Soelaas voor arme schilders

Beeldend kunstenaars kunnen voortaan meeprofiteren als hun werk wordt doorverkocht. Nederland stemde deze week in met een Europese maatregel die dit zogenoemde volgrecht regelt.

Ook nabestaanden kunnen volgrecht claimen, tot zeventig jaar na de dood van de kunstenaar. Voor de erfgenamen van groot-meesters als Vincent van Gogh (1853 - 1890) komt het dus veel te laat.

Niet iedereen juicht het volgrecht toe. Kunstenaar Ger van Elk ziet er niets in en galeriehoudster Martita Slewe voorspelt een boel rompslomp.

Dichters, romanciers en componisten kunnen doorgaans jarenlang rekenen op royalty's, die ze per verkocht exemplaar ontvangen. Schilders of beeldende kunstenaars hebben die mogelijkheid niet, omdat ze hun werk maar één maal verkopen. Als hun schilderijen of beelden worden doorverkocht, profiteren ze daar niet van.

Vincent van Gogh bij voorbeeld heeft tijdens zijn leven slechts één schilderij kunnen verkopen en wel De rode wijngaard voor 400 francs. Minister Donner (Justitie, CDA) herinnerde daaraan afgelopen herfst tijdens een cultuurdebat in de Tweede Kamer. 'Dit werk zou vandaag de dag echter tientallen miljoenen euro's opbrengen. Van Gogh zou dus nooit enige vrucht hebben gehad van deze waarde.' Dat gaat veranderen.

De Europese Unie trekt zich het lot aan van de in armoede levende kunstenaars wier werk door anderen voor veel geld wordt doorverkocht. Deze week stemde de Eerste Kamer in met een Europese maatregel die het mogelijk maakt, dat beeldend kunstenaars vanaf dit jaar bij doorverkoop van hun werk ook een bepaald percentage krijgen. Elke keer dat een werk voor minimaal 3.000 euro op een veiling of door een galerie wordt doorverkocht, ontvangt de kunstenaar 1 tot 4 procent, afhankelijk van de verkoopprijs. De maximale vergoeding bedraagt 12.500 euro. Dat geldt ook voor de erfgenamen van de kunstenaar, die dit zogenaamde 'volgrecht' ook kunnen claimen, zelfs tot zeventig jaar na de dood van de kunstenaar.

Kunstenaars zijn gelukkig met het besluit, althans een deel van hen. 'Wij hebben er jaren voor gepleit', reageert Bert Holvast, directeur van de Federaties van Kunstenaarsverenigingen in Amsterdam. De maatregel, die nu in de Europese Unie geldt, getuigt van respect voor de maker van de kunstwerken, vindt hij.

Maar andere belanghebbenden in de kunstwereld hebben zich hevig tegen de maatregel verzet. De kunsthandel, veilingmeester, galeristen. Ook de Nederlandse regering. Nederland behoorde met Ierland, Oostenrijk en Groot-Brittannië tot de minderheid in de EU die geen volgrecht kende.

'Dat hadden we graag zo gehouden', zegt Ankie Broekers-Knol, Eerste-Kamerlid voor de VVD. 'Wij vrezen dat de handel wegtrekt naar landen waar geen volgrecht wordt geheven, zoals Zwitserland en de Verenigde Staten. Bovendien profiteren kunstenaars er nauwelijks van, zegt Broekers-Knol. Uit onderzoek naar het volgrecht in Frankrijk, waar het droit de suivre allang bestaat, blijkt dat in 1996 slechts zeven erfgenamen ervan profiteerden. 'En dan ging het meestal om werken van beroemde kunstenaars als Picasso en Matisse', zegt ze.

Toch heeft de Eerste Kamer dinsdag met de Europese maatregel ingestemd. 'Maar we hebben minister Donner gevraagd bij de evaluatie eind 2008 voor intrekking van de maatregel te pleiten.'

Onzin, vindt Holvast. Andere landen doen dit al jaren. 'Het grote schip met geluk zal niet binnenvaren. Maar alle kleine beetjes helpen. Dat is vooral belangrijk voor de kleine, anonieme kunstenaar.'