Yassoel vult zijn dagen met treiteren, vechten en schelden

“Jullie moeten me niet. Het maakt niet uit wat ik doe.“ De jongen zegt het uitdagend, met zijn gezicht richting zaal. In de voorstelling Vuur is hij een Marokkaanse jongere die problemen maakt. Treiteren, vechten en schelden: daarmee vult Yassoel zijn dagen. Ergens in Amsterdam.

Cabaretier Justus van Oel schreef voor het 20-jarige bestaan van Theatergroep De Nieuw Amsterdam en de 30-ste verjaardag van Theater De Engelenbak een wrang jubileumstuk. Kort voor en kort na de dood van Theo van Gogh speelt Vuur zich af, en hoewel Yassoel altijd al rotzooi trapte verandert er door de moord veel.

Want Yassoels broer zit bij de politie. En ineens krijgen de twee meer met elkaar te maken dan hen lief is. Ze raken allebei in een crisis. Ze worstelen met hun afkomst. Met hun omgeving ook, die na de moord Marokkanen argwanender dan ooit beziet. De verhoudingen komen op scherp te staan en Van Oel laat niet alleen zien wat dat met allochtonen doet maar ook met autochtonen.

Hij baseerde zijn tekst op een idee van de Amsterdamse wijkagent Jack Druppers die ook meespeelt, als imam. In een gewaad met gympen eronder probeert die de gemoederen tot bedaren te brengen. Vergeefs: deze imam, een bekeerling vol goede bedoelingen, heeft maar weinig gezag. Even weinig als de Hollandse politieman Harold. Die bedient zich weliswaar van grovere taal en lossere handjes, maar uiteindelijk moet ook hij toezien hoe de boel escaleert. Hij draagt er zelfs aan bij. En van zijn Marokkaanse collega snapt hij minder en minder.

De jonge acteur Karim el Guennouni speelt de Marokkaanse agent Anuar mooi melancholiek. Hij voelt zich, zegt hij, als “een pot vol scherven“. Verscheurd tussen aanpassingsdrift en woede over de aan den lijve ervaren discriminatie ziet hij geen uitweg meer. Hoe hol klinkt zijn ooit zo fier beleden credo “Ik ben de wet. De wet is evenwichtig“ na de gewelddadige confrontatie met zijn broer. Met behulp van monologen geeft Van Oel ons een inkijkje in zijn ziel. Trouwens, iederéén in Vuur is goed te begrijpen. Karikaturen komen we niet tegen. Zelfs de etterbak Yassoel doorziet op het dieptepunt van zijn crisis de primitiviteit van zijn rituele schelden. Egbert-Jan Weeber legt in zijn rol een snijdende intelligentie.

Ondertussen kan er ook gelachen worden. Om rake oneliners van Van Oel en om de geestige regie van Karim Traïdia. Hij geeft de realistische tekst een haast absurdistische twist: wat leven we in een krankzinnige wereld, is de vrolijke conclusie die blijft hangen na een avondje flitsend toneel.

Voorstelling: Vuur, door Theatergroep De Nieuw Amsterdam/Engelenbak. Tekst: Justus van Oel. Regie: Karim Traïdia. Gezien: 4/2 Engelenbak, Amsterdam. Aldaar t/m 19/2; tournee t/m 31/3. Inl. (020) 626 6866 en www.engelenbak.nl