Invloed minister op politie groter

De minister van Binnenlandse Zaken mag meer te zeggen krijgen over de politie. Maar dan moet het kabinet wel betere plannen maken voor volledige nationalisering van de politie.

Dat bleek vandaag tijdens een debat in de Tweede Kamer met de politieministers Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) en Donner (Justitie, CDA) over de toekomst van het politiebestel.

De fracties van VVD en LPF, nodig voor een meerderheid, willen van beide ministers eerst duidelijkheid over de mogelijke komst van één overkoepelend ministerie van Veiligheid voordat zij instemmen met het kabinetsvoorstel om de 25 politiekorpsen onder te brengen in één politieorganisatie onder directe verantwoordelijkheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken. De linkse oppositiepartijen en regeringspartij D66 zijn daar tegen. Kamerlid Van Schijndel (VVD) benadrukte dat de kabinetsplannen nu onvoldoende zijn uitgewerkt. Volgens Boris Dittrich (D66) moet er wel iets veranderen, 'maar of dat in de richting van een nationale politie moet gaan, is vers twee'.

Het kabinet wil de besluitvorming in de Tweede Kamer over het politiebestel nog deze kabinetsperiode afronden, dus voor de verkiezingen van mei 2007. Besluitvorming over een ministerie van Veiligheid is uitgesteld tot na de verkiezingen.

De Kamer ging vanochtend wel akkoord met een vorig jaar ingediend wetsvoorstel dat de bevoegdheden van de minister van Binnenlandse Zaken uitbreidt. Zo mag hij korpsbeheerders ontslaan en directe aanwijzingen geven, bijvoorbeeld bij afspraken met de regiokorpsen en de korpsbeheerders (per politieregio de burgemeester van de belangrijkste gemeente) over prestatiecontracten.

De Kamer ging ook akkoord met een wetsvoorstel voor een nieuwe, landelijke beheersstructuur voor de politie. Die treedt over een paar maanden in werking, maar heeft volgens Remkes en Donner slechts een tijdelijk karakter. Volgens Remkes kan die structuur 'naadloos opgaan in de operatie van een landelijk politiekorps waar we nu mee bezig zijn'.