Gered dankzij de balkenbrij

Lezers besteden vaak weinig aandacht aan het motto dat aan een boek voorafgaat. Jan Wolkers bijvoorbeeld stuurt zijn boeken wel eens de wereld in met een citaat uit Kuifje. Ik heb daar een zwak voor. De Zweedse auteur Torgny Lindgren (Norsjö, 1938) geeft aan het recent vertaalde boek Het ultieme recept (Pölsan) een verheven motto mee: vier dichtregels van Rainer Maria Rilke. Het is een suggestief motto over de mens die altijd een toeschouwer is, een buitenstaander, en orde probeert te scheppen in de chaos van de omringende wereld. Maar dat lukt niet. Rilke schrijft: “Wir ordnens. Es Zerfällt./ Wir ordnens wieder und zerfallen selbst.'

Dat is geen optimistische stelling. Terwijl we orde proberen te scheppen in de chaos vervallen wijzelf, mensen, tot chaos. Lindgrens roman is een prachtig voorbeeld van het vergeefse verlangen van de mens naar orde, naar beheersing van de wereld om hem heen. Voor een dichter en schrijver als Torgny Lindgren, van wie in Nederland eerder romans als Het licht en Hommelhoning verschenen, is het niet verwonderlijk dat het verlangen naar orde hetzelfde is als het verlangen om te schrijven. Vertellen, schrijven, heeft altijd een reflecterende en dus ordenende betekenis.

In Het ultieme recept is een correspondent aan het woord die gestationeerd is in het noordelijk gelegen dorp Avabäck. Het is zeer koud. De wegen zijn onbegaanbaar en er ligt zoveel sneeuw dat er in het dorp niets meer kan gebeuren, “absoluut niets'. Het is maandag 22 december 1947 en noordelijke luchtstromen komen Zweden binnen. De correspondent begint aan een artikel over twee vreemdelingen die het dorp zijn binnengekomen - en dan met de volgende, in journalistiek opzicht noodlottige openingszin: “Hardnekkige geruchten houden staande dat een onlangs in de streek gearriveerde reiziger, een man van middelbare leeftijd met een Duits klinkende naam, niet degene is voor hij zich uitgeeft.' Hardnekkige geruchten, die de correspondent verder niet checkt. Hij gaat verder met de weergave van de geruchten: Ofschoon hij overwegend accentloos Zweeds spreekt, en ofschoon hij zich met groot gemak aan ons klimaat en onze levensgewoonten schijnt aan te passen, staat heel zijn wezen in het teken van vreemdelingenschap en onbestendigheid.'

Terwijl de auteur zich laat meeslepen door zijn bericht valt er ondanks de absolute stilstand in het dorp een brief op de deurmat. Zijn hoofdredacteur ontslaat hem, want er is aan het licht gekomen dat de correspondent verzinsels in de krant heeft gezet. Maar de journalist is niet bijzonder onder de indruk van deze mededeling, hij gaat onverdroten verder met schrijven en vlucht steeds verder in zijn fantasie. Lindgren neemt de ontslagbrief als uitgangspunt om prachtige gedachten en bespiegelingen te wijden aan het schrijverschap, zoals de volgende mededeling: “Zonder geschreven tekst stroomt de tijd alleen maar voorbij.'

Het spel tussen feit en fictie, tussen de weergave van de werkelijkheid, die de krant vereist, en verzinsel, speelt Lindgren in deze korte roman boeiend uit. De correspondent voegt nog een tweede persoon toe aan zijn relaas over “hardnekkige geruchten'. Het verhaal wordt steeds absurder.

Ondertussen bereikt de “berichtenschrijver' zoals Lindgren hem noemt de wonderbaarlijke leeftijd van 107 jaar. In het bejaardenhuis Zonzijde sluit hij tenslotte het relaas af en dan blijkt er uiteindelijk gerechtigheid. Wat de hoofdredacteur voor een verzinsel aanzag, is niets dan de waarheid. De vitaliteit van de correspondent is onverwoestbaar. Dat heeft hij te danken aan het recept waarnaar de titel verwijst, namelijk balkenbrij, een spijs bereid uit vlees van een varkenskop vermengd met ander vleesafval.

Ergens schrijft Lindgren dat het leven precies hetzelfde is als Thomas Mann weergeeft in De Toverberg. Dat is een belangrijke associatie, want het leven van de correspondent met zijn verhalen in het hoge noorden van Zweden is vergelijkbaar met dat in het sanatorium uit de roman van Mann. Traag gaat dat leven voorbij, vol bespiegelingen en overwegingen.

Het proza van Lindgren is verstild en gekleurd met mooie poëtische vergelijkingen. Het is een vondst dat de auteur encyclopedische inzetten op de pagina's geeft, zoals die over houten elanden van natuurlijke grootte die in Midden-en Noord-Zweden langs de wegen staan opgesteld: “De betekenis van de houten eland binnen de context van de boerencultuur en de primitieve eredienst is omstreden. Vgl. de profeet Joel 1.20: zelfs de dieren des velds zien smachtend tot u op.'

Omstreden: dat zijn de betoverende berichten van de correspondent daar in het ijzige, sneeuwrijke noorden. In die absolute stilte gaat de verbeelding spreken.

Torgny Lindgren: Het ultieme recept. Vertaald uit het Zweeds door Bertie van der Meij. De Bezige Bij, 223 blz. euro 19,90