Plaskracht

Zaagpalmolie werkt niet tegen plasproblemen, is vastgesteld in een groot onderzoek.

De man met plasproblemen die vertrouwt op capsules met zaagpalmolie, komt bedrogen uit. De zaagpalm verbetert zijn plaskracht niet.

Dit zaagpalmnieuws staat vandaag in het openingsartikel van het meest prestigieuze medisch-wetenschappelijke tijdschrift ter wereld, The New England Journal of Medicine. Het Amerikaanse blad geeft medici en epidemiologen van de University of California in San Francisco acht pagina's om een proef met zaagpalmextract bij 225 vijftigplussers met milde prostaatklachten te beschrijven.

Zaagpalm is populair. Voor de oorsprong verwijzen de Amerikanen naar Europese, in het bijzonder Duitse urologen. Die schrijven het olie-extract uit zaagpalm of dwergpalm voor bij mannen die geen krachtige plasstraal meer hebben, die iedere nacht één of tweemaal het bed uit moeten om te plassen, die overdag ook vaak naar de wc moeten omdat ze aandrang hebben, maar dan vaak een klein beetje plassen. Dat zijn mannen met lichte prostaatklachten, die waarschijnlijk goedaardige prostaatvergroting hebben.

De prostaat is de zaadvochtproducerende klier die wat onhandig rond de van blaas naar penus lopende plasbuis ligt. Bij oudere mannen vergroot die prostaat - niet noodzakelijkerwijs door kanker - vaak en belemmert dan het urineren.

De Europese collega's mogen in het alternatieve middel geloven, of het alleen als panacee bij gebrek aan beter voorschrijven, de Amerikanen hebben gevonden dat het niets uitmaakt of mannen met plasklachten een jaar lang dagelijks capsules met 320 milligram zaagpalmextract slikten, of eender uitziende capsules met een bruine nepolie namen. De verschillen waren zo klein, dat er in de praktijk niets van te merken is. En in tegenstelling tot veel ouder onderzoek naar zaagpalm: dit is een kwalitatief goed onderzoek.

Het is zo'n onderzoek uit de serie gesubsidieerd door het Amerikaanse National Center for Complementary and Alternative Medicine. Tegen de zin van de gevestigde wetenschap besloot de Amerikaanse politiek enkele jaren geleden tot een megasubsidie aan het onderzoek naar alternatieve en aanvullende geneeskunde. Dit in de hoop een eind te maken aan discussies over de werkzaamheid van alternatieve middelen. In de wereld van de alternatieve geneeskunde moesten de bruikbare zaken nu maar eens van de kwakzalversartikelen worden gescheiden.

Dat lukt niet. Ook nu is het effect weer voorspelbaar: de meeste producenten zullen ontkennen dat het vernietigende onderzoek ook over hún product gaat. Gretig verwijzend naar de unieke productie- en groei-omstandigheden, of het exclusief gebruik van zaad, wortelstok, blad of stengel van de medicinale plant. Het finale argument is meestal: er zijn miljoenen tevreden gebruikers.

De onderzoekers wapenen zich tegen die kritiek. Of de prostaatbeschermende component uit de zaagplam in voldoende hoeveelheid in hun capsules zat, weten ze niet, 'omdat de actieve component in zaagpalm, als hij al bestaat, niet bekend is.'

Wim Köhler