EU beperkt open grens bij diensten

De grenzen in Europa gaan minder makkelijk open voor dienstverlenende bedrijven. Dit is de kern van een compromis waarover in het Europees Parlement wordt onderhandeld.

Het Europees Parlement zal zich volgende week uitspreken over de omstreden 'dienstenrichtlijn', die het mogelijk moet maken dat bedrijven uit de dienstensector zo onbelemmerd mogelijk in alle Europese lidstaten kunnen werken. Die sector zorgt voor 70 procent van de werkgelegenheid. Vooral de vakbeweging is bang dat de richtlijn zal leiden tot de komst van goedkope aanbieders uit de nieuwe lidstaten.

Onderhandelaars van de twee grootste fracties in het parlement, de sociaal-democraten en de christen-democraten, bespreken deze week een compromisvoorstel. Ze zijn het er over eens dat de richtlijn aanzienlijk minder liberaal wordt dan de bedoeling was. Het zogeheten land-van-oorsprong beginsel is geschrapt. Dit bepaalde dat bedrijven die hun diensten willen aanbieden in een ander land binnen de EU slechts hoeven te voldoen aan de regels van het land waar ze gevestigd zijn. Lidstaten mogen straks hun eigen arbeidsregels opleggen aan bedrijven van buiten. Ook mogen ze aanvullende eisen stellen op het gebied van openbare veiligheid en milieu. Voorwaarde is alleen dat die eisen gelden voor alle binnen- en buitenlandse bedrijven.

In het voorstel dat nu op tafel ligt, zal het desondanks straks makkelijker worden voor bedrijven om over de grens te werken. Ze hoeven zich bijvoorbeeld niet te laten registreren bij de Kamer van Koophandel in een ander land, als ze dat in hun eigen land al hebben gedaan. Maar nationale overheden kunnen wel blokkades blijven opwerpen tegen buitenlandse dienstverleners.

De dienstenrichtlijn, destijds een initiatief van toenmalig eurocommissaris Frits Bolkestein, zorgde voor een fel debat in Frankrijk over de 'Poolse loodgieter' die zou zorgen voor oneerlijke concurrentie. Tegenstanders vrezen dat de richtlijn in de rijkere lidstaten zal leiden tot een verslechtering van arbeidsvoorwaarden en een instroom van werknemers uit arme landen.

Als de onderhandelaars overeenstemming bereiken, moeten de voltallige fracties van de sociaal-democraten en de christen-democraten daar nog mee instemmen. Max van den Berg, leider van de PvdA-delegatie in het parlement, ging er vanuit dat de sociaal-democraten dat zullen doen. Hij sprak van 'een mijlpaal'.