Verlangen naar pijnvrije kilometers

Sven Kramer (19) is bij de Winterspelen de nationale schaatsfavoriet op de vijf kilometer. De Fries is zaterdag voor niemand bang. 'Ik kan de anderen absoluut kapot rijden.'

De pijngrens van Sven Kramer ligt op de vijf kilometer in de buurt van de finishlijn, zo rekent hij op een persbijeenkomst in Turijn zijn toehoorders voor. Na zes minuten van zware krachtsinspanning krijgt hij normaal gesproken last van de rugwervel die hem al bijna het hele seizoen parten speelt. 'Daarna kan ik niet meer pijnvrij schaatsen, dus moet het zaterdag gebeuren', refereert hij aan de openingsafstand bij de schaatsmannen.

Op de tien kilometer, over ruim twee weken, acht hij zich in zijn huidige toestand daarom minder kansrijk voor een gouden medaille. 'Dan rijd ik waarschijnlijk zeven minuten met pijn, dus moet ik nu pakken wat ik pakken kan', weet de sportman die tijdens de Spelen geen pijnstillers belooft te slikken. 'Het gaat steeds beter, dus voel ik de noodzaak niet. En ik ben van nature goed in staat pijn te verbijten. Ik denk er gewoon zo weinig mogelijk aan.'

Kramer is sinds november vorig jaar wereldrecordhouder op de vijf kilometer met een tijd van 6.08,78: net niet binnen de huidige pijngrens van zes minuten. Op die bewuste zaterdagnacht in Salt Lake City had hij ook al last van zijn rug, maar mocht de buitenwereld het nog niet weten. De blessure is veroorzaakt door zware trainingsarbeid in het voorseizoen.

'Ik heb te veel van mijn lichaam gevergd en betaal daar nu de rekening voor. Maar mijn benen hebben nog nooit zo goed gevoeld. Ik kan de anderen absoluut kapot rijden. Ik moet gewoon laten zien dat ik de beste ben', waarschuwt de stayer die in plaats van drie keer nu nog eenmaal per dag aan zijn rug wordt behandeld.

De jongste Nederlandse deelnemer aan de Olympische Winterspelen heeft misschien wel net zo veel zelfvertrouwen als zijn Amerikaanse concurrent Chad Hedrick, alleen blaast hij aan de vooravond van de vijf kilometer iets minder hoog van de toren in.

De Fries heeft nooit gezegd dat hij wel even vier of vijf keer goud gaat winnen, zoals de Texaan in een vlaag van overmoed heeft gedaan. Overigens krabbelde Hedrick gisteren op een persconferentie van de Amerikaanse schaatsers al een beetje terug; hij acht een evenaring van het record van Eric Heiden (vijf keer schaatsgoud in een toernooi) bij nader inzien niet realistisch. Maar vier keer goud is zeker niet te veel gevraagd, sprak hij andermaal stoere taal.

Kramer lacht fijntjes als hem om een eerste reactie wordt gevraagd. 'Chad weet dondersgoed dat het grootspraak is. Misschien heeft hij die nodig om goed te presteren. Ik doe het op mijn manier. Wat heb ik er aan om zoiets te roepen? Dan kan ik alleen maar op mijn bek gaan', meent de allrounder die ook op de 1.500 meter en de ploegenachtervolging in actie komt. Op de schaatsmijl is hij een outsider en kan hij 'iets meer ontspannen rijden'. In vergelijking met Kramer maakt Hedrick nog een extra kans op de 1.000 meter.

Beide titelkandidaten koesteren wederzijds respect en zijn zeker geen tegenpolen, benadrukt het Nederlandse supertalent, dat geroemd wordt om zijn (typisch Amerikaanse) winnaarsmentaliteit. Hij heeft als jonge wielrenner geleerd de pijngrens telkens te verleggen en kan als de beste 'afzien', zoals zijn vechtlust in sportjargon wordt genoemd.

Net als Hedrick kan Kramer 'een race in een race rijden'. Hij schaatst geen gelijkmatige rondjes, maar kan schijnbaar eindeloos versnellen. Hij trekt zich graag aan een tegenstander op en stapt zelden als verliezer van het ijs. Een rechtstreeks duel met Hedrick op de vijf kilometer lijkt hem wel wat. De schaatsfans kunnen zich in dat geval opmaken voor een sportief spektakel in de Oval Lingotto.

'Chad moet sowieso van goeden huize komen om mij te verslaan', klinkt het zelfverzekerd uit de mond van de olympische debutant die geen last van plankenkoorts lijkt te hebben.

'Natuurlijk ben ik straks een beetje nerveus, maar ik hoop het bij gezonde spanning te houden. Ik laat me door niemand gek maken en geniet juist van de magie in het olympisch dorp. Het is toch een eer om samen met de beste atleten ter wereld te bivakkeren. Nee, ik ben niet bang voor alle afleiding. Ik neem dit toernooi heel serieus en je zult mij dan ook niet zien rondslenteren bij gokkasten of zo. Mijn dagindeling bestaat uit eten, drinken, trainen, uitrusten en masseren.'

Behalve zijn rug en zijn Amerikaanse rivaal heeft hij op de vijf en tien kilometer nog een tegenstander van formaat die deze maand wel heel dicht bij huis woont. Carl Verheijen is in het olympisch dorp zijn kamergenoot; een primeur voor de neoprof van TVM die gewend is geraakt alleen te overnachten.

'Het is even wennen, maar heeft ook wel wat. Ik trek het hele jaar zonder problemen met Carl op, dus kunnen we ook zonder problemen een kamer delen', lacht Kramer om de ietwat ongebruikelijke situatie.

Of de twee Nederlandse medaillekandidaten voor de vijf kilometer ook hun schaatsgeheimen delen, wil een vragensteller weten. Vertellen ze elkaar vrijdagavond voor het slapen gaan met welk schema ze gaan rijden? Kramer, met een ondeugende blik: 'Nee, ik praat met mijn coach en dat doet Carl ook en dan is het aan Gerard (Kemkers, red.) om verder zijn kop te houden.'