Coffeeshophouder (CDA) tegen coffeeshops

In stadsdeel Centrum in Amsterdam is Michael Veling lijsttrekker voor het CDA. En hij is coffeeshop-houder. 'Het CDA is echt mijn club.' En: 'Ik ben ook tegen het gedoogbeleid.'

'Ik ben ook tegen het gedoogbeleid. Net als het CDA. Dus ben ik tegen coffeeshops', verzekert de Amsterdamse coffeeshophouder Michael Veling. Hij leunt even achterover, neemt een trekje van zijn sigaret en grijnst. 'Maar ik ben voor legaliseren van softdrugs', vervolgt hij. Maar dat gaat hij de komende weken niet te hard roepen, zo heeft hij beloofd aan het campagneteam. Want naast eigenaar van cannabis-café De Kuil in Amsterdam, is de 50-jarige Veling ook lijsttrekker voor het CDA in de binnenstad bij de komende gemeenteraadsverkiezingen.

Dat ligt gevoelig, want het CDA heeft van nature niet veel met softdrugs. De partij wil het liefst alle coffeeshops sluiten en schrijft in haar programma: 'Het beste gebruik van drugs, is geen gebruik'. Terwijl Veling begin januari op televisie nog deelnam aan de Nationale IQ-test, namens de groep blowers. Stoned scoorde hij 139.

De komende weken zegt hij te proberen zijn partij niet weer in verlegenheid te brengen. Over zijn nering wil hij daarom ook niet te veel praten. De achterdeur-problematiek - coffeeshops krijgen hun softdrugs meestal van criminelen - is niet bespreekbaar. 'Daar is mijn achterdeur', wijst Veling. Einde discussie.

Toen Veling vier jaar geleden voor het eerst op de kandidatenlijst terechtkwam, werd zelfs door de top van de partij gereageerd. Een vergissing, noemde Jan Peter Balkenende de kandidatuur. Veling stond op de derde plaats, maar de partij haalde in het centrum van Amsterdam slechts één zetel. Veling werd duo-raadslid. Maar nu is hij lijsttrekker.

Toch hoeft het CDA niet zenuwachtig te worden, zegt Veling. De christelijke partij heeft met hem niet het Paard van Troje binnengehaald. 'Het CDA is echt mijn club', legt hij uit. De C staat bij hem voor de christelijke cultuur. 'Die delen we allemaal.' Bij de D van democratisch wijst hij op zijn eigen kandidatuur. 'Ik ben volgens de normale spelregels gekozen. Dat kan bij deze partij.'

Ideeën heeft hij genoeg. Hij pakt een kladblokje. Daar staan ze in. Belangrijk volgens Veling: weg met de vertrutting in de binnenstad. 'We moeten oppassen dat dit geen slaapstad wordt. Natuurlijk snap ik best dat een bewoner om elf uur naar bed wil, maar misschien had hij dan niet in het centrum moeten gaan wonen.' Een ander voorbeeld is volgens hem het gezeur van het huidige stadsdeelbestuur over paaldansen. 'Onschuldiger kan het niet.'

Hoe kan een coffeeshophouder lijsttrekker worden voor het CDA? Volgens Harro Hoogerwerf, voorzitter van de kandidatencommissie, is het eenvoudig. 'Hij heeft de CDA-standpunten als duo-raadslid met verve uitgedragen. En in zijn beroep houdt hij zich altijd aan het beleid van de gemeente.' En, zo zegt Hoogerwerf, Veling was gewoon de beste kandidaat. Al waren er ook niet veel gegadigden, voegt hij eraan toe.

Nog een paar punten van Veling. Hij wil een straatverbod voor gewelddadige veelplegers. Reclamelichtbakken moeten van de gevels, dat is 'rotzooi'. Voedselbanken suggereren dat er honger is. Dat staat Veling tegen, want armoede is er wel, maar honger? Dat vraagt Veling zich af. Bovendien maken mensen volgens hem wel erg makkelijk schulden. 'Ik ben opgevoed met de stelregel dat je pas iets uitgeeft als je het hebt. Maar nu? Ze kopen van alles en maken schulden. Gek hè, die moet je aflossen.' Eigen verantwoordelijkheid, propageert Veling.

Hij hoopt op een zetel of drie, vier. Want één zetel zoals nu, dat is echt te weinig, meent hij. 'Als je kijkt hoeveel mensen er landelijk op het CDA stemmen en hier in Amsterdam, dat gat is heel groot. Dat ligt toch niet alleen aan Balkenende en Donner?' En dus gaat hij de komende weken campagne voeren, waar hij ook wat eigen geld in steekt, geld dat hij verdient met zijn coffeeshop. 'Ik denk bijvoorbeeld aan een spotje waarin ik over de Wallen loop en dan een woonhuis binnen stap. Vanuit het huis kijk ik dan naar buiten en dan zie je een weiland met een koe.' Wat hij hiermee wil zeggen? Veling grijnst. 'Dat het zo mooi is op de Wallen? Of dat ook daar de vertrutting heeft toegeslagen? Zou kunnen.' Laat dat maar in het midden, zegt Veling. 'Als ik me maar onderscheid.'

Dat doet hij op zijn eigen manier. Bijvoorbeeld met zijn website. Daar staan de partijstandpunten op, maar ook eigen, meer luchtige voorstellen. Zo pleit hij er voor dat Amsterdam 'het Lourdes van het Noorden' moet worden. Bij het Centraal Station moet een groot Mariabeeld komen, als verwijzing naar Mariaverschijningen in de hoofdstad. Zo'n beeld zou goed zijn voor het toerisme. 'Maria is big bissiness (sic)', staat op zijn site. Veling: 'Natuurlijk ben ik een soort charlatan. Met mijn coffeeshop ben ik in permanente overtreding.'