In tien tellen naar de overzijde

Vier konijnen werden er acht en dat vergt enige logistieke inventiviteit. En dan blijkt ook nog dat konijn Zicky heel goed kan zwemmen.

Een paar keer berichtte ik op deze plek over de zegeningen van het konijnenbezitterschap. Hoe correct mijn konijn Turfje zich al jaren gedroeg, en later Turfje en haar drieling. Ze zijn zindelijk, knagen haast niet aan meubels, liggen 's avonds voor de houtkachel en staan 's ochtends popelend bij de tuindeuren.

Het correct sexen van konijnen is niet iedereen gegeven, dus nam ik de drieling mee naar de dierenarts. 'Maak daar maar Roberta-Jeanine van', suggereerde hij na inspectie van Robert-Jan. Alexander en Carolien werden Alexandra en Kareltje. Laatstgenoemde mocht een nacht blijven. 'Een beetje laat', zei de veterinair en grapte dat hij op de achterbank van de auto, in de tas, misschien een of meer van zijn zussen had bevrucht. Een paar weken later in mijn rommelkamer, het hoofdkwartier van de konijnen als ze niet door de tuin rennen, vond ik vier konijnenbabies van een dag of tien. Als ik ooit konijnen heb gehaat, wat ik overigens nooit heb gedaan, was het toen. Gegadigden bleken schaars en/of dreigden met kleine behuizing. En konijnen zomaar weggeven kan niet, in deze wereld vol braadpannen.

Dus bleef de vierling, in een zijhok van de rommelkamer, met een klein raam, hooi op de vloer en een glijbaan. Twee keer per dag liet ik hun moeder erbij - vraag niet hoeveel tijd het kostte daarover afspraken te maken. Toen de vierling de plint begon te slopen liet ik ze 's ochtends in de hele rommelkamer, maar niet voordat de andere vier naar de aanpalende zitkamer met de tuindeuren waren gelokt. Bij mooi weer gingen de grote vier naar de tuin en de kleine vier naar de zitkamer. Maar zoals bij veel jongeren ontbrak het aan normen en waarden: ze waren niet zindelijk, ze knaagden wel aan meubilair en drukwerk, en gooiden kussens van banken. Soms maakte ik een fout bij het gemanoeuvreer met deuren open en dicht, en verplaatsingen van de twee konijnengroepen. Bij vermenging ontstond acuut een kluwen konijn, met veel gegil, en, na scheiding van de partijen, een vloer vol plukken haar.

'Hoe heten ze?' vroeg de dierenartsassistente toen ik langskwam om de vierling te laten inenten tegen myxomatose en VHS en om ze, dit keer ruim op tijd, te laten sexen. Ongewenste knaagdieren blijven makkelijk naamloos, dus ter plekke koos ik voor Mikkie, Rikkie, Fikkie en Zikkie. Micky, Ricky, Vicky en Zicky, noteerde ze. Volgende onverwachte vraag: wie was wie? Vier vachtpatronen werden ingevoerd in het computersysteem.

Het was tijd voor uithuisplaatsing. In het geitenweiland achter de tuin had ik een ren van zes bij zes meter gemaakt, en ik had het één meter hoge hek overspannen door een nylon net tegen de vossen en de buizerds. Aan één van de vier zijden zat geen gaas, maar een vijf meter brede sloot, want konijnen zwemmen niet. Dacht ik. Na het loslaten renden ze zenuwachtig rond, zoals verwacht, en inspecteerden hun nachthok. Toen liep Zicky kordaat naar de oever, zwom in tien tellen naar de overzijde en verdween in het dichte struweel op het land van de buren.

Het gaas langs de slootkant was snel genoeg aangelegd, maar wat verder met Zicky? Het zij zo, dacht ik aanvankelijk. Maar haar lot bleef aan me knagen. Na een etmaal stak ik per kano de sloot over, kroop door bramen en brandnetels en vond haar spoedig, tegen een boom gedrukt bij gebrek aan betere dekking. Handmatig vangen was geen optie, bij mijn eerste poging spurtte ze weg. Ik leende een grote stalen kattenval bij het dierenasiel en strooide er voer in. Op dag twee, en op de derde val-locatie, achter een half verrotte schuur, was een deel van het voer verdwenen. Bingo! Op dag drie idem. Met een zaklantaarn scheen ik aan alle kanten in de berg oude bouwmaterialen die achter de schuur lag, totdat ergens in de diepte een klein stukje konijnenvacht in beeld kwam.

The rest is history, althans voor Ricky, Micky en Vicky, en vooral voor Zicky zelf. Ze is het meest schuwe konijn ter wereld, zit nagenoeg altijd in het nachthok, heeft nooit meer geprobeerd weg te zwemmen en helpt zelfs niet bij het tunnels graven, de nieuwe hobby van de andere drie.