VS: Syrië, Iran wakkeren protesten aan

De Verenigde Staten hebben gisteren Syrië en Iran ervan beschuldigd opzettelijk te hebben aangezet tot antiwesterse rellen naar aanleiding van de publicatie van spotprenten van de profeet Mohammed, allereerst in een Deense krant.

'Er zijn regeringen die van deze gelegenheid gebruik hebben gemaakt om aan te zetten tot geweld', zo zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Condoleezza Rice, tijdens een gezamenlijke persconferentie in Washington met haar Israëlische collega Tzipi Livni. 'Iran en Syrië hebben hun uiterste best gedaan om de gevoelens in vlam te zetten en dit te gebruiken voor hun eigen doeleinden en de wereld zou hen daarop moeten aanspreken.'

In Iran zijn de afgelopen dagen enkele betogingen georganiseerd bij de Deense ambassade. In Syrië zijn vorige week de ambassades van Denemarken en Noorwegen in brand gestoken. Zowel de Syrische als de Iraanse regering staat onder sterke westerse druk, de eerste in verband met de moord op de Libanese oud-premier Rafiq Hariri, de tweede wegens haar omstreden atoomprogramma.

De Syrische ambassadeur in Washington, Imad Moustapha, verwierp meteen Rices beschuldiging. Tegenover het Amerikaanse televisiestation CNN zei hij dat de Amerikaanse aanwezigheid in Irak en de Israëlische bezetting van Palestijns land juist antiwesterse gevoelens aanwakkeren.

In de Libanese hoofdstad Beiroet werd een mars van honderdduizenden shi'itische moslims ter gelegenheid van de traditionele rouwplechtigheden voor Ashura vanochtend tevens een protest tegen de spotprenten. 'De natie van de profeet accepteert de beledigingen niet', luidde een van de leuzen. De mars verliep vreedzaam. (Reuters, AFP)

Onze correspondent voegt hieraan toe: Honderden Palestijnse middelbare scholieren hebben gisteren in Hebron het gebouw van de Temporary International Presence in Hebron (TIPH) bestormd. De 60 ongewapende buitenlandse waarnemers werden onder bescherming van Israëlische eenheden geëvacueerd. De Palestijnse politie bleek niet opgewassen tegen de meute middelbare scholieren, en riep daarom Israëls hulp in. Deense waarnemers waren al weg.

TIPH werd in 1998 in Hebron gestationeerd om toe te zien op het bestand tussen de Palestijnen en de Israëlische kolonisten in en bij de stad. Na het vertrek van de Denen dachten de overgebleven TIPH-waarnemers dat de storm was overgewaaid. Of het om een spontane of geregisseerde aanval ging, is nog niet duidelijk.