Namen noemen hoeft niet, maar dure functies wel

Per 1 maart moeten de topinkomens in de publieke sector openbaar worden gemaakt. Energiebedrijven vallen erbuiten. Of het helpt om de inkomens te matigen, betwijfelt de Kamer.

Veel verdienen in de publieke sector mag, maar het moet voortaan wel gemeld worden. Ziekenhuizen met hoogbetaalde medisch specialisten in loondienst? Universiteiten met (buitenlandse) tophoogleraren? Hogescholen met dure topbestuurders? Niemand ontkomt aan de nieuwe wetgeving om de hoge salarissen in publieke of semi-publieke diensten openbaar te maken.

Overheden, waterschappen, zorgsector, woningcorporaties en nog tientallen zelfstandige organisaties die met publiek geld taken uitvoeren - alle moeten eraan geloven. Wie meer verdient dan het gemiddelde fiscale ministersloon (zeg 130.000 euro) staat vanaf 1 maart in het jaarverslag van de organisatie. Namen noemen hoeft niet, functies en bedragen wel.

Het kabinet wil met deze openbaarmaking twee doelen bereiken: maatschappelijke discussie en matiging. Afgelopen dinsdag ging de Eerste Kamer akkoord met het wetsvoorstel openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens. Minister Remkes (VVD) van Binnenlandse Zaken wil de wet per 1 maart invoeren, zodat alle betrokken organisaties hem voor 1 juli de relevante cijfers kunnen leveren en in hun jaarverslagen kunnen opnemen.

En dit is nog maar het begin, zei Remkes in de Eerste Kamer. De Tweede Kamer heeft het kabinet eind vorig jaar onder druk gezet om meer te doen dan dit wetsontwerp. De Kamer wil de publieke topinkomens niet alleen publiek maken, maar ook matigen.

Het kabinet zit niet stil. Minister Zalm (VVD) van Financiën heeft de salarissen van de financiële toezichthouders AFM en De Nederlandsche Bank tot 2008 bevroren. Minister Dekker (VVD) van Volkshuisvesting blijft bij de woningcorporaties aandringen op openheid en matiging. Minister Hoogervorst (VVD) van Volksgezondheid heeft vorig jaar een onderzoek aangekondigd naar de beloning van medisch specialisten.

Om hoeveel mensen gaat het? Niemand die het weet. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken heeft wel enquêtes laten doen, maar dat was op basis van vrijwilligheid. De respons op de formulieren was 52 procent. Op basis daarvan voldeden 261 personen aan het criterium van 130.000 euro of meer beloning. De meesten werken bij woningcorporaties, academische ziekenhuizen, universiteiten en onderzoeksinstelingen. In de enquête werd - afgezien van academische ziekenhuizen - geen navraag gedaan in de zorg. Verder werd alleen naar topfunctionarissen geïnformeerd. Onder de wet vallen straks ook mensen die niet aan de top staan.

De zorgsector heeft bovendien een aparte status gekregen. Alle zorginstellingen moeten hun jaarverslag digitaal aanleveren op een speciale website, die voor het ministerie van Volksgezondheid wordt beheerd door adviesbureau Prismant. In hun jaarverslagen moeten de zorginstellingen volledige openheid geven over de beloning van individuele, met naam genoemde bestuurders, tot en met de cataloguswaarde van een lease-auto. Maar in deze nieuwe wet kunnen zij volstaan met functie en totaalbeloning. Moet het nu beide? Voorlopig wel.

Openbaarmaking moet matiging bevorderen. Maar of dat ook gaat gebeuren, is iets waarover Kamerleden, de Raad van State en de minister zelf in het verleden scepsis ventileerden. De openheid die Nederlandse beursgenoteerde bedrijven moeten geven, heeft de afgelopen jaren in elk geval niet geleid tot matiging van de totale beloning, wel tot beperking van de groei van de basissalarissen.

Naast deze wet heeft het kabinet na druk uit de Tweede Kamer nog een andere lijn uitgezet. Alle maatschappelijke sectoren moeten gedragscodes opstellen, waarin ook uitspraken worden gedaan over de beloning van bestuurders en de controle daarop. Die codes moeten eind dit jaar klaar zijn.

De codes moeten ook verplicht zijn voor iedereen in de bedrijfstak. Daar schort het nog aan. Zo hebben de woningcorporaties wel een adviesregeling, maar deze is niet bindend. Er zijn nogal wat corporaties die minder openheid geven dan het kabinet wenst. En welke sector heeft welke code? Het ministerie kent natuurlijk de belangrijkste codes, zei Remkes afgelopen week in de Eerste Kamer, maar een centrale registratie is er niet.

Het kabinet wil geen absolute norm voor de beloningen, het wil voor de organisaties ruimte openlaten om kennis, kunde of schaarste toch hoger te belonen dan de ministersnorm. Minister Remkes schreef vorig jaar in een brief aan de Tweede Kamer: 'Het vraagstuk van normering is bestuurlijk, juridisch en organisatorisch buitengewoon complex.'