Denk niet wit, denk niet zwart ...

Witte muzikanten “lenen' vaak van hun zwarte collega's. Diefstal of culturele kruisbestuiving? Het indelen van muziek naar huidskleur lijkt niet uit te bannen, maar de jongste generatie trekt zich er steeds minder van aan.

Wat hebben de muzikanten Eminem, Joss Stone en Elvis Presley met elkaar gemeen? Ze werden als blanken beroemd met muziek die als “zwart' gold: respectievelijk rap, soul en rock “n' roll. En ze hebben er meer mee verdiend dan hun zwarte voorbeelden. Zoals Eminem op zijn cd The Eminem Show (2002) rapte “Look at my sales/ let's do the math/ If I were black I would've sold half.'

Is hier sprake van diefstal? Zoals auteur Kevin Phinney het zegt in Souled American. How Black Music Transformed White Culture: als diefstal betekent dat je iets neemt dat niet van jou is, en het presenteert alsof dat wel zo is - welke muzikant heeft dan niet gestolen? Phinney, een showbizz-journalist uit Texas, beschrijft de zwarte muziekstijlen chronologisch, en analyseert per stijl de kruisbestuiving tussen wit en zwart: van ragtime, jazz, gospel, blues, rock “n' roll, tot met disco en hiphop. De afgelopen vierhonderd jaar weet hij samen te vatten in 350 bladzijden, zonder daarbij oppervlakkig te worden. Integendeel, Phinney heeft eindeloos veel citaten, anekdotes en voorbeelden, waarvan sommige bekend zijn, maar vele nieuw.

Niet alleen de muziek, de hele Amerikaanse populaire cultuur blijkt een zwarte achtergrond te hebben, te beginnen met de black minstrel-shows. Daarin zongen zwart geschminkte blanken (“blackface') liedjes en maakten grappen, alsof ze zwart waren. Die vermomming had een psychologische achtergrond, meent Phinney. De blanke performers voelden zich vrijer achter een masker van zwarte schmink. Door te doen alsof ze zwart waren vervielen de strenge, “blanke' normen die waren ingegeven door kerk en gemeenschap. Als “zwarten' konden ze wilder dansen, harder zingen en scabreuzer praten.

Het verschijnsel dat witte muzikanten “lenen' van zwarten wordt vooral geassocieerd met Elvis en de Beatles en de Stones. Maar het is nooit opgehouden, zoals je kunt zien aan de hedendaagse hitlijsten, met daarin artiesten als Joss Stone en Eminem. Evenmin was Presley de eerste die zwarte muzikanten imiteerde; de trend begon met de minstrels en zette zich voort in de ragtime, jazz, gospel en blues. Soms ging het om elementen van de muziek, zoals een ritme of een gitaarstijl, soms werden complete liedjes overgenomen. In de jaren vijftig was het gangbaar dat iemand als Pat Boone (wit) een liedje opnam van een zwarte artiest, en dat beide platen tegelijk werden uitgebracht. Zo had Pat Boone met Little Richards “Tutti Frutti' een veel grotere hit dan Richard zelf.

Toch kan de vraag “Is het diefstal' niet eenduidig worden beantwoord. Witte artiesten verdienen vaak meer geld en verwerven meer aanzien met hun versie van een zwart idee, maar ze geven er in veel gevallen ook iets voor terug. Dat was de ervaring van de vele Amerikaanse bluesgitaristen die in Engeland in de jaren zestig tot hun eigen verbazing werden onthaald als sterren. Hun faam was verbreid door Britse adepten als Jimmy Page, Mick Jagger en Keith Richards.

Niet alleen de vaak expliciete erotische lading van veel zwarte muziek, was voor veel witte muzikanten aantrekkelijk, ook de typisch zwarte stijl die we tegenwoordig cool noemen was en is dat. Inmiddels is onze hele cultuur (kleding, muziek, gedrag) beïnvloed door de zwarte stijl. Voor wie zich afvraagt waar cool precies in zit, geeft Hinney een mooie typering. Cool is het talent om van niets iets te maken; die kwaliteit hangt samen met de arme achtergrond van de zwarte gemeenschap. Zij zijn genoodzaakt om met “weinig' iets neer te zetten. Veel blanken imiteren dat gedrag: al zijn ze welgesteld, ook zij verkiezen de “armoede-cultuur'. Trainingspakken in plaats van nette kleren, bijvoorbeeld.

Die “armoede'-trend zet zich door in de muziek. Want zo ontstond hiphop: met slechts een paar apparaten (“Two turntables and a microphone') en een vlotte prater. Dat is nog eens wat anders dan de vrachtwagens vol instrumenten en versterkers van de gemiddelde rockband. Misschien is armoede ook de reden dat zwarte muziek uitblinkt in ritme-gevoeligheid. Want voor ritme is niets meer nodig dan een paar tikkende voeten of klappende handen. Zo staat er in Souled American een beschrijving door gospelzangeres Mahalia Jackson van The Soul Stirrers (met Sam Cooke). Zij “stampten, klapten en zongen met hun hele lichaam. Ze hadden ritme, een “beat' die terug ging tot op de dagen van slavernij, en hun muziek was krachtig en expressief.'

Ritme is de rode draad van dit boek: de sterke aanwezigheid, vernieuwingsdrang en souplesse van “zwarte' ritmes. Daar zetten witte muzikanten hun gevoel voor melodie tegenover. Het is dankzij de nadruk op een melodieuze kwaliteit dat witte liedjes vaak als toegankelijker en hitgevoeliger gelden dan zwarte liedjes.

Het is onthutsend om te lezen hoe al vier eeuwen lang de zwarte en witte inbreng in muziekstijlen wordt gewogen. Ook alle stereotypen komen steeds weer langs: blanken spelen met hun hoofd en zwarten met hun hart; het grote publiek houdt meer van de verwaterde versies door blanke muzikanten dan van het ruigere origineel. Dat afwegen lijkt kinderachtig, maar het is onuitroeibaar. Net als de kwestie van legitimiteit: wie mag aanspraak maken op een bepaalde muziekstijl. Zo heeft jazz-muzikant Wynton Marsalis een, licht geborneerde, vuistregel: “Zwarten kunnen beter jazz spelen dan blanken, want zwarten hebben het bedacht. Wie iets heeft uitgevonden is vanzelfsprekend de autoriteit'. Waarop Phinney opmerkt dat blanken dan zouden moeten uitblinken in basketbal.

Tot op de dag van vandaag moet de witte muzikant die een zwart genre speelt, zich verantwoorden. Eminem en Joss Stone kwamen er mee weg doordat ze zich lieten omringen door populaire zwarte muzikanten; de Engelsman Jamiroquai daarentegen wordt verweten dat hij probeert te scoren met een “Stevie Wonder-stem'. Het omgekeerde geldt evengoed. De rockmuziek van de zwarte zanger en gitarist Lenny Kravitz wordt in blanke media niet serieus genomen. “Omdat ik muziek speel die zij als hun eigendom beschouwen', meent een verontwaardigde Kravitz. “Als ik wit was geweest hadden ze me een genie gevonden'.

De reden dat zwarte zangers die melodieus zingen toch minder succes hebben dan hun blanke collega's, zou te maken hebben met de uitstraling van zwarte muzikanten. Die is voor het witte publiek te “gevaarlijk' en ruig. Maar volgens Phinney zit er een versmelting aan te komen. Hij meent dat de grenzen tussen pop, hiphop en r&b op dit moment aan het vervagen zijn, waardoor het onderscheid tussen zwart en wit straks moeilijker te bepalen is. Dat zou ook betekenen dat de witte en zwarte imago's naar elkaar toe groeien: blank wordt gevaarlijker en zwart gereserveerder.

Kevin Phinney: Souled American. How Black Music Transformed White Culture. Billboard Books, 368 blz. euro 32,-