Bezit was groot en tragisch privilege

De staat geeft het grootste deel van de geclaimde schilderijen terug aan de erven Goudstikker. Arnold Heertje vindt de manier waarop Nederland met de affaire is omgegaan beschamend.

Een selectie van lezersreacties.

Verbijsterend ongenuanceerd en kwetsende uitlatingen

Met verbazing las ik het artikel van prof. dr. Heertje over de affaire-Goudstikker (Opiniepagina, 7 februari). Terecht stelt hij dat talloze joden na de oorlog zowel door de Nederlandse overheid als door medeburgers op beschamende wijze zijn behandeld. Waar onrecht is geschied, dient recht te worden gedaan. Waar blijkt dat bezittingen op onrechtmatige wijze in andere handen zijn overgegaan, dient derhalve restitutie plaats te vinden. In alle interviews de afgelopen jaren heb ik dat standpunt uitgedragen. Van eigenmachtige teruggave aan de rechthebbenden door het museum kan echter geen sprake zijn. De Stichting Mauritshuis beheert de aanwezige collectie in opdracht van het rijk maar het is er geen eigenaar van. Wat men niet bezit, mag/kan men niet weggeven of restitueren. In de toekomst zal het museum dezelfde lijn volgen als het in de kwestie-Goudstikker heeft gedaan, dat wil zeggen alle mogelijk medewerking verlenen aan restitutie. Bij het - vaak gecompliceerde - vaststellen van de herkomst van oorlogskunst, heeft het Mauritshuis wel degelijk ook zelf actief onderzoek gedaan.

Verbijsterend ongenuanceerd en kwetsend is de passage dat: '[] alle betrokkenen met strakke gezichten deelnemen aan de jaarlijkse herdenkingen van oorlogsslachtoffers. Daarna gaan zij over tot de orde van de dag, waarvan de professionele essentie is het voortzetten van de nazi-roof van joodse kunstschatten.'

Juist in een gevoelige zaak als deze dient zorgvuldig gehandeld en geformuleerd te worden, ook door prof. Heertje. Het getuigt van onzorgvuldigheid en een groot gebrek aan gevoel voor nuancering dat bijna alle bij deze zaak betrokkenen, inclusief museumdirecteuren, door hem over een kam worden geschoren. Sprekend over de Goudstikker-schilderijen heb ik nimmer 'steen en been geklaagd over de noodzaak de geroofde schilderijen te moeten afstaan aan de rechtmatige eigenaren'. Woorden van gelijke strekking heb ik evenmin gebezigd. Het is dus terecht dat prof. Heertje 'twijfelt [...] aan zijn ogen'.

F.J. Duparc

directeur Mauritshuis

Prof. Heertje verblind over restitutiebeleid kunst

Prof.dr. Heertje deelt flinke klappen uit in zijn artikel 'Affaire-Goudstikker is beschamend'. Ik ben als oud-ambtenaar gehouden vertrouwelijkheid te betrachten. Ik doe dus geen mededelingen over mijn advisering aan staatssecretaris Van der Ploeg over het te voeren restitutiebeleid. Ik beperk mij in mijn reactie tot de bewering van Heertje dat 'de gemeente Amsterdam onder mijn leiding al jaren bezig is miljoenen te investeren om de Malevitsj-collectie te behouden'. Met deze terughoudendheid wil ik overigens niet graag de indruk wekken dat de rest van het professorale betoog wél juist is.

De suggestie dat ik, of iemand anders dan de gemeenteraad, leiding zou kunnen geven aan de gemeente Amsterdam is even vleiend als onjuist en dat niet slechts in formele zin. Ik ben in mijn hoedanigheid van rijksambtenaar betrokken geweest bij de advisering aan het kabinet over restitutie en recuperatie van kunstobjecten. In die functie ben ik ooit door het Stedelijk Museum geïnformeerd omtrent de daar levende opvatting over de juridische aspecten van de Malevitsj-collectie. Ik heb van die opvatting kennisgenomen, daar is het bij gebleven. Sedert enige maanden en na mijn tijd als ambtenaar ben ik door de gemeenteraad van Amsterdam gekozen tot voorzitter van de Amsterdamse Kunst Raad (AKR), die tot op heden op geen enkele wijze betrokken of betrokken geweest bij de juridische aspecten van de Malevitsj-collectie. De suggestie van Heertje over mijn adviezen en rollen bij zowel het restitutiebeleid als de juridische positionering van de gemeente Amsterdam vloeit voort uit zijn fantasie en vindt geen steun in de feiten.

