Europeaan kiest zijn genvoedsel zelf

De EU moet toegankelijker worden voor genvoedsel. Maar angst ervoor heeft de overhand gekregen.

Europa kan geen nee meer zeggen tegen genetisch gemanipuleerd voedsel uit de Verenigde Staten, Canada en Argentinië. Dat volgt uit de uitspraak die de Wereldhandelsorganisatie WTO gisteren deed. Maar het betekent niet dat consumenten zich nu zorgen moeten gaan maken over de veiligheid van hun dagelijks voedsel.

Sinds 2004 zijn er al negen genetisch gemanipuleerde gewassen van buiten de Europese Unie toegelaten tot de Europese markt. Dat zullen er in de toekomst misschien snel meer worden, maar het is de vraag of dat voor de Europese consument veel zal veranderen.

Omdat er bij Europese consumenten een grote emotionele weerstand is tegen genetisch gemanipuleerd voedsel, zijn veel voedingsproducenten nog huiverig ze te verwerken in hun producten. Volgens de Europese regels moeten zij het duidelijk op het etiket vermelden als er in het betreffende voedingsmiddel ingrediënten zitten van genetisch gemanipuleerde herkomst. De keuzevrijheid van de consument staat in Europa dus voorop.

Genetisch gemanipuleerde gewassen kunnen vaak goedkoper geproduceerd worden doordat zij bijvoorbeeld door de toevoeging van een extra gen bestand zijn tegen insectenvraat. Andere varianten zijn bestand tegen bepaalde bestrijdingsmiddelen, waardoor onkruiden op akkers makkelijker te bestrijden zijn. Toch liggen de voordelen van genetische manipulatie tot nu toe vooral bij de boer.

De consument heeft er niet veel baat bij, behalve dan dat de producten mogelijk een paar cent goedkoper zijn. In Europa heeft daarom de angst voor voedsel 'waaraan gerommeld is' de overhand gekregen. Milieuorganisaties die fel tegen biotechnologie zijn, speelden daar handig op in door de term 'Frankensteinvoedsel' te lanceren.

Maar behalve een voedselveiligheidssentiment spelen er ook zorgen over de milieuveiligheid van deze gewassen. Als genetisch veranderde gewassen bijvoorbeeld kruisen met wilde planten, zouden er 'superonkruiden' kunnen ontstaan met onnatuurlijke eigenschappen als bestendigheid tegen insecten of bestrijdingsmiddelen.

Daarnaast staat het sommige mensen tegen dat biotechgewassen ontwikkeld worden door grote bedrijven die hun investeringen door de verkoop van gepatenteerde zaden willen terugverdienen. Zij vinden dat het verkrijgen van voedsel als eerste levensbehoefte niet afhankelijk mag zijn van de commercie.

De Europese landen weigerden in het verleden sommige genetisch gemodificeerde producten toe te laten, omdat zij nog aanvullende veiligheidsstudies eisten. De Europese normen hiervoor liggen hoger dan de Amerikaanse. De impasse resulteerde in een zeer beperkte toelating van gmo's in de EU. De VS, Canada en Argentinië vochten dat met succes aan bij de WTO. Overigens moet de WTO nog met een definitief oordeel komen en kan Europa daar nog tegen in beroep gaan. Wereldwijd stijgt het areaal aan genetisch gemanipuleerde gewassen fors, maar aan Europese landen gaat die stijging grotendeels voorbij.