CAO-gedachten

Jaap van Slooten (Opiniepagina, 3 februari) ziet de `democratische legitimatie` der vakbonden door representatief tekort onder druk. Ik kom echter over het aantal leden van vakbonden tot een andere uitkomst.

Trek je namelijk van alle werknemers af de parttime, tijdelijke (ook seizoen- en uitzend-) werkers, zoals vele gehuwden en studenten en de jongeren onder 25 à 30 jaar, dan is zeker de meerderheid vakbondslid. Minus de klaplopers en de leden van de cowboybonden schat ik het op 80 à 100 procent.

De solide vakbonden, zeker de grote, behartigen ook ondernemings- en algemene belangen en versterken de solidariteit, onder elkaar en voor de samenleving als geheel, `zijns broeders hoeder`.

De verhouding tot de ondernemingsraad, ook een bouwer van gemeenschap, vereist vaak precaire afweging, stelt Van Slooten terecht. Doen we echter de solide vakbonden niet tekort met irreële cijfers (`1 en 5 procent`)?