En dat in de blowhoofdstad van de wereld

Waar winden stedelingen zich over op? Rond het Mercatorplein mag niet meer worden geblowd. Waarnemers melden na één week al minder overlast.

Op de hoek van de Hudsonstraat en de Jan Evertsenstraat in het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes staat een bord dat blowen verbiedt op straffe van vijftig euro boete. Onder het bord staan twee jongens. 'Wij blowen nooit', zeggen ze. Het bord vinden ze 'helemaal niks'. Een van hen zegt: 'Hoe kun je nou wel coffeeshops toestaan, maar verbieden om joints te roken? Hij schudt het hoofd. 'Dat heet nu gedogen. Pffff...'

Het bord is een week geleden geplaatst door Henk van Waveren, voorzitter van stadsdeel De Baarsjes. Een 'gebiedsaanwijzing' op en rond het Mercatorplein moet een einde te maken aan rondhangen in andermans portieken, urineren, toegang belemmeren tot voordeuren, en ruzies. Het idee voor een blowverbod kwam van de wijkagent, een functie die in Amsterdam met het woord 'buurtregisseur' wordt aangeduid. Van Waveren zegt dat de overlast in deze buurt 'sterk gerelateerd' is aan het roken van softdrugs. 'Jongens onder de achttien jaar wachten op straat, totdat iemand die ouder is softdrugs heeft gekocht in een coffeeshop. Vervolgens roken ze die snel op. Stiekem, want ze weten dat ze niet mogen roken en ook thuis zouden ze ervoor op hun donder krijgen.' Veel bewoners van de Hudsonstraat hebben bij hem geklaagd. 'Ouderen prikken mij op de borst en zeggen: jij moet wat aan die overlast doen.'

De bezoekers van Coffeeshop 156 in de Hudsonstraat vinden het blowverbod ronduit belachelijk. 'Het slaat nergens op', zegt medewerker Brian de Wit. 'Als je zo'n verbod instelt, moet je dat in de hele stad doen. Nu lopen mensen iets verderop. Zo verplaats je het probleem alleen maar.' Binnen zitten drie mannen te roken. 'Ze hebben hier goeie stuff', roept iemand.

Zijn buurman trekt onderuithangend aan een geestverruimende sigaret. De derde zit gebogen over een joint in het stadium van fabricage. 'Waarom zeggen mensen dat ze overlast hebben?' zegt hij. 'Ga dan in een dorp in Drenthe wonen. Als je een hekel hebt aan blowen, moet je niet in Amsterdam gaan wonen.' De vraag is nu waar zij bij zomerse temperaturen hun joints moeten roken. 'Niet hier binnen', zegt de een. De ander: 'In de zomer gaan we naar Bloemendaal om chicks te kijken.'

De meeste jongeren die overlast veroorzaken, komen uit andere wijken, zoals Slotervaart, Geuzenveld en Osdorp. 'Daar zijn bijna geen coffeeshops', zegt Alain Klein van de Stichting Beheer Mercatorplein. Hij organiseert evenementen voor de buurt. Klein: 'Ze paffen het op straat op en bij jongens van die leeftijd leidt dat soms tot losbandigheid.' Vooral in de zomer staan er regelmatig vijftien tot twintig jongeren in de portieken. 'Jonge gezinnen durven kinderen niet buiten te laten spelen', zegt een opbouwwerker.

De verbodsborden zijn al enkele malen gestolen. Het stadsdeel is op het idee gekomen om de borden te gaan verkopen. Voor negentig euro, exclusief verzendkosten. Er zijn al achthonderd borden verkocht. Bijna driekwart van de aanvragen komt uit de Verenigde Staten. Daar is het blowverbod een 'aardig nieuwtje' geweest. 'Amerikanen vinden het bijzonder dat in de blowhoofdstad van de wereld nu dit bord is geplaatst', analyseert een woordvoerder van het stadsdeel.

Zou het blowverbod echt helpen tegen de overlast? 'Ik denk van niet', zegt de opbouwwerker. 'Ik zou meer verwachten van een plan van aanpak voor die jongeren, met activiteiten.' Alain Klein van de Stichting Beheer Mercatorplein daarentegen ziet al effecten. 'Ik heb de indruk dat het blowen nu al iets minder is.' Niet dat een blowverbod belangrijker is dan het alcoholverbod dat al eerder op het Mercatorplein werd afgekondigd. Klein: 'Het alcoholverbod werkt prima. Ik had vroeger op feesten al om tien uur 's morgens te maken met jongens die door de drank agressief werden. Van jongens die blowen heb je nooit last. Die vallen op een feest in slaap.'