Dienstenrichtlijn wordt 'light'

In het Europarlement tekent zich een compromis af over de dienstenrichtlijn. Er blijven barrières over voor dienstverleners die de Europese markt op willen.

Hij komt dichterbij, de omstreden dienstenrichtlijn. Onderhandelaars van de twee grootste groepen in het Europees Parlement, de sociaaldemocraten en christendemocraten, zijn het bijna eens over een compromistekst. De richtlijn moet de grenzen verder openen voor diensten in de Europese Unie; onder anderen loodgieters en architecten zouden overal in de EU aan de slag kunnen gaan.

Een felle discussie heeft zich toegespitst op het zogenoemde land-van-oorsprong-principe. Dat wil zeggen: bedrijven hoeven alleen te voldoen aan de regels van het land waarin ze zijn gevestigd (het land van oorsprong), om diensten te mogen te verlenen in een ander EU-land. Een Pools bouwbedrijf dat een klus uitvoert in Nederland zou dus moeten voldoen aan de Poolse regels.

In het huidige compromisvoorstel is dit land-van-oorsprong-beginsel geschrapt. In plaats daarvan is nu omschreven wanneer een land buitenlandse dienstverleners mag weigeren: op gronden van 'sociaal beleid, consumentenbescherming, milieubescherming, publieke veiligheid en gezondheid'.

Veel parlementariërs kunnen zich vinden in het schrappen van het land-van-oorsprong-beginsel. VVD-europarlementariër Toine Manders, warm voorstander van de richtlijn, zei een paar dagen geleden al: 'De woorden land-van-oorsprong waren te veel gepolitiseerd. Het was een soort vergif geworden.'

Maar wat is straks de praktijk? 'Alle eisen die strikt te maken hebben met het verlenen van een dienst, worden gesteld door het land van oorsprong', zegt Ieke van den Burg, europarlementariër voor de PvdA. Dat wil zeggen: het Poolse bedrijf dat tijdelijk in Nederland wil werken, hoeft alleen te zijn geregistreerd bij de Poolse kamer van koophandel en te voldoen aan de Poolse kwalificatie-eisen.

Een Nederlandse bouwvakker zal zich waarschijnlijk vooral afvragen: wat krijgen die Polen straks betaald, zijn ze veel goedkoper dan ik? Het antwoord is: nee, ze krijgen een Nederlands CAO-loon als ze in loondienst werken. De dienstenrichtlijn zegt daar namelijk niets over, niet in het oude voorstel van de Europese Commissie en niet in het compromisvoorstel dat nu in het Europees parlement wordt besproken. Buitenlanders die tijdelijk in Nederland worden gedetacheerd vallen onder een Nederlandse wet die vorig jaar door de Eerste Kamer werd aangenomen. Die bepaalt dat werknemers van buitenlandse bedrijven die tijdelijk in Nederland werken, betaald moeten krijgen volgens de Nederlandse CAO - mits die algemeen verbindend verklaard is. 'Waar het eigenlijk om gaat, is dat dat straks goed wordt gecontroleerd', zegt Bert Doorn, europarlementariër voor het CDA.

Zal de richtlijn het nu halen? Dat is nog niet zeker. Pas volgende week, als het Europees Parlement plenair bijeen komt, zal blijken of de fracties van sociaaldemocraten en christendemocraten daadwerkelijk instemmen met het compromis van hun onderhandelaars.

Intussen zullen de onderhandelingen doorgaan. De christendemocraten hebben namelijk nog twijfels over de mogelijke blokkade die landen op kunnen werpen tegen buitenlandse dienstverleners op het terrein van 'sociaal beleid' en 'consumentenbescherming'. 'Dat gaat veel te ver', vindt CDA'er Doorn. Hij denkt dat lidstaten van die bepaling misbruik kunnen maken om protectionische maatregelen te nemen.

Ook VVD'er Manders maakt zich daar grote zorgen over: 'Dit zijn containerbegrippen, waar de lidstaten naar het hen uitkomt invulling aan kunnen geven.'

En als het Europees Parlement instemt met de dienstenrichtlijn dan is die nog geen feit. Na het parlement, mogen de Europese Commissie en de regeringen van de EU-lidstaten nog oordelen over het compromis.

Het is goed mogelijk dat een aantal regeringen niet gelukkig zal zijn met deze light-versie van de dienstenrichtlijn. Zes landen, waaronder Nederland, hebben gisteravond een brief gestuurd aan de Europese Commissie, bevestigt een woordvoerder van het ministerie van Economische Zaken. De regeringen vragen, aldus de Britse krant The Independent, om een richtlijn die effect sorteert. Ook het Verenigd Koninkrijk en Hongarije zouden medeauteurs van de brief zijn.