Eis doodstraf inzake 'Beslan'

Het Russisch openbaar ministerie heeft gisteren de doodstraf geëist tegen de enige overlevende dader van het gijzelingsdrama in de nabij Tsjetsjenië gelegen stad Beslan. Het is een opvallende eis, omdat Rusland als lid van de Raad van Europa niemand tot de dood mag veroordelen.

De bezetting van school nummer één in Beslan in september 2004 door Tsjetsjeense rebellen kostte 344 mensen het leven, onder wie 172 kinderen. De meeste rebellen kwamen om het leven bij de bestorming van de school door Russiche elitetroepen.

Openbaar aanklager Nikolaj Sjepel verklaarde gisteren in Vladikavkaz tijdens de rechtzaak tegen de enige overlevende verdachte, de Tsjetsjeen Noerpasji Koelajev, dat zijn ministerie hoopt dat de doodstraf 'een afschrikwekkende werking' zal hebben.

Koelajev, die onder meer moord en terrorisme ten laste is gelegd, heeft toegegeven dat hij heeft deelgenomen aan de bezetting van het schoolgebouw. Hij zegt daarbij niemand te hebben gedood.

Leden van de Raad van Europa, waarvan Rusland in 1996 lid werd, mogen de doodstraf niet uitvoeren. Een woordvoerder zegt in een telefonische reactie dat de Raad de zaak in de gaten houdt. Het eisen van de doodstraf is volgens hem niet onwettig, het uitvoeren zou dat wel zijn.

Enkele hoge regeringsfunctionarissen hebben, onder meer naar aanleiding van 'Beslan' voorgesteld het moratorium niet te laten gelden voor terroristen. Het openbaar ministerie komt met de eis tegemoet aan de wens van een groot aantal overlevenden en nabestaanden, die het strafproces in Vladikavkaz op de voet volgen.

In een opiniepeiling van een half jaar geleden sprak twee derde van de Russen zich uit voor de doodstraf. Vlak na de gijzeling in Beslan was dit 84 procent.

President Poetin sprak zich tijdens een werkbezoek in Spanje eergisteren uit tegen de doodstraf, maar zei bij een beslissing over het vraagstuk rekening te zullen houden met de gevoelens van het Russische volk.

De uitspraak in de zaak wordt eind deze maand verwacht.