Sneller schaatsen met dunslijper en titaniumbuis

Olympische Winterspelen, innovaties in het schaatsen en psychologische oorlogvoering blijven onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een dag voor de openingsceremonie in Turijn lekte vanmorgen het nieuws over de introductie van een 'dunslijper' en de titaniumbuizen uit.

Eerdere uitvindingen vlak voor de Spelen waren het aërodynamische Franz Krienbühl-pak in 1976, de 'condoomschaats' van Rintje Ritsma in 1994 en de 'strips' in 1998. De Nederlandse noviteiten van 2006 zijn bewust geheim gehouden voor de buitenlandse concurrentie. Ed Verheijen, chef de mission van de olympiërs, zou vanmiddag tekst en uitleg geven.

De lichte titaniumbuizen (honderd gram minder zwaar dan de oude ijzers) zijn afkomstig uit de fabriek van schaatsfabrikant Viking. Ritsma heeft het nieuwe materiaal dinsdag overgevlogen naar Turijn. De reserverijder voor de ploegenachtervolging is de enige Nederlander die hiermee gaat experimenteren. De anderen durven vlak voor de Spelen geen risico's te nemen.

Viking-directeur Jaap Havekotte: 'We hebben te laat het licht gezien, doodzonde. Ritsma kreeg de titaniumbuizen vorige week als eerste en was positief verrast door de hogere druk in de bochten. De stuureigenschappen zijn beter. Maar ik heb Sven Kramer geadviseerd op de oude buizen te rijden. Het is voor hem te kort dag.'

De nieuwe slijpmethode is, met financiële steun van NOC*NSF, ontwikkeld door scheikundige Marnix ten Kortenaar. Deze genaturaliseerde schaatsveteraan uit Oostenrijk sprak van 'een noest stuk arbeid' toen hem naar zijn zogenaamde 'dunslijper' werd gevraagd. Hij wilde verder niet in details treden, uit vrees voor contractbreuk met de sportkoepel. 'Ik heb tot vanmiddag een soort zwijgplicht en wil graag centjes vangen voor mijn werk', aldus Ten Kortenaar vanmorgen.

De sportman annex uitvinder zou verantwoordelijk zijn voor een optimaal glijvlak en daardoor minder weerstand op het ijs. Aan de dunnere en lichtere (titanium) buizen kleeft ook een nadeel: bij hoge ijstemperaturen zakt de schaatser dieper weg, waardoor de weerstand juist groter wordt.

Jan Bos heeft de afgelopen maanden mogelijk baat gehad bij de dunnere ijzers (1.0 in plaats van 1.1 millimeter), maar hij kan niet bewijzen dat zijn goede prestaties hiermee te maken hebben. Zijn coach Ingrid Paul noemde het desgevraagd 'een opgeklopt verhaal'. Volgens Ab Krook, technisch directeur van de KNSB, zullen bijna alle Nederlanders op oud, vertrouwd materiaal rijden. 'Het is geen flauwekul, maar beslist geen revolutie', bagatelliseert hij de ophef over de dunslijper. 'De klapschaats en de strips hadden meer impact.'