Geloofshaat in Pakistan komt tot uitbarsting

Geweld tussen islamitische geloofsgroepen heeft gisteren opnieuw veel levens geëist in Pakistan. Extremisten stoken het vuur van haat tussen sunnieten en shi'ieten op.

Terwijl in het zwart geklede mannen zich op de borst sloegen en hun ruggen geselden, zorgden bommen gisteren voor een nog veel bloediger einde aan de jaarlijkse Ashura-processie in het Pakistaanse Hangu. Na de aanslag volgden botsingen tussen shi'itische en sunnitische moslims, met zeker 35 tot gevolg. Het was niet voor het eerst dat shi'ieten in Pakistan op de voor hen zo belangrijke dag slachtoffer werden van aanslagen. Twee jaar geleden vielen 44 doden door een zelfmoordaanslag in de zuidwestelijke stad Quetta.

De spanningen tussen sunnieten, ongeveer 80 procent van Pakistaanse bevolking, en shi'ieten zijn gegroeid sinds het bewind van generaal Zia ul-Haq die in 1977 de macht greep. Sindsdien zijn bij sektarisch geweld duizenden doden gevallen. Vanaf 1979 werd Pakistan de belangrijke uitvalsbasis voor islamitische strijdgroepen in hun strijd tegen de Sovjet-bezetters van Afghanistan. De nadruk die werd gelegd op het islamitisch karakter van de strijd, veroorzaakte in Pakistan zelf grote spanningen tussen sunnieten en shi'ieten over de in hun ogen juiste interpretatie van het geloof.

Na de 'bevrijding' van Afghanistan verlegden de islamitische strijdgroepen hun aandacht naar Kashmir. Daarbij gaat het hen niet alleen om de 'bevrijding' van Kashmir uit Indiase handen, maar ook om de stichting van een pure islamitische staat. Het extremisme wordt aangewakkerd doordat Al-Qaeda-leden en andere Afghanistan-veteranen zich bij de 'jihad'-groepen aansluiten.

Verschillende militaire regeringen hebben in Pakistan de democratische ontwikkeling beperkt, en vaak ruimte geboden aan religieus extremisme. De maatregelen van generaal Musharraf, die in 1999 met een staatsgreep aan de macht kwam, hebben nauwelijks effect. Door Musharraf verboden extremistische organisaties, zoals het grote Lashkar-e-Taïba, verantwoordelijk voor veel aanslagen in Kashmir, veranderen simpelweg van naam. De internationale roep om een strengere aanpak van madrassa's (koranscholen), vindt in de praktijk geen gehoor. Musharraf gebood vorig jaar dat de madrassa's buitenlandse studenten moeten wegsturen, maar de madrassa's weigeren dat.

Volgens analisten is het sektarische geweld de laatste jaren aangewakkerd doordat sunnitische, aan Al-Qaeda gelieerde extremisten hun onvrede willen uiten over Musharrafs steun aan de strijd tegen terreur. Een aanslag op een Amerikaans restaurant in Karachi (elf doden), vorig jaar mei, zou ook om die reden zijn gepleegd.

De aanslag op de markt in Hangu gisteren is niet opgeëist. Shi'ieten zagen daarin direct het werk van sunnitische extremisten. Na de explosies, die vermoedelijk het werk van een zelfmoordterrorist waren, staken woedende shi'ieten winkels en een bank in brand. Verder openden onbekenden het vuur op een bus buiten Hangu, waarbij vier doden vielen. Nog vier personen kwamen om bij een schietpartij die ontstond toen burgers na de afgekondigde avondklok toch de straat op gingen. De burgemeester van Hangu, Ghani ur-Rehman, probeerde de onrust te sussen door te ontkennen dat die het gevolg van sektarische spanningen was. 'Dit is geen zaak van shi'ieten en sunnieten', zei hij. 'Dit is terreur.'

Rectificatie / Gerectificeerd

Volgens het bijschrift onder een van de foto's bij het artikel Geloofshaat in Pakistan komt tot uitbarsting (10 februari, pagina 5) tonen vrouwen in de Turkse hoofdstad Istanbul een portret van Mohammeds kleinzoon . De foto is gemaakt in Istanbul, maar Ankara is de hoofdstad van Turkije. De beeltenis die de vrouwen op de foto meevoeren is niet die van Mohammeds kleinzoon Hoessein (Ibn Ali), maar van Mohammeds neef en schoonzoon Ali, de vader van Hoessein (Hz Ali).