Simon Rattle

Mooie verhalen zijn er over Schuberts 'Grosse C-Dur'- symfonie, in de ene telling de Negende, in de andere de Achtste. Het stuk werd tien jaar na Schuberts dood ontdekt door Robert Schumann bij Schuberts broer Ferdinand en had volgens Schumann een 'hemelse lengte'. De Weense Gesellschaft der Musikfreunde was in 1826 teruggedeinsd voor de lengte, in 1839 dirigeerde Mendelssohn de wereldpremière in verkorte vorm.

Nu is dit topstuk weer eens op cd gezet door de Berliner Philharmoniker o.l.v. Sir Simon Rattle. De eerste indruk valt niet mee: looiig, ouwelijk en bedaagd. Toch wijkt Rattle met 57 minuten en 43 seconden wat lengte betreft nauwelijks af van Norrington met de London Classical Players (58:20) of Harnoncourt met het Concertgebouworkest (58:30). Het verschil ligt in de verdeling: de eerste twee redelijk langzame neemt Rattle véél langzamer, de laatste twee snelle delen neemt hij véél sneller. Maar het grootste verschil is dat met een vorige opname van de Berliner, tien jaar eerder met Günter Wand. Die nam alles veel sneller en was vijf minuten eerder klaar met deze Schubert, toen zoveel enerverender en vitaler.

Kasper Jansen

Schubert: Symfonie nr 9, Berliner o.l.v. Simon Rattle EMI 3 39382 2