Bureaucratie en kunst

Beeldend kunstenaars hebben baat bij een bloeiende, drukbezochte kunsthandel, die hun werken te midden van anderen aan het publiek vertoont en verkoopt. Daarom zal een nieuwe heffing op de doorverkoop van kunstwerken, die bedoeld is om kunstenaars te helpen, averechts voor hen uitpakken. Het zogenoemde volgrecht geeft de kunstenaar en zijn erfgenamen het recht op 1 tot 4 procent van de opbrengst van doorverkoop. De Eerste Kamer stemde deze week over invoering van dit volgrecht, overeenkomstig een Europese richtlijn. Het zal echter zoveel administratie opleveren voor kunsthandelaren, dat het zaken doen wordt bemoeilijkt.

Voor de modale kunstenaar zal het volgrecht weinig opbrengen, omdat vrijwel alle kunstwerken bij de tweede verkoop in waarde zijn gedaald. In Nederland treedt het pas in werking vanaf de verkoopprijs van 3.000 euro. Qua wanverhouding tussen opbrengst en administratiekosten, lijkt het volgrecht op het leenrecht voor auteurs van bibliotheekboeken. Het is een van die bureaucratische hindernissen die Europa berucht heeft gemaakt.

Niet de arme kunstenaars, maar vooral de erfgenamen van bekend geworden kunstenaars hebben baat bij de regeling. Het auteursrecht is in Europa verlengd tot de periode van zeventig jaar na de dood van de maker. Aan zo'n absurd lange geldigheid van het auteursrecht heeft de maker zelf niets. Het remt alleen het vrije creatieve verkeer. In Frankrijk, waar het volgrecht al langer bestaat, profiteerden in 1996 slechts zeven erfgenamen van vooraanstaande kunstenaars Picasso en Matisse ervan. Zij hebben dat geld niet zo hard nodig als de kunstenaars zelf, die zijn gebaat bij een hoge omzet in de kunsthandel.

De hele Europese Unie is gedegradeerd als vestigingsplaats voor kunsthandelaren en daarmee ook voor kunstenaars. Om die reden hebben vooraanstaande kunstenaars als Karel Appel, Georg Baselitz en Arnulf Rainer partij voor de galerieën gekozen en tegen het volgrecht geprotesteerd. Amerika en Zwitserland worden aantrekkelijker vestigingsplaatsen omdat daar het volgrecht niet bestaat. Het aandeel van Europa op de internationale kunstmarkt is al snel aan het dalen, ten gunste van Amerika en New York, waar de grote transacties heen verhuizen. New York is na de oorlog altijd al een belangrijke trekpleister geweest voor Europese beeldende kunstenaars. De Britse regering, die heeft laten berekenen dat de invoering van het volgrecht daar wel 1 miljard euro per jaar kost aan omzetderving van de kunsthandel, heeft in Brussel uitstel van de maatregel tot 2012 bedongen.

De Eerste Kamer heeft aan minister Donner gevraagd de maatregel in 2008 te evalueren. Dat zal dan toch eerst in Brussel moeten gebeuren, waar de Nederlandse regering een coalitie zou moeten vormen om de volgrecht-richtlijn weer in te trekken. Europa moet de creatieve bedrijvigheid maximale ruimte geven.