Jan Riezenkamp

Oud-directeur-generaal OCW

Term 'joods cultureel erfgoed'is demagogische uitspraak

Arnold Heertje maakt het wel erg bont. Restitutie van de Goudstikker-schatten is een juridische aangelegenheid die uiteraard zorgvuldig moet worden afgehandeld. Heertje maakt er op demagogische wijze een morele kwestie van door te spreken over 'joods cultureel erfgoed' en 'joodse kunstschatten'. Dat slaat nergens op, want het blijkt goeddeels te gaan om Nederlands c.q. Europees erfgoed dat, hoe dan ook, in joodse handen was gekomen.

Als antiquaar bezit ik een collectie oude drukken. Laten we zeggen, dat ik katholiek ben, gaat het dan om katholiek cultureel erfgoed? Of, omdat ik Nederlander ben, om Nederlands cultureel erfgoed in België? Waarom zou het hier dan wel om 'joodse kunstschatten' gaan?

Het is dergelijk moralisme waardoor de Nederlandse regering over de juridische uitspraken is heen gesprongen om het huidige akkoord te bereiken. Als het een juridisch precedent zou zijn, dan kunnen er nog heel wat Palestijnse claims op de Israëlische schatkist volgen. Laat Hamas het maar niet horen!

Ben Hoffschulte

Leuven, België

Fout herstellen 'beter laat dan nooit' is positief besluit

Na alle aandacht die deze zaak heeft gekregen, was ik erg opgelucht na het lezen van het artikel van prof.dr. A. Heertje. Het is mijns inziens de enig juiste redenering/reactie. Als Nederlander zou men zich moeten schamen dat er nog discussie over nodig is geweest. Is ons niet allen geleerd dat, wat niet van jou is, niet van jou is en dus behoort te worden teruggegeven? We kunnen deze fout nu gelukkig, enigszins, herstellen onder het motto: 'beter laat dan nooit'.

E. Muskens

Lepelstraat

Beroep op moraal geen aanvaardbare rechtvaardiging

Moraal berust op persoonlijke opvattingen. De neutrale staat kent dan ook geen moraal. Het beroep op moraal om de afgifte der kunstcollectie aan de erven Goudstikker, is dan ook geen aanvaardbare rechtvaardiging. Voor de overheden geldt slechts het recht. In casu de rechterlijke uitspraak houdende afwijzing van de eis tot teruggave op wettelijke gronden. Op even aanvaardbare morele gronden zou men de weigering tot teruggave kunnen motiveren. Voor de roofpraktijken tijdens de Duitse bezetting is Nederland niet aansprakelijk. In het Londense kabinet vernam men dan ook even het geluid dat rechtsherstel voor het berooide Nederland geen prioriteit kon hebben. Niettemin heeft de staat met de instelling van de Raad voor Rechtsherstel daar wel voorrang en grote ruimte aan verleend. Schadeclaims konden tot en met 1956 worden ingediend. De erven Goudstikker hebben in het rechtsherstel gedeeld. De kostbare gebouwen werden toegewezen. Verder was er de kunstcollectie - veelal in minder goede staat zijnde schilderijen - en de roofkoopsom van Göring van 2 miljoen gulden waaromtrent ook thans het oordeel luidt dat die som gelet op de toenmalige waarde niet onredelijk was. De erfgename koos voor de koopsom. Wat is daar voor onredelijks aan?

Twee vragen blijven onbeantwoord: 1. wordt de koopsom, vermeerderd met de rente, terugbetaald? 2. Worden de kosten van restauratie en onderhoud vergoed?

Mr. L. van Heiningen

Den Haag

Rust er een morele verplichting op de erven tot bruikleen?

Enigszins bevreemdend vond ik het redactioneel commentaar op de affaire-Goudstikker onder het kopje 'Coulante aderlating' (NRC Handelsblad, 7 februari). Staatssecreatris Van der Laan trekt immers eindelijk recht wat zoveel jaar krom was. Om die rechtzetting nu te typeren als 'coulant' als betrof het een goedmoedige geste van de staat, lijkt me zwak uitgedrukt. Om, aan de andere kant, een moreel appèl te doen op de erven-Goudstikker om 'na deze ruimhartige aderlating van publieke kunstwerken door middel van bruikleen (de Nederlandse musea) met dezelfde coulance te behandelen' is de plank dubbel misslaan. Zijn de geroofde kunstwerken ooit de iure publiek geweest, is de vraag die de commentator zich in eerste instantie had moeten stellen.

En dan: rust er op de erven überhaupt een morele verplichting om de schilderijen in bruikleen af te staan? De collectie was door Goudstikker voor verkoop bestemd. Dat het Nederlandse publiek daar decennialang van heeft kunnen genieten, was een groot en tragisch privilege. De beslissing om ons dat privilege te blijven gunnen, ligt nu in handen van de wettige erven die we daarbij slechts wijsheid kunnen toewensen.

Drs. H.J. Vlessing

Amsterdam

www.nrc.nl/opinie:- Artikel Arnold Heertje