar kon een Japanse kunstenaar toen nog ongelofelijk furore mee maken - dat had deze meester goed in de gaten.

Sindsdien laat Araki nóg veel meer naakte meisjes zien, nóg veel meer bondage, en nóg veel meer schaamhaar - het naakt als dagtaak. Hoe recent deze opnamen zijn is niet te traceren. De datering op elke foto van Araki is fake, een grapje, want foto's maak je nu eenmaal voor de eeuwigheid, vertelt hij. De meisjes hangen dik en dun weer naakt in de touwen, liggen op zitbanken en zijn op het asfalt gesmeten en er hoeft maar een tuinslang of een visnet in de buurt te zijn of ze worden er als slavinken in opgerold. Sommige foto's hebben hier en daar wat verflikken meegekregen, of de kleur is weggeschraapt op die plekken waar - precies! - de genitaliën zichtbaar hadden moeten zijn.

Tussen de bondage-bedrijven door doet Araki nog dagboekachtig verslag over bijvoorbeeld het buurtleven in een genoeglijke wijk van Tokio of hij maakt Martin Parr-achtige stillevens van voedsel, waar vanwege de vaginale connotaties vanzelfsprekend nogal wat weekdieren tussen zitten. De fotograaf heeft het zeer getroffen met zichzelf, zo blijkt, maar je kijkt niet echt op van zijn notities: “Authenticiteit kan alleen gecreeërd worden door mensen die zelf authentiek zijn', schijft hij. “Fotografie is [...] penetratie' en “Art is all about doing what you shouldn't'. Een one-liner is in dit boek zelden een eye-opener.

Wél opmerkelijk is Araki's uitspraak dat het in de fotografie draait om “you see and you're seen' en dat hij daarom geen serieuze zaken vastlegt, want “you don't want to get involved.' Ja, als het dan toch allemaal niet verder gaat dan de opperhuid, moeten we aannemen dat Araki keer op keer niets anders doet dan het portretteren van zijn seksuele obsessie, “het masochistische meisje'. En omdat dat meisje nu als een logo bij hem hoort, zou je een dief van je eigen portemonnee zijn als je als eigentijds kunstenaar, internationaal begeerd door verzamelaars, zo'n merknaam niet tot de laatste druppel uitmelkt. Omdat jonge MTV-generaties niet meer van dat Japanse schaamhaar opkijken, wordt er inmiddels op enkele foto's al gegangbangd en is de fotograaf ook zelf met een dame in de weer gegaan. Maar dat weegt niet meer op tegen het feit dat je op vlees, ingesnoerd of niet, ontstellend uitgekeken kan zijn.

Nobuyoshi Araki: Self-Life-Death. Phaidon. 719 blz. euro 74,-