Grenzeloos stekken in Polen

De wieg van de Nederlandse kamerplant staat in Polen, onopvallend langs een weg, vlakbij Warschau. Marcel Zimmerman waakt erover.

Marcel Zimmerman (45) werd opgeleid tot beroepsmilitair en stapte in 1983 over naar de politie. Sinds 1989 is hij manager van een laboratorium in Polen waar plantjes worden gekweekt en vermeerderd voor de export. Foto Stéphane Alonso Alonso, Stéphane

Het is alweer zestien jaar geleden dat de Rotterdamse ex-politieagent zijn biezen pakte en naar Polen vertrok. Hier werd hij manager van een laboratorium waar heel jonge plantjes razendsnel worden gekweekt en vermeerderd. 'Het is zoiets als klonen, maar dan anders', zegt Zimmerman. Jaarlijks zien hier zo'n 4,5 miljoen plantjes het licht, voor de Nederlandse groothandel.

Bij Vitro Warszawa zijn rond vijftig Poolse vrouwen, in een steriele omgeving, de hele dag bezig met het snijden van stekjes, die vervolgens in een mengsel van vitaminen, hormonen en suiker worden 'geplakt', in potjes. In aparte kamers worden de stekjes met behulp van tl-licht aangespoord tot groeien, totdat ze groot genoeg zijn om het proces van snijden en plakken te herhalen.

De vrouwen krijgen geen hoog salaris, omgerekend rond 250 euro per maand, maar dat ligt volgens Zimmerman ook aan de Poolse arbeidswetgeving. Zo krijg je in Polen al heel snel een verlofbriefje van de dokter, ook al ben je niet echt ziek. Dat 'ziekteverlof' kost werkgevers handenvol geld en soms zelfs de kop. 'Wij hebben een bonus ingevoerd voor werknemers die niet verzuimen. Mis je een dag dan krijg je geen bonus.'

Toen Zimmerman 17 was, had hij een hele andere carrière voor ogen. Hij ging het leger in, als tijdelijk beroepsmilitair. De Koude Oorlog woedde en hij werd naar Duitsland gestuurd, om vliegtuigen uit de lucht te schieten, vliegtuigen die nooit zouden komen. 'Ik wist niets van het oosten. Er stond een hek en daarachter zaten de Russen. Het oosten was de vijand.' Bijtekenen in 1983 kon niet. De Koude Oorlog was over zijn hoogtepunt heen, het leger bezuinigde. Zimmerman zocht onderdak bij de politie, in Rotterdam.

Zeven jaar was hij agent. En toen verscheen Dirk van Erven. Deze entrepreneur had discotheken, maar hij had ook plantenkassen en een laboratorium voor stekjes. 'Mijn vader was taxichauffeur en kwam in een koffietentje waar Van Erven ook kwam en ik dus ook', zegt Zimmerman. Daar kwam Polen voor het eerst ter sprake. Dat was in 1988, nog voor de omwenteling. Van Erven ging naar Polen en Zimmerman ging mee, uit nieuwsgierigheid, voor het eerst in december 1988.

Het waren de tijden van geld wisselen bij de ober. In augustus 1989, toen de eerste niet-communistische regering van Polen werd gevormd, werd vlakbij Warschau de eerste steen gelegd van het laboratorium. Alles kwam uit Nederland, inclusief de stalen matten voor de fundering en zelfs de loodgieters. Zimmerman werd manager. 'Bij de politie verveelde ik me geen moment, maar het probleem was dat je daar niet snel hogerop kwam. In Polen kon ik met mijn Nederlandse salaris elke dag eten in het Marriot.'

Al snel ging hij van Polen houden. De Poolse gastvrijheid was wel even wat anders dan het gebruikelijke Nederlandse kopje koffie, de Poolse vrouwen gingen tenminste vrouwelijk gekleed en de mensen waren beleefd. Het enige grote probleem was de douane. 'Zakkenvullers', zegt hij. 'Wij transporteerden jarenlang altijd exact hetzelfde product naar Nederland en toch presteerden ze het altijd weer om de wagen heel lang vast te houden.' Maar door Polens toetreding tot de Europese Unie is die ellende voorbij.