Stress militairen niet altijd posttraumatisch

In het artikel van Jaus Müller (1 februari) over de klachten waarmee militairen na missies kunnen terugkomen, wordt ten onrechte uitsluitend over posttraumatische stressstoornis (PTSS) gesproken. Zoals onder meer uit het onderzoek na de Golfoorlog en uit ons onderzoek naar de vredesmissie in Cambodja bleek, berust slechts een beperkt deel van de symptomatologie van de militairen op PTSS. Het merendeel heeft lichamelijk onverklaarde klachten (o.m. ernstige moeheid, concentratie- en geheugenstoornissen), die aanzienlijk hardnekkiger zijn dan PTSS. Dergelijke klachten traden op bij 17 procent van de Cambodjagangers en bij bijna 30 procent van de Nederlandse militairen die naar Rwanda/Zaïre/Burundi waren uitgezonden. Het is dus ook niet zo, zoals Müller schrijft, dat na de uitzending naar Bosnië voor het eerst duidelijk werd dat veel militairen klachten hadden. De hoge percentages ernstige klachten betekenen dat er een hoog `afbreukrisico` is. Herhaaldelijk hebben we bij Defensie aangedrongen op een meer systematische aanpak en prospectief onderzoek. Zo zou men de voor, tijdens en na de uitzending aanwezige risicofactoren voor het ontwikkelen van ernstige klachten wellicht kunnen identificeren en preventieve maatregelen kunnen nemen.