Dromen van het Europese eldorado

Algiers ziet er een stuk beter uit dan een paar jaar geleden. Maar onder de Algerijnse jeugd heerst een gevoel van uitzichtloosheid. Veel jongeren zijn werkloos, en zij willen weg, legaal als het kan en anders langs informele routes.

In de winkelstraten van de Algerijnse hoofdstad Algiers openen supertrendy coffeeshops en bars, restaurants en luxewinkels hun deuren. In het centrum, van de stad lopen veel mensen er opvallend beter gekleed bij dan een paar jaar geleden. Het zijn in het oog springende veranderingen die onder andere het gevolg zijn van de normalisering van de maatschappij nu het extremistisch geweld ingedijkt lijkt, de binnenstromende oliedollars en de van bovenaf geleide economische liberalisering.

Maar tegenover de openlijk geëtaleerde nieuwe rijkdom in Algiers staan ook tekenen van een toenemende sociale uitsluiting, met name de groeiende jeugdwerkloosheid en de corruptie.

Vooral de jeugd blijft van de snel groeiende welvaart verstoken. Door het zeer hoge geboortecijfer - nu 20,8 geboorten per 1.000 inwoners maar in 1970 nog 48 - is naar schatting tweederden van de bevolking jonger dan 25. De meeste jongeren zijn werkloos of moeten zich een inkomen bijeenschrapen met het bewaken van illegale parkeerterreinen en andere informele activiteiten.

Het officiële Bureau van de Statistiek (ONS) telt 1,5 miljoen werklozen en spreekt van een daling: van meer dan 17 procent in 2004 tot minder dan 14 procent voor 2005. Die gemelde trend past goed bij de boodschap van de regering die over een periode van vijf jaar 2 miljoen nieuwe banen belooft. Maar het ONS geeft wel toe dat de werkloosheid onder de Algerijnen jonger dan 30 jaar is toegenomen, van 73 procent in 2004 tot 75 procent in 2005.

'De uitzichtloosheid en groeiende frustratie maken dat veel Algerijnse jongeren willen emigreren en lokale mensenhandelaars spelen daar gretig op in', zegt Mabrouk Adda. Hij is de flamboyante hoofdkelner van een restaurant op de Boulevard Didouche, maar is ervaringsdeskundige als eigenaar van een opleidingscentrum voor jongeren boven het eethuis.

Volgens een studie van de Europese Unie is Algerije het op twee na grootste emigratieland vanuit de MENA-regio (Midden-Oosten en Noord-Afrika), na Turkije en Marokko. Een rapport van de Europese Commissie van vorig jaar vermeldt daarnaast een toenemend aantal Algerijnen dat als verstekeling wordt gepakt in havens als Oran en Algiers, wat erop wijst dat het aantal zogenoemde haragas die het wel lukt clandestien de oversteek te maken, ook groeit. De weinig betrouwbare en gedateerde officiële Algerijnse rapporten geven geen cijfers over de smokkel van illegalen.

Begin jaren '90, bij het uitbreken van de bloedige oorlog tussen moslimextremisten en autoriteiten, vertrokken duizenden Algerijnen als immigrant of als asielzoeker, vooral naar Frankrijk en later ook naar Groot-Brittannië. Maar vandaag zijn al die deuren in principe dicht. Mensensmokkelaars doen daarom gouden zaken. 'Er zijn zowel particulieren als criminele bendes die nepbedrijven opzetten, die zogezegd in Algerije en Europa in het land van bestemming werkzaam zijn als joint-ventures. Die mafieuze organisaties zien met de liberalisering van de economie en handel meer dan vroeger hun kans schoon om jongeren een droomtoekomst in het rijke buitenland te verkopen. Voor 2.000 euro krijg je een visum en een baan in Parijs of elders in Europa', aldus Mabrouk.

'Het is een parallelle arbeidsmarkt, een ondergronds circuit waar maar weinig informatie over bekend is, maar zoals bij de drugshandel weet iedereen precies waar je moet aankloppen voor een snel visum', zegt Mabrouk. 'Het gonst in de stad van de geruchten daarover; zij dromen allemaal van Frankrijk en Europa, het eldorado', zegt hij, wijzend op een groepje studenten. 'Maar je moet wel uitkijken: visa blijken meestal vervalsingen en ook die leuke baan is alleen een fata morgana. Ze worden gerepatrieerd of gaan de gevangenis in.'

Mohammed al-Hamam (29) is net zoals zijn jongere broer en twee zusters al jaren werkloos. Hij wil niet meer wachten op betere tijden. 'Ik wil hier weg, zo snel ik kan. Ik ga naar Europa. Bij voorkeur Spanje, Frankrijk is nu haast onmogelijk. Daar zoek ik werk, het maakt niet uit wat ik moet doen, en dan zorg ik voor een verblijfs- en arbeidsvergunning. Ik heb een kamer geboekt in een hotel in Benidorm, en mijn dossier is bij het consulaat van de Spaanse ambassade', zegt Mohammed optimistisch.

En als het antwoord negatief is? 'Dan ga ik het op een andere manier proberen, als haraga, als verstekeling aan boord van een schip, of ik betaal voor een meer geïmproviseerd transport van Algiers tot aan de Spaanse kust. Ik heb het ervoor over. Ik heb geen andere keuze.'

Mabrouks oudste zoon Abdelghani, 26, had meer geluk. Hij vertrok met een bona fide visum twee jaar geleden naar Frankrijk om daar zijn droom waar te maken. Maar nu is hij terug in Algiers.

Zijn vader wist hem ervan te overtuigen dat er in Algerije weer een toekomst is en hij leidt nu samen met zijn vader 'Edita', een vormingscentrum gespecialiseerd in computer- en taalcursussen recht tegenover de Universiteit van Algiers. 'De studenten willen liefst een baan bij een van de talrijke nieuwe westerse bedrijven, maar ze kampen met de gevolgen van de systematische verwaarlozing van het Algerijnse onderwijs. De meesten beseffen dat en willen daar nu snel wat aan doen', aldus Mabrouk.

'We kunnen niet blijven wachten tot de staat ons kansen geeft. De wederopbouw moet in de eerste plaats van de mensen zelf komen', stelt Abdelghani. Er zijn in het centrum 150 plaatsen en de tien leslokalen zijn goed uitgerust als computerklassen en taalpracticums. 'Wat we hier proberen op te zetten is kleinschalig, maar het is voor Algerije echt vernieuwend. Jongeren willen een dynamisch en op de markt gericht onderwijsaanbod en moderne, praktische vaardigheden.'

De studente Manem (21) is er blij mee: 'Deze nieuwe centra vormen een soort tegengif tegen het algemene gevoel van uitzichtloosheid onder de aankomende generatie, en dat is heel hard nodig. Nee, lang niet iedereen wil hier weg', getuigt ze.

Bij Edita volgt Manem een computeropleiding naast haar universitaire studie Frans. Ze draagt geen hoofddoek. 'Dat is me veel te warm. Maar ik ben praktiserend moslim en ik zie het helemaal niet zitten om in Europa te leven temidden van niet-moslims.'