'Geen vergunning voor Pool'

Wel of geen belemmeringen voor Oost-Europese bedrijven en werknemers, is de vraag in Brussel en Den Haag deze week.

De Polen komen, en dat doen ze al een tijdje. Of het nu is als werknemer, zelfstandige of dienstverlener, de inwoners van de nieuwe lidstaten willen gebruik maken van de vrijheden die Europa ze biedt.

Althans, die Europa in theorie biedt, want er zijn nogal wat belemmeringen. Het politieke debat in Nederland en Brussel gaat deze dagen over de vraag of die belemmeringen moeten worden opgeheven. Dan gaat het vooral om de dienstenrichtlijn en om de barrière tegen werknemers uit nieuwe lidstaten die de meeste EU-landen hebben opgeworpen. Voor 1 mei moeten ze beslissen of ze die belemmering handhaven.

Vakbonden en socialisten waarschuwen voor hordes arbeidskrachten die tegen lage lonen willen werken en het met milieu en veiligheid niet zo nauw nemen. Ondernemers en liberalen wijzen op mogelijke economische groei.

Daarbij is niet altijd duidelijk welke bedreigingen bij welke maatregelen horen. Zitten Polen nu te vlassen op opheffing van de beperking op het werknemersschap, zodat ze bij Nederlandse bedrijven in dienst kunnen komen? Of hopen ze vooral op de dienstenrichtlijn, zodat Poolse bedrijven hier makkelijker kunnen werken.

Het antwoord is te vinden in de bouwsector, waar Oost-Europeanen in alle hoedanigheden werken. Maar nauwelijks als werknemer, zegt Alfred Boot, directeur personeelszaken van bouwbedrijf Dura Vermeer. Dat is volgens hem rechtstreeks gevolg van de barrière tegen Oost-Europese werknemers, waarover Eurocommissaris Spidla deze week rapporteerde.

Boot constateert nuchter: 'Als je een Pool in dienst wil nemen heb je daar een vergunning voor nodig. Die krijg je niet voor een bouwvakker.' Zonder die barrière zouden er meer Oost-Europeanen als werknemers worden aangenomen. In de toekomst zal de behoefte aan vakmensen uit het buitenland enorm zijn, verwacht Boot. 'De oude vaklui stromen snel uit, en er is nauwelijks instroom.'

Het risico van sociale dumping bij instroom van Oost-Europese werknemers in dienst bij Nederlandse bedrijven, is beperkt. Bedrijven passen op alle werknemers dezelfde regels toe. Het CAO-loon, en als er geen CAO is, in ieder geval het wettelijk minimum loon.

Veel talrijker in de bouw zijn de bedrijven uit Polen, constateert Boot. Hoewel dat dienstverleners zijn, die dus baat zouden moeten hebben bij de dienstenrichtlijn, hebben zij toch vooral last van het werknemers-verbod.

Tot voor kort hadden ze in Nederland een tewerkstellingsvergunning nodig. De administratieve belemmering leidde tot veel klachten en een vermaning door de Europese Commissie. Inmiddels hoeven ze zich alleen te laten registreren, maar daarbij worden ze tegengewerkt, zegt Boot.

Deze vergunningsplicht is voor bouwbedrijven een belemmering om gebruik te maken van hun diensten, zegt Boot. Dura Vermeer gebruikt wel buitenlandse bedrijven, vooral specialisten uit landen als Zweden en Oostenrijk.

Vooral bij Oost-Europese bedrijven speelt de angst voor 'sociale dumping' een rol. Het uitgangspunt van de dienstenrichtlijn is dat hun werknemers Poolse lonen krijgen, ook al werken ze in Nederland. Maar daar bestaan al maatregelen tegen, zegt Boot. Werknemers van buitenlandse bedrijven die in Nederland werken, hebben recht op de Nederlandse minimum bepalingen, zoals het minimum-loon. 'In de bouw krijgen ze zelfs het CAO-loon.' Ook in andere sectoren wordt de CAO binnenkort de norm. Dat de Oost-Europese aannemers toch goedkoper kunnen werken, zegt Boot, komt doordat zij vaak niet verplicht zijn sociale premies of pensioenpremies af te dragen.

Een probleem zijn Poolse eenmansbedrijven. Die mogen zichzelf uitbetalen wat ze willen, net als Nederlandse eenpitters overigens. Maar illegale bouwbedrijfjes zijn het moeilijkst. Daarom wil Boot dat de beperkingen worden opgeheven, en markt zijn werk mag doen. 'Anders werk je illegaliteit alleen maar in de hand.'