Amrita

“Je zult zien hoe lekker het straks is“, zei oom Cor, “als jullie eenmaal dóór zijn.“ Dat zei hij altijd, als hij Amrita en Mitchell naar zwemles bracht. Maar vandaag was er geen gewone zwemles.

Ze moesten afzwemmen, voor hun A-diploma. De kinderen uit de zwemklas waren vijf, of zes, net als Mitchell. Alleen Amrita was al negen.

Het was de schuld van oom Cor, de baas van het buurthuis waar ze elke dag na school heen ging, dat ze haar diploma toch nog moest halen. Hij had haar en Mitchell naar zwemles gestuurd, wel een jaar lang. “Alle kinderen in Nederland moeten kunnen zwemmen“, zei hij altijd. “Dus jullie ook.“ Oom Cor noemde Mitchell Vogeltje, omdat hij klein en bibberig was. Amrita noemde hij Boems.

Ze liepen vanaf de bushalte naar het zwembad. Mitchell trilde meer dan ooit, het was meer schokken dan lopen wat hij deed. Amrita was misselijk. Ze duwde de zware zwembaddeur open. Oom Cor legde een hand op haar schouder. “Zwemmen is leuk. Vergeet dat niet. Jij, Vogeltje, naar de mannenkleedkamer, en jij naar de vrouwen, Boems. Vooruit.“

Amrita wrong zich door de deur. De kleedkamer stond vol kleine meisjes en moeders. De moeders hadden camera's bij zich, en grote tassen waar cadeaus uitpuilden. Amrita wurmde zich langs de billen van een vrouw die over een huilend meisje gebukt stond. “Kun je niet uitkijken?“ zei de vrouw boos. “Stil nou maar, Emma, die domme, domme mama heeft per ongeluk je paarse badpakje in de tas gedaan“

“Ik wil mijn roze!“ krijste het meisje. “Mijn kiebienie!“

Op Amrita's badpak stonden bloemetjes die er uitgegumd uitzagen. Het was het badpak van Sandra, de dochter van oom Cor, geweest. Sandra was al lang groot. Over het zwempak trok Amrita een joggingbroek en een T-shirt aan; ze moesten om te beginnen met kleren aan zwemmen.

In de doucheruimte werd niet gedoucht. Het was er nog drukker met ouders en kinderen dan in de kleedkamer. In een hoek leunde oom Cor tegen de tegelmuur. Hij praatte aan één stuk door over hoe geweldig het was om in het water te zijn. Mitchell zat sniffend tussen zijn voeten.

Ineens stond de zwemjuffrouw op de drempel. “Kinderen naar voren, ouders naar achteren! Pas op dat u niet tegen de doucheknoppen stoot.“

“Kom op Boems“, zei oom Cor en gaf Amrita een duwtje. “Denk erom: nat zijn is fijn!“ “En jij dan?“ mompelde Amrita. “Je wordt zelf nooit nat.“

Ze slofte achter de andere kinderen aan om het zwembad heen en dacht: ik haal het nooit, en Mitchell ook niet. Het blauwe water blikkerde. Ze moesten gaan zitten op een bank. De zwemjuf legde uit wat ze moesten doen. Maar ineens klonk er gegil, uit het douchehok.

Alle ouders waren nat. Hun jassen, hun mutsen, hun tassen met cadeaus, alles drupte. “Welke idioot zet nou ineens de douches aan!“ schreeuwde een vader. Als laatste kwam oom Cor tevoorschijn. Zijn haar lag plat op zijn hoofd, zijn baard glom van het water, hij schudde zich als een hond. Toen knipoogde hij naar Amrita en Mitchell.

“Hé“, zei Henk, die naar het afzwemmen van zijn zusje kwam kijken, “zie je dat grote meisje, mam? Die zit bij mij in de groep.“

Wordt vervolgd. Volgende week in Groep Zes: Henk.