In Hongarije bepaalt de kapper de strategie

Na twee weken werken aan een film, gesitueerd in Bosnië, reden we vorige week Hongarije weer binnen. De gezichten van de Nederlandse crewleden klaarden meteen op. 'Eindelijk terug in de beschaving', jubelde de cameraman. 'Wég uit rovershol Balkan,' riep de regisseur opgelucht. Het enthousiasme van de geluidsman was het grootst. 'Ze hebben hier zelfs ondergrondse, bewáákte parkeergarages!'

Over rustige wegen - zonder corrupte verkeersagenten, die ons in Bosnië achter ieder struikgewas hadden opgewacht - zoefden we richting Boedapest. De Bosnische billboards met het opschrift 'Pas op voor mijnen!' hadden plaatsgemaakt voor reclameaffiches: 'Rundergehakt, nu afgeprijsd!'

Hongarije en Bosnië - niet zo lang geleden maakten ze beide deel uit van het Habsburgse rijk. Hoewel nog altijd op slechts twee uur rijden van elkaar verwijderd, zijn het nu werelden van verschil. Duizenden Bosniërs zoeken tot op heden naar familieleden die ze sinds de oorlog uit het oog verloren. Een miljoen Bosniërs zijn op drift, 60 procent is werkloos.

Hongarije daarentegen hoort inmiddels bij de EU. Langs de weg eet je er in elk willekeurig restaurant heerlijke ganzenlever. Traag en berustend gaan de mensen er over straat. Niet uitgelaten - dat ligt niet in de Hongaarse aard. Maar gekweld evenmin. Waarom zouden ze? In Boedapest is het filmfestival aan de gang, in de noordoostelijke stad Nyíregyháza wordt geconfereerd over de toekomst van de media, en in west-Hongarije vliegen champagnekurken in de lucht bij de opening van een nieuwe hightech-fabriek.

En nu is er dan ook de strijd om de kiezer losgebarsten. In april gaat Hongarije naar de stembus voor een nieuw parlement. Het ultieme feest der democratie kan beginnen, in een land waar ongetwijfeld nog veel aan schort, maar waar oorlog en diepe maatschappelijke ontwrichting toch echt verleden tijd zijn.

Een land, kortom, waar een Nederlandse filmcrew steeds minder heeft te zoeken. Goed nieuws, dus, concludeerden de cineasten toen ze, ieder met een fles dure zuid-Hongaarse wijn onder de arm, op het vliegtuig naar huis stapten.

Hun vertrek bleek iets te vroeg, want een dag later was het beeld geheel gekanteld. In de straten verschenen de eerste verkiezingsaffiches, en die liegen er niet om. De conservatieve oppositiepartij Fidesz heeft de stad volgeplakt met foto's van uitgebluste mensen, begeleid door teksten die louter wanhoop weergeven. 'In vier jaar tijd is mijn huis onbetaalbaar geworden.' Op andere posters figureert de socialistische premier Ferenc Gyurcsány als een maffiabaas die het land leegrooft.

'Huis, werk, familie', is de leuze van een Fidesz-kopstuk, woonachtig in het duurste district van Boedapest. In Bosnië zou hij daarmee veel zieltjes winnen. Maar in Boedapest maakt zijn oproep een hysterische indruk.

Campagne voeren is in Hongarije een negatieve bezigheid waarbij alles is geoorloofd. Paranoïde verdachtmakingen. Leugens. Hate speech. Even potsierlijk als de oppositie tracht de socialistische regering haar gelijk te halen. Een immense foto van een vrouwenborst met baby werd tegen de gevel van een gebouw op een druk verkeersplein aangebracht. De boodschap: wie socialisten stemt, stemt voor de toekomst.

Het is pure haat die ons drijft, durven campagnemedewerkers slechts anoniem, in de wandelgangen, toe te geven. In de ogen van de oppositie heeft de socialistische partij, die haar wortels heeft in de voormalige communistische partij, nimmer met haar verleden afgerekend. Het is dezelfde oude kliek, maar dan gestoken in andere jasjes, luidt het oordeel van Fidesz. Hoe stoot je die kliek uit het zadel?

Als íemand het antwoord daarop moet weten is het Tamás Deutsch, campagneleider van Fidesz, beter bekend als de womaniser in de Hongaarse politiek. Sinds kort laat hij zich aanspreken als Tamás Deutsch Für, sinds hij ook de familienaam van zijn nieuwe vrouw, Für, mag voeren.

Wat is zijn plan? Deutsch Für leunt achterover, tijdens een ontbijt met de internationale pers. Met twee handen veegt hij door zijn stoere, zwarte haardos en neemt dan op plechtige toon het woord. 'Aan de vooravond van de verkiezingen in 1998 heeft mijn kapper me flink onder handen genomen. We wonnen. Vier jaar later, in 2002, sloeg ik zijn advies in de wind. We verloren. Dítmaal luister ik beter naar mijn kapper en onderga wat hem goed dunkt.'

De kapper van Deutsch Für. Grote kans dat die de doorslag geeft. Vervelend alleen voor de Hongaren dat ze de komende maanden nog worden bestookt met oorverdovende, haatdragende en zinloze propaganda - komend van links èn rechts.