'Om die 72 maagden zal ik altijd lachen'

Bij een debat in Amsterdam over de internationale cartoonrel waren gisteren scherpe veiligheidsmaat-regelen genomen. Het bleef rustig. 'Boosheid is niet het begin van satire.'

Mediadebat over de deense 'Mohammed-cartoons' en de ophef die daarover is ontstaan. Op het podium debatteren vrnl. Paul Scheffer, Jos Collignon, Mohammed Benzakour en Frits van Exter voor een volle zaal. FOTO: BRAM BUDEL Budel, Bram

Aan de bar van het debatcentrum durfde hij het wel aan: cartoonist Frans Mensink schetst de profeet Mohammed zittend aan een tekentafel. 'Mohammed als cartoonist', lacht hij. Publicatie vindt hij geen probleem, 'maar mijn naam komt er niet onder.'

Het was gisteravond voorzichtigheid troef tijdens het debat In vrijheid getekend? in het Felix Meritis in Amsterdam.

De vier debaters Frits van Exter (hoofdredacteur Trouw), hoogleraar grootstedelijke problematiek Paul Scheffer, publicist Mohammed Benzakour en cartoonist Jos Collignon werden, evenals het publiek, bij de ingang gefouilleerd. Aan de balie moesten bezoekers zich op vertoon van een identificatiebewijs laten inschrijven. 'Normaal doen we dit niet, maar het onderwerp ligt erg gevoelig', verontschuldigde de baliemedewerkster zich.

Op geen enkel moment raakte de discussie echt verhit. Gepreksleider Maria Henneman greep snel in als de toon even te hoog werd.

'Zou jij de cartoons hebben geplaatst', vroeg Henneman aan Frits van Exter. 'Wetend wat ik nu weet of in alle onschuld', vroeg deze. 'In alle onschuld.' Van Exter dacht even na en antwoordde: 'Nee, toch niet.'

De grens tussen vrijheid van meningsuiting en het respect voor andermans geloof vormde het struikelblok van de discussie. 'Een pure belediging', noemde een moslima de cartoons. 'Maar de boeken van Voltaire werden ook ooit als onfatsoenlijk gezien', zei Scheffer. 'De vrijheden van godsdienst en meningsuiting zijn ondeelbaar. Als geloofsbelijdenis vrij is, is kritiek erop dat ook.'

Kees Schaepman, voorzitter van de Nederlandse vereniging van journalisten (NVJ), begreep de terughoudendheid. 'Bedreiging is in de openbare dialoog een gewoon middel geworden. Dat is beangstigend. Ik merk die angst ook onder journalisten. Bedreigingen aan hun adres waren vroeger een uitzondering, maar nu zijn ze aan de orde van de dag.'

Freelance journaliste Miek Smilde noemde de journalistiek na afloop 'opvallend angstig'. Zij verwees naar een journaliste van jongerensite Spunk - waarvan artikelen ook in NRC Handelsblad worden gepubliceerd - die is opgehouden met schrijven wegens bedreigingen. 'Dat is toch verschrikkelijk?'

Over het afkeuren van het geweld naar aanleiding van de cartoons bestond gisteravond dan ook geen twijfel. 'Maar gaat het echt om de cartoons', vroeg Benzakour. 'Achter die woede zit volgens mij ook een veel dieper, politiek probleem.' Scheffer beaamde dat: 'Achter de protesten schuilt een verschrikkelijk gebrek aan zelfvertrouwen. Moslims in het Midden-Oosten zijn, ook in hun geloof, veel minder vrij dan hier.'

Vooral daarom moet die vrijheid volgens Scheffer nu krachtig worden verdedigd. 'Er staat veel op het spel.' Maar volgens Collignon doe je dat niet door olie op het vuur te gooien. 'Boosheid is niet het begin van satire. Nu zou ik geen spotprent van Mohammed maken. Maar als het in de toekomst weer een doel dient, zou ik het zeker doen.'

Collignon wendde zich aan het einde van het debat nog even tot de zaal. 'Wie gelooft hier in de 72 maagden?' Twee mensen staken hun vinger op. 'Het spijt me', zei Collignon, 'maar daar zal ik altijd om moeten blijven lachen.'