Een huwelijksritueel heeft diepe biologische wortels

De menselijke cultuur heeft een diepe biologische basis, meent antropoloog Raymond Corbey. 'Het is toch wel duidelijk geworden dat wij mensen de zoveelste diersoort zijn.'

De mens voelt zich ver verheven boven de dieren. Tenminste hier in de westerse cultuur. In andere culturen, bijvoorbeeld de Japanse, is de kloof tussen mens en dier veel minder groot. In zijn recente boek 'The Metaphysics of Apes' (Cambridge University Press, ca. 20) beschrijft filosoof en antropoloog Raymond Corbey de worsteling van de westerse cultuur met de verhoudingen tussen mens en dieren - vooral de mensapen. Er is veel veranderd, vertelt Corbey in een gesprek op zijn werkkamer, maar nog altijd is het Darwinistische besef dat wij mensen ook maar een diersoort zijn niet breed verspreid in de westerse cultuur.

Corbey, verbonden aan de universiteiten van Tilburg en Leiden, houdt morgen in Leiden zijn inaugurele rede als hoogleraar Theoretische Grondslagen van de Archeologie. 'Ik kijk naar hoe archeologen denken over hun werk. Het gaat om de verheldering van de theoretische problemen. Ze vragen me hier wel vaak bij een theoretisch probleem 'los maar op!'. Maar zo simpel is het natuurlijk niet', zegt Corbey.

In de oratie pleit hij voor een afscheid van het antropocentrisme in de archeologie, de antropologie en de filosofie. Corbey contrasteert de culturele antropologie van de ook in de archeologie nog altijd veel nagevolgde Marcel Mauss (1872 - 1950) met de aanpak van de evolutionaire biologie. Mauss' stelling was dat de mens zich uit zijn natuurlijke staat ontworstelde door uitwisseling: onderlinge giften die banden smeedden zoals cadeaus, beleefdheden, voedsel, huwelijkspartners, diensten, alles. Door dat culturele netwerk werd de mens pas echt mens. Daarop is onze menselijke beschaving gebouwd in strijd met onze diepere dierlijke natuur. Maar inmiddels heeft de biologie die uitwisselingsnetwerken en zelfs het bijbehorende morele rechtvaardigheidsgevoel ook aangetoond bij chimpansees en andere primaten. Ook culturele overdracht is bij allerlei dieren gevonden. De menselijke morele orde en cultuur hebben een diepe biologische basis. 'De zuivere cultuurbasis van het menselijk bestaan die Mauss en zijn nog altijd talrijke navolgers veronderstellen is dus een misplaatst antropocentrisme', zegt Corbey.

Waarom zouden de menswetenschappen die culturele grondslag moeten loslaten? De twee aanpakken kunnen toch naast elkaar bestaan?

Corbey: 'Nu ja, het is toch wel duidelijk geworden dat wij mensen de zoveelste diersoort zijn. Er zijn zo veel onderzoeken die empathie, onderling vertrouwen, moreel besef, en wat al niet, ook bij dieren hebben gevonden. Het is wel duidelijk dat je menselijk gedrag niet los kunt koppelen van de biologische achtergrond.

'Ik heb wel respect voor Mauss' idee van uitwisseling als basis van menselijke cultuur. Je kunt er heel veel mee verklaren. Ook hier in Leiden zijn schitterende onderzoeken gedaan, bijvoorbeeld naar de huwelijksrituelen bij de Tobelo op een van de Molukken-eilanden. Een prachtige, uiterst complexe kosmologie. Maar uiteindelijk gaat het daarbij vooral om het begrijpen en interpreteren, niet om de causale vragen. En juist die vragen naar oorzaken evolutionair en biologisch denken kunnen het onderzoek enorm verrijken. Maar dat is nog altijd nog omstreden hoor! De archeoloog Wil Roebroeks staat hier op de faculteit voor een sterk biologische aanpak, maar lang niet iedereen is het daarmee eens. Er is veel strijd. De cultuur behoudt daarin nog veel te veel haar status aparte. Terwijl je in die huwelijksrituelen naast de culturele logica evengoed óók een biologische logica kunt terugvinden.'

Die scheiding tussen mens en dier zit zeer diep in onze westerse cultuur. Wat zou er gebeuren als die echt zou worden losgelaten?

'Pasgeleden gaf ik als docent op de kinderuniversiteit in Tilburg een les over de menselijke evolutie. En toen bleek een beetje tot mijn verrassing dat die kinderen, van een jaar of negen, helemaal geen problemen hebben met de afbraak van de scheiding tussen mens en dier. De verandering is al begonnen kennelijk!'

'Als het gevoel van gelijkheid mens en dier breed zal gaan leven, zal dat een enorme verrijking betekenen denk ik. Een geheel nieuw gevoel voor de diepte, het onpeilbare van de existentie en de subjectiviteit van dieren.'