Creativiteit is grondstof van onze economie

Hoogleraar culturele economie Arjo Klamer stelde op de Opiniepagina van 8 februari, dat de brief van de staatssecretarissen Van der Laan (Cultuur) en Van Gennip (Economische Zaken) 'Ons Creatief Vermogen: cultuur en economie' terecht de verbinding legt tussen cultuur en economie. Volgens hem is de nota echter te economisch gericht en had cultuur centraal moeten staan. Dit is een woordenspel, dat voorbij gaat aan de zwakte van de brief.

'Ons creatieve vermogen' is een typisch Nederlandse brief: voorzichtig, middelmatig, een luttel bedrag van 15,4 miloen euro verdeeld over een op gelijkheidsdenken gebaseerd beleid: de creatieve industrie is even belangrijk als andere bedrijfstakken, de culturele sector moet meer bedrijfsmatig worden. Het creatieve vermogen van het kabinet laat hier te wensen over.

Creativiteit is namelijk de voornaamste grondstof - niet alleen voor creatieve bedrijfstakken - maar voor de totale economie van ons land. In de snel groeiende creatieve sector werken nu zo'n 230.000 mensen verspreid over de media, entertainment, computergames, design, architectuur, kunsten, musea, boekhandels, mode enz. De opkomst van deze sector staat niet op zichzelf, zoals de brief doet vermoeden. Ze past in de ontwikkeling van onze samenleving. Het industriële tijdperk ligt achter ons en we maken een draai naar een kenniseconomie.

Daarin hebben de creatieve bedrijfstakken een plek, maar Nederland moet het straks vooral hebben van innovatieve bloementeelt en voedingsverwerkende industrie, high-tech systemen en materialen, watermanagement, gezondheidszorg, biotechnologie, logistiek, energie, pensioenen, verzekeringen en juristen.

We maken een draai van de lopende band naar het laboratorium en ontwerpstudio's, van arbeidersklasse naar creatieve klasse (naar schatting variërend van 30 à 45 procent van de beroepsbevolking). De weg naar de kenniseconomie kent ruwweg drie uitdagingen: Talent, Technologie en Tolerantie, de zogeheten 3T's.

Alleen talent dat het lef heeft om te excelleren, kan ons een concurrentievoorsprong geven. We hebben intelligent talent nodig voor hoogstaand wetenschappelijk onderzoek en de toepassing daarvan, artistiek talent voor productontwerpen en -vernieuwingen, ondernemers- en leiderschapstalent voor florerende bedrijven.

Het sleutelwoord hierbij is creativiteit. Alleen talent is in staat om het creatieve vermogen om te zetten in duurzame economische groei. Programma's waarbij talent centraal staat verdienen, net als in de sport, een deel van het te besteden budget voor cultuur en economie.

Nieuwe technologie ontdekken en toepassen - kennis, kunde, kassa - vereist het nodige innovatief vermogen. Dat is niets nieuws. Maar het vereist nog meer. We zijn uitgekeken op 'high-tech om de high-tech'. We staren ons niet langer blind op steeds uitgebreidere functionaliteit. We willen verleid worden met fraai ontworpen, simpele, bij onze levensstijl passende producten. Innovatie is alleen succesvol in combinatie met creativiteit. De koerswijziging van Philips van 'Let's make things better' naar 'Sense and Simplicity' illustreert dit.

Een overgang van industrieterrein naar wetenschapspark is niet voldoende. Er moeten centra van creativiteit en innovatie komen: regionale broedplaatsen waar wetenschappers, uitvinders, kunstenaars, ondernemers, managers en onderwijzers en studenten samenwerken.

Bij Sillicon Valley wordt vaak aan high-tech gedacht, maar de aanwezigheid van veel kunstenaars en cultuur is wat Sillicon Valley zo succesvol maakt. Dat gaat een stap verder dan Klamers ideaal van creatieve omgevingen.

Dergelijke centra van creativiteit en innovatie verbinden traditioneel gescheiden werelden en bieden onderdak aan de nieuwe intelligentsia. Hun samenwerking zal wederzijds respect en interesse kweken, de voedingsbodem voor meer tolerantie. Zij zullen niet alleen de kenniseconomie verder ontwikkelen, maar kunnen ook op bestuurlijk en politiek terrein tegenwicht bieden. Daar is behoefte aan.

Ik bepleit daarom een wat minder Nederlandse aanpak: neem het risico om te investeren in initiatieven die gericht zijn op het opzetten van één of meer centra van creativiteit en innovatie, waar intelligent, artistiek, ondernemend en leidinggevend talent zich kan uitleven. Alleen dan zal de veelbesproken kenniseconomie kunnen gedijen.

www.nrc.nl/opinie:- Artikel Arjo Klamer 'Schep ruimte voor de creatieve burger'

Annette Nijs is woordvoerder cultuur van de VVD-fractie in de Tweede Kamer en oud-staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.