Echte moeilijke vragen blijven buiten schot

Is het lezen van Jonathan Safran Foers tweede roman net zoiets als kijken naar een show van Oprah Winfrey? Lees en reageer op www.nrc.nl/leesclub

Kunnen romans tegelijkertijd te groot en te klein zijn? Personages tegelijkertijd overdreven volwassen en te infantiel? Een stijl van schrijven tegelijkertijd te omslachtig en te direct? Kan een verhaal tegelijkertijd te sprookjesachtig en te banaal zijn? Ja, tenminste dat ondervond ik bij het lezen van Jonathan Safran Foers Extreem luid & ongelooflijk dichtbij. Dat dit boek speels, ernstig en grappig is, dat het vol verbeelding en ontroering zit, geschiedenis oprakelt en actualiteit verwerkt en ook nog eens sterke dialogen bevat, maar dat het tegelijkertijd een enorme teleurstelling was en zelfs een vorm van woede opriep.

Een boek schrijven met een negenjarige, excentrieke en extreem begaafde hoofdpersoon, wiens vader stierf in het WTC op 11 september 2001 en wiens grootouders betrokken waren bij het bombardement van Dresden in de Tweede Wereldoorlog, is een ambitieus project. Foer heeft als motor van het boek de zoektocht bedacht van de jongen die bij de spullen van zijn vader een sleutel vindt en de naam “Black' en wil weten waarop de sleutel past. Al zijn omzwervingen en ontmoetingen ontlenen hun lading en betekenis aan de achtergrond van zijn vaders dood in de Twin Towers en de sprookjesachtige tragedie van zijn grootouders. Dat houdt het boek bij elkaar en vreemd genoeg is dat precies waardoor het boek zo frustreert. Je wilt als lezer niets liever dan via de persoonlijke belevenissen van de karakters begrip en gevoel krijgen voor wat de schrijver nu wil vertellen over hoogbegaafde jongetjes die hun vader verliezen, over 11 september, over New York, over emigratie uit platgebombardeerd Duitsland, over mislukkend vaderschap enzovoort. Honderden pagina's denk je te lezen over deze zaken, maar Foer blijkt je er uiteindelijk weinig over te vertellen te hebben.

Wervelend en met onmiskenbaar vertellerstalent verpakt hij precies de meest voorspelbare en kritiekloos geaccepteerde reacties op de verschillende thema's in scènes en brieven. Wat is 11 september in dit boek? Ja, vreselijk, al die onschuldige doden. Maar in het verdriet van Oscar en de expliciete, therapeutische manier waarop met rouw en verdriet wordt omgegaan in de Amerikaanse upper middle class waarin hij verkeert, valt weinig anders te lezen dan dat. De vader had ook in een willekeurige vliegramp het leven kunnen laten. Had hij ook nog kunnen bellen naar het antwoordapparaat thuis, vlak voor hij stierf. Was zijn lijkkist ook leeg gebleven.

Foer is, als het om 11september gaat, niet geïnteresseerd in iets anders dan het bezweren van de rouw en het verdriet, en in het schilderen van een aandoenlijke zoektocht naar troost. Het oprakelen van het bombardement van Dresden en ook nog eens Hiroshima helpt geen sikkepit. Ook daarover heeft hij niets te melden, behalve dat het het heel erg was en dat er veel mensen dood gingen en dat de gruwelen hen jaren achtervolgden. Dat 9/11 een terroristische aanslag betrof die de machtigste natie ter wereld in een staat van oorlog bracht en dat de machthebbers zich al dat verdriet en de schrik toe-eigenden voor propagandadoeleinden, dat blijft buiten het bestek van de negenjarige Oscar. Niemand van zijn gesprekspartners gaat in op wat 9/11 is behalve een tragedie voor de nabestaanden. In dit boek is 11 september een loodzwaar literair special effect.

Hoe kan een jonge, zo talentvolle schrijver als Foer zo'n ambitieus boek schrijven en nergens ruimte geven aan kritische gedachten? Onder het boek zit een grote hunkering naar het oplossen van alle verdriet, het uitspreken van de pijn, het helen van de wonden en het verzoenen met het verlies. Alsof je bij Oprah zit. Maar waar is de weerzin tegen die emotie-terreur, tegen de makmakende sjablonen waarin alle wreedheid, pech, razernij en waanzin wegverklaard wordt? Waar is de woede tegen het misbruik van verdriet en angst door de Amerikaanse machthebbers? Waar zijn de vragen die deze joodse New Yorker verbinden met de wereld van waaruit de aanslagen kwamen? Waarom over 9/11 of Dresden beginnen als je er niet echt over wilt nadenken en vertellen?

Foer heeft met de keuze voor zijn hoofdpersoon zijn verhouding tot de aanslagen, de stad, de geschiedenis beperkt tot die van een onwaarschijnlijk hoogbegaafd en verdrietig jongetje van negen. De Oskar uit de Blechtrommel van Grass, op wie Foer zijn Oscar baseerde, was behalve vroegwijs en negen ook een opportunist, iemand met een soms kwaadaardig oog. Van zijn getrommel ging iets verontrustends uit. Het leek een waarschuwing voor iets; iets wat Oskar voorvoelde maar zelf niet begreep. Er zat iets duivels aan de manier waarop Oskarchen zijn trommel tegen de volwassenen inzette, maar tegelijkertijd was hij een gekwetst kind. Foers Oscar speelt tamboerijn en is alleen maar slim, lief, vreemd, verdrietig en onweerstaanbaar cute. Extreem luid & ongelooflijk dichtbij legt de afstand tussen gruwelen en troost heel omslachtig af, in een wervelend en complex bouwsel van vertellingen. Maar in feite is het een kippeneind, iets wat met een paar hartverscheurende scènes en symbolische beelden wordt overbrugd. Niks aan de hand eigenlijk. De echte moeilijke vragen en feiten blijven toch buiten schot. Ja, precies als in een Spielberg film.

Volgende week in de Leesclub: Arjen Fortuin over straatrumoer en terreur in “Extreem luid & ongelooflijk dichtbij'. Discussieer alvast mee op www.nrc.nl/leesclub, waar ook alle andere artikelen over Jonathan Safran Foer te vinden zijn. Meer informatie op de website www.the-ledge.nl, die met de Leesclub samenwerkt